Het aantal longkankerdoden kan fors omlaag als oudere rokers en ex-rokers jaarlijks een CT-scan laten maken. Dat, blijkt uit Amerikaans-Nederlands onderzoek.
Het aantal longkankerdoden kan fors omlaag als oudere rokers en ex-rokers jaarlijks een CT-scan laten maken. Dat, blijkt uit Amerikaans-Nederlands onderzoek. © Thinkstock

Aantal longkankerdoden kan