Darwin: gemakkelijk mis te verstaan

Het allergrootste misverstand is dit: de evolutietheorie heeft in het zojuist aangebroken Darwinjaar de tegenstanders voor eens en voor altijd van zich afgeschud.

Om teleurstellingen en verrassingen te voorkomen een overzicht van de zeven grootste misverstanden over Darwin (1809-1882) en zijn evolutietheorie (1959). En waarom het misverstanden zijn.De evolutietheorie is toch maar een theorie?
Dit is een veelgehoorde misvatting. Alsof theorieën ‘slechts’ theorieën zijn: speculaties die wel eens onwaar zouden kunnen zijn. Nou is structurele twijfel een belangrijk uitgangspunt in de wetenschap, en iedere theorie zou wel eens onwaar kunnen zijn, maar er zijn theorieën die wel heel strak in het zadel zitten. En de evolutietheorie is er zo een. Bijna zo sterk in het zadel als de stelling van Pythagoras. Aan die stelling twijfelt niemand: A kwadraat is B kwadraat plus C kwadraat. Dat kunnen we bewijzen, en dus twijfelt niemand eraan.De evolutietheorie is bijna even onbetwijfelbaar waar als de stelling van Pythagoras. Als er sprake is van variatie tussen organismen, als eigenschappen overerven van ouder op kind, en als er sprake is van een struggle for life (een harde wereld waarin slechts een deel van de organismen lang genoeg leeft om voor nageslacht te zorgen), dan is er ook sprake van een evolutieproces. Daar is geen speld tussen te krijgen.Er gebeurt heus onderzoek naar hoe het proces van evolutie zich afgewikkeld heeft en zich nu nog steeds afwikkelt: hoe kan het dat de degenkrab de afgelopen miljoenen jaren zo weinig is veranderd ? En hoe zit het met de evolutie van de vijgenwesp? – om maar wat de noemen. Er zijn heus onduidelijkheden en onzekerheden. Maar de evolutietheorie zelf staat als een huis.En het ontstaan van het leven dan? Dat verklaart de evolutietheorie niet.
Het ontstaan van het leven wordt inderdaad niet verklaard door de evolutietheorie. In zoverre is er geen sprake van een misverstand. Het misverstand is dat dit een hiaat van de evolutietheorie zou zijn. Dat is niet zo: de evolutietheorie vertelt volgens welk proces het leven zich in de loop van de tijd ontwikkelt. Het vertelt over de verandering van het leven, en niet zo over de totstandkoming ervan.De wet van de zwaartekracht vertelt over de aantrekking tussen massa’s: vanwege de onderlinge aantrekking valt een appel naar de aarde toe in plaats van dat ie ervan weg zweeft. Maar de wet van de zwaartekracht vertelt niet hoe de zwaartekracht er gekomen is. Daar gaat die wet niet over. Maar dat doet niets af aan die wet. Op dezelfde manier doet het niets af aan de evolutietheorie dat deze niks zegt over het ontstaan van het leven.Feitelijk is nog onduidelijk hoe het leven is ontstaan, maar er wordt druk gespeculeerd. Misschien is het ontstaan als gevolg van chemische reacties in een levenloze oersoep. Wellicht is het aan komen waaien van een verre planeet waar al veel langer leven bestaat. Misschien is het wel door een wonder ontstaan. Maar voor al deze speculaties is de evolutietheorie immuun.Evolutie zorgt ervoor dat planten en dieren steeds beter worden.
Dit is een hardnekkig misverstand. Het misverstand dat het proces van evolutie ervoor zorgt dat het allemaal steeds beter wordt. Een verleidelijk misverstand. De eerste oervogel kon nauwelijks een meter door de lucht fladderen, terwijl vogels nu duizenden kilometers kunnen vliegen – soms zelfs zonder onderweg te stoppen. En eerst was de mens een krom lopende, wat domme aapachtige, en is nu een fiere, intelligente, echte mens. Het is er een stuk beter op geworden. Dankzij evolutie.Maar evolutie kent geen richting. Gaat niet vooruit, maar gaat gewoon. Als een blinde hobbelt ze wat rond. Er is continu sprake van verandering, en zij die het beste in die veranderende wereld passen, blijven er het langst. Evolutie gaat niet één bepaalde kant op. Toekomstige olifanten zijn niet per se nóg groter dan de huidige, en toekomstige mensen zijn niet per se slimmer dan wij – misschien juist wel dommer.Mensen stammen af van apen.
Er is een bekend plaatje van Darwin met het lichaam van een aap. Alsof zijn evolutietheorie suggereert dat wij van apen afstammen. Dat is niet zo. In ieder geval stammen wij niet af van apen zoals wij die tegenwoordig kennen: onze voorouders zijn geen chimpansees of orang-oetans. Wel is het zo dat wij samen met apen een gemeenschappelijke voorouder hebben. Maar die hebben we ook met tijgers, slakken en varens.Je kunt de geschiedenis van het leven illustreren met een boom: alle blaadjes in de boom komen uiteindelijk uit dezelfde tak: de stam. En zo heeft al het leven – ook wij – uiteindelijk een gemeenschappelijke voorouder. Men had in het plaatje Darwin ook het lichaam van een tijger kunnen geven, of van een konijn.De gemeenschappelijke voorouder van de huidige mens en aap leefde wel een stuk recenter dan andere gemeenschappelijke voorouders. En dat betekent dat we nogal wat met apen gemeen hebben. Misschien wel meer dan we hadden gehoopt.Evolutie is survival of the fittest.
