Bronzen 'Einstein' keek toe in Delfts quantumlab
© Michel van Baal TUD

Bronzen 'Einstein' keek toe in Delfts quantumlab

Echt mooi was het niet, maar toepasselijk was het zeker: het gegoten bronzen beeld van Albert Einstein op een bankje, dat eerder dit jaar een paar weken in het quantumlab van de TU Delft stond. Daar werd hard gewerkt aan een waterdicht bewijs dat in de quantumwereld deeltjes rechtstreeks met elkaar in contact staan, ongeacht de afstand. Einstein had ooit voorspeld dat dat niet kon.

Des te leuker als hij, in brons, kon meekijken hoe er aan zijn poten werd gezaagd. Dacht voorlichter Michel van Baal van de universiteit toen hij dit voorjaar het beeld op een internetveilingsite tegenkwam. De vraagprijs van 5.000 euro was hem te hoog, maar met een beroep op het algemeen belang kreeg hij de Brabantse snuisterijenhandel die hem aanbood zover het beeld te verhuren.

Het loodzware geval werd begin maart het zenuwcentrum van het quantumexperiment binnengedragen en trok de weken erna veel bekijks. Het pr-idee van Van Baal was simpel. Al zijn quantum en Einstein niet makkelijk uit te leggen, als er nieuws is moet je visuele media toch iets te bieden hebben. Een meekijkende Einstein zou er bij verslaggevers ingaan als koek, vermoedde hij.

Dat is niet Einstein, zei hij, maar de beroemde schrijver Mark Twain

Michel van Baal, voorlichter TU Delft

Vorige week was het grote quantumnieuws daar, door velen samengevat als het definitieve ongelijk van Einstein. Maar het bankje kwam niet in beeld. De reden, bekent voorlichter Van Baal nu het stof is gaan liggen, is dat het beeld Einstein niet is. 'Na twee weken hadden we een gast die kennelijk verstand heeft van literatuur. Dat is niet Einstein, zei hij, maar de beroemde Amerikaanse schrijver Mark Twain.' Ook een kuif, ook een snor. Maar niet de fysicus.

Van Baal baalt, natuurlijk, en bracht het kunstwerk als boetedoening zelf terug naar de eigenaar. Van Baal: 'Een bekend citaat van Twain luidt: de mens is de enige diersoort die kan blozen en dat ook moet. Nou, reken maar.'