In de drie kuilen in zogenoemde rivierduinen lagen verbrande menselijke botten, vermoedelijk van jagers, vissers en voedselverzamelaars,. De archeologen troffen ook resten van een oeros en een wild zwijn, die vermoedelijk aan de doden zijn meegegeven als voedsel. ‘Aan de hand van onderzoek met radioactieve koolstof gaan we na hoe oud de resten precies zijn. Daar gaat wel een aantal maanden overheen’, aldus Carmiggelt.
Rivierduinen ontstonden zo’n twaalfduizend jaar geleden, aan het eind van de laatste ijstijd. Vanuit een brede riviervlakte waaide zand tot duinen. Toen het ijs smolt, ontstond een moerasrijk gebied. Mensen vestigden zich hier op de veilige en hoger gelegen rivierduinen. Volgens Carmiggelt weten we betrekkelijk weinig van de eerste bewoners in het gebied.
Naast de crematiegraven vonden de onderzoekers ook aardewerk, pijlspitsen en een 12 centimeter lang vuurstenen mes. Op de plek waar de prehistorische vondsten werden gedaan, moet een tramremise komen.