De kreet survival of the fittest is van filosoof Herbert Spencer en niet van Darwin zelf. Spencer gebruikte hem zelfs voordat Darwins On the Origin of Species gepubliceerd werd. In de eerste drukken van Darwins boek komt de frase helemaal niet voor, maar in de vijfde druk uit 1869 heet hoofdstuk IV plots: Natural selection; or the survival of the fittest. Die ondertitel suggereert dat Darwin van mening was dat natuurlijké selectie hetzelfde is als survival of the fittest. En als we er voor het gemak even van uitgaan dat natuurlijke selectie de hoofdmoot is van de evolutietheorie, dan lijkt Darwin dus inderdaad te zeggen dat je de evolutietheorie kunt samenvatten met de kreet survival of the fittest.Toch is er sprake van een misverstand. Of van een valkuil. Vanwege de betekenis van het woordje fit. Fit betekent zoiets als ‘in goede conditie’. Het doet denken aan een sterke vent die aan fitness doet. Alsof de sterkste overleeft. Maar dat is niet zo. Fit betekent vooral ‘passend’. De meest passende organismen overleven; zij die passen in hun leefomgeving.Nog wat verder uitgekleed zou je het woordje fit kunnen interpreteren als ‘goed zijn in overleven’. Survival of the fittest leest dan als: zij die goed zijn in overleven, overleven. Nogal wiedes.Zoiets complex als het oog kan nooit ontstaan zijn door iets eenvoudigs als evolutie.
Dit is een veelgehoord argument tegen de evolutietheorie. Evolutie is een simpel en blind proces, en zou dan toch in staat moeten zijn zoiets ingewikkelds als een oog in elkaar te sleutelen? Alsof een blinde en laag opgeleide lopendebandmedewerker in z’n eentje een Boeing 747 in elkaar gesleuteld heeft. Dat gelooft niemand.De redenering is dat het oog uit een verzameling onderdelen bestaat die los van elkaar geen functie hebben: een netvlies, een lens, een iris. Wat heb je aan een oog met een lens maar zonder netvlies? Of aan een netvlies zonder lens? Zulke ogen hebben geen functie, en dus moeten netvlies, lens en iris in één keer tezamen tot stand gekomen zijn. En niet stapje voor stapje in een evolutieproces.Maar de redenering klopt niet. Hoewel een oog met lens maar zonder netvlies inderdaad nutteloos is, is andersom een oog met netvlies maar zonder lens dat helemaal niet. Sterker nog: er zijn talloze beestjes die dat soort ogen hebben. En als je eenmaal een netvlies hebt, dan is een soort van lensje reuze handig. Kortom; ook iets ingewikkelds als het oog kan stapje voor stapje door het blinde en onnadenkende evolutieproces tot stand komen.Sterker nog. Als ons oog ontworpen zou zijn, dan was het een knullig ontwerp. De bloedvaten en zenuwbanen in ons oog lopen voor het netvlies langs. Zodat het licht eerst door een wirwar van draden moet voordat ’t het netvlies kan bereiken. Bovendien moeten die zenuwbanen ook het oog weer uit, de hersenen in. En omdat ze voor het netvlies liggen, moeten ze dan dwars door het netvlies heen. Daardoor hebben onze ogen een onhandige ‘blinde vlek’: een stukje netvlies waarmee we niet kunnen kijken. Een gevolg van het feit dat onze ogen door evolutie tot stand gekomen zijn en niet zijn ontworpen of bedacht.We moeten de zwakkeren niet helpen; dat druist in tegen het proces van evolutie.
Dit is de bekende misvatting van het sociaal-darwinisme dat vooral in de eerste helft van de 20ste eeuw leefde. Het idee is als volgt: als evolutie goed is en als het helpen van zwakkeren indruist tegen evolutie, dan is het logisch dat het helpen van zwakkeren niet goed is. De redenering is correct, maar de conclusie is dat niet. Vooral omdat de eerste ‘als’ niet waar is. Evolutie is goed noch slecht. Evolutie gebeurt gewoon; daar is niks goeds of slechts aan. De volgende redenering is feitelijk dezelfde: als de zwaartekracht iets goeds is en als een raket indruist tegen de zwaartekracht, dan zijn raketten niet goed. Het is duidelijk dat de conclusie niet klopt. Niet omdat raketten niet indruisen tegen de zwaartekracht – dat doen ze in feite wel: ze overwinnen hem – maar omdat de zwaartekracht goed noch slecht is. Hij is er gewoon. Net als het proces van evolutie.Bovendien is die tweede ‘als’ uit de redenering ook niet waar. Het helpen van zwakkeren druist helemaal niet in tegen het proces van evolutie. Het stikt in de natuur van de hulp aan zwakkeren. Juist dankzij evolutie.