Elk e-mailtje verstoort de werkdag bijna een half uur - Klopt dit wel?
© ANP

Elk e-mailtje verstoort de werkdag bijna een half uur - Klopt dit wel?

Berichten verspreiden zich razendsnel, of ze nu kloppen of niet. Wij proberen de zin van de onzin te scheiden. Vandaag: e-mails verstoren de concentratie bijna een half uur lang.

Van wie komt die claim?

Pas op met e-mail checken, schrijft marketingpsycholoog Adam Alter in zijn nieuwe boek Superverslavend. Wie regelmatig zijn digitale brievenbus opent, verstoort namelijk de concentratie op werk, en niet zo'n beetje ook: binnen 6 seconden is een e-mailtje geopend, waarna het 25 minuten kan duren voordat je weer gefocust aan het werk bent. De cijfers figureerden in een zaterdageditie van deze krant, maar ook op websites van Business Insider en andere bladen.

Klopt het?

E-mail gebruiken bespaart zelfs tijd, adviseert het onderzoek van Jackson.

Alters bewering is niet uit de lucht gegrepen. Een klein leger aan arbeidspsychologen houdt zich wereldwijd bezig met onderzoek naar allerhande werkonderbrekingen. Om vast te leggen wat er nou eigenlijk tijdens zo'n onderbreking gebeurt en hoe lang dat precies duurt, analyseren ze het kantoorleven van alle kanten: met spionagesoftware op werkcomputers, verborgen camera's en vragenlijsten.

Die 6 seconden tot het openen van e-mails komt uit een studie waarin wetenschapper Thomas Jackson vijftien onwetende werknemers van een Brits ict-bedrijf een maand lang digitaal bespioneerde. Hoewel tweederde van alle mails meestal binnen die 6 seconden werd geopend, besloeg de gemiddelde tijd daarvoor 1 minuut en 44 seconden - eenderde van de binnenkomende berichtjes werd minutenlang genegeerd.

En ijlt het storende effect van een mailtje 25 minuten na? Daarvoor verwijst Alter naar onderzoek van informaticahoogleraar Gloria Mark, naar werkonderbrekingen op kantoor. Alleen: het ging haar niet zozeer om e-mail-onderbrekingen, maar om álle onderbrekingen.

'De meest voorkomende vorm van interruptie was: andere mensen', vertelt Mark aan de telefoon. Maar vlak ook 'zelf-onderbreking' niet uit, legt ze uit: 'Het fenomeen dat iemand opeens de telefoon pakt en gaat bellen, zonder enige aanwijsbare externe aanleiding.' Belangrijkste boodschap van haar onderzoek is dan ook niet zozeer dat e-mail zo lang afleidt, maar 'dat we voortdurend door allerlei bronnen worden afgeleid. Veel werknemers hebben een gefragmenteerde werkdag, en werken in korte uitbarstingen.'

En hoe lang is men dan wél afgeleid? Gelukkig is daar weer het onderzoek van Jackson, die wél precies vastlegde hoeveel tijd iemand nodig heeft om na een mailtje weer aan de slag te gaan: 64 seconden. En belangrijk, schrijft Jackson: ouderwets praten of bellen met collega's vormen grotere onderbrekingen. E-mailen bespaart zelfs tijd, stelt hij.

Ook Mark benadrukt dat het niet zo is dat iemand na een e-mailtje een halfuur lang volledig uit het veld is geslagen. 'Wat wij vonden is dat mensen na een afleiding aan gemiddeld twee andere taken werken voordat ze terugkeren naar hun oorspronkelijke taak. Het is niet dat ze duimen zitten te draaien. Ze doen in de tussentijd andere dingen.'

Eindoordeel

E-mails kunnen de productiviteit verstoren, maar lang duurt dat niet en afhankelijk van de werkplek kunnen ze zelfs nuttig uitpakken.