Tussen de 2 en 6 procent van de kinderen heeft ADHD.
Tussen de 2 en 6 procent van de kinderen heeft ADHD. © Marcel van den Bergh/de Volkskrant

ADHD'ers hebben écht ander brein: belangrijke hersengebieden zijn kleiner

'Maar pas op, er zijn aanzienlijke individuele verschillen'

Vijf belangrijke hersengebieden zijn bij de gemiddelde persoon met ADHD iets kleiner dan mensen zonder die diagnose. Dit blijkt uit een studie van de Radboudumc, gepubliceerd in The Lancet Psychiatry.

Tussen de 2 en 6 procent van de kinderen heeft ADHD, een stoornis die zich kenmerkt door impulsief gedrag, concentratieproblemen en leermoeilijkheden. Diverse eerdere studies wezen al op hersenafwijkingen bij mensen met ADHD, maar die waren vaak kleinschalig of leverden onduidelijke resultaten op.

De Nijmeegse onderzoekers verzamelden een groot aantal hersenscans uit diverse internationale labs. Het gaat om breinbeelden van in totaal ruim 3.200 individuen, waarvan bijna de helft de diagnose ADHD heeft. Door die grote hoeveelheid scans konden ze met meer zekerheid stellen dat een 'ADHD-brein' daadwerkelijk afwijkt van een 'gewoon brein'.

Zo blijkt onder meer dat de amygdala bij de gemiddelde persoon met ADHD iets verkleind is. Dit gebied is belangrijk bij de verwerking van emoties. Ook de nucleus accumbens, belangrijk bij het verwerking van beloningen, is relatief aan de kleine kant.

Individuele verschillen

Sommige hersengebieden kunnen bijvoorbeeld ook iets groter zijn

Maar pas op, zegt hersenwetenschapper Martine Hoogman van de Radboudumc, het gaat hierbij om een gemiddelde verkleining van de orde grootte één procent. 'Er zijn aanzienlijke individuele verschillen. Bij sommige mensen met ADHD kunnen sommige hersengebieden bijvoorbeeld ook iets groter zijn dan bij mensen zonder die diagnose.'

Vanwege die individuele verschillen zijn hersenscans ook na deze studie nog niet bruikbaar als hulpmiddel bij de diagnose om vast te stellen of iemand ADHD heeft of niet. 'Maar studies als deze kunnen misschien wel helpen om dat in de toekomst mogelijk te maken', zegt Hoogman. 'Een combinatie van genetisch onderzoek, hersenonderzoek en gedragsonderzoek om te bepalen wat voor type ADHD iemand precies heeft: daar willen we naartoe, ook om mensen de juiste op maat gemaakte behandeling te kunnen geven.'

Dat is ook het toekomstbeeld van Sarah Durston, hoogleraar bij het UMC Utrecht Braincenter. Haar onderzoeksgroep leverde een deel van de hersenscans aan voor de nieuwe studie in The Lancet Psychiatry.

Jongleurs

Wat precies de oorzaken zijn van adhd is bijzonder moeilijk te ontrafelen

Sommige nieuwsmedia melden vandaag dat de Nijmeegse studie bewijst dat de oorzaak van ADHD puur in de hersenen zit, en niets met opvoeding te maken zou hebben. Maar die conclusie gaat veel te ver, zegt Durston. 'Dat kun je op basis van deze studie echt niet zeggen. Wat precies de oorzaken zijn van ADHD is bijzonder moeilijk te ontrafelen, omdat verschillende factoren elkaar beïnvloeden. Ik maak vaak de vergelijking met jongleurs: die hebben doorgaans een dikkere motorschors. Maar het is ook bekend dat die motorschors dikker wordt zodra je veel gaat oefenen op jongleren. Dus je kunt niet zeggen: jongleurs kunnen goed jongleren omdat ze een dikke motorschors hebben.

Uit onderzoek van Durston blijkt dat ADHD voorkomt in allerlei varianten, waardoor er niet één behandeling of één medicijn zal komen waarbij alle mensen met ADHD gebaat zijn. Bij experimenten van haar onderzoeksteam speelden kinderen met ADHD onder meer een computerspelletje waarbij ze alle Pokémon moeten vangen behalve het figuurtje Meowth. Een deel van de ADHD'ers ging dit prima af, maar een ander deel kon de impuls niet onderdrukken om ook Meowth te vangen. Weer andere ADHD'ers zijn minder gevoelig voor beloning, of hebben moeite met timing, bijvoorbeeld bij het inschatten van hoelang of kort het duurt als iemand zegt 'blijf één minuut op me wachten op die stoel'.