Dat signaleert wespentrainer dr. Michaël van den Berg van Wageningen Universiteit in een studie naar de geheugenvorming bij wespen.
Parasitaire wespen van de soort Cotesia glomerata leren van nature tamelijk snel. Ze hebben maar één leerervaring nodig om iets op te slaan in het langetermijngeheugen.
Maar niet elke C. glomerata is hetzelfde, aldus Van den Berg. Sommige leren net iets sneller dan anderen. De Wageningse onderzoeker gebruikte die natuurlijke variatie om twee wespenlijnen te kweken: een snelle en een langzamere lijn. Volgens hem is al binnen een paar generaties een significant verschil in leervermogen te signaleren.
Dat een snel lerende wesp sneller sterft, is een prijs die het insect voor zijn grotere hersenmassa betaalt. Zij moeten een brein onderhouden dat meer energie vergt. Die energie gaat ten koste van hun levensduur.
Ondanks dit nadeel sterft een slimmere wesp niet uit. Evolutionair gezien is dat volgens Van den Berg verklaarbaar. De baten wegen op tegen de kosten.
De C. glomerata legt haar eitjes in de rupsen van het groot koolwitje. Van die rupsen zitten er doorgaans heel veel dichtbij elkaar op het blad van de spruitkool. De wesp komt af op de geur van aangevreten spruitkoolblad. Bij een succesvolle eileg is die geur de leerprikkel.
Die ervaring legt de wesp onmiddellijk vast in haar geheugen. En dat is goed, legt Van den Berg uit. De geur van de plant vertelt de wesp hoe groot de kans is dat hij daar veel rupsen aantreft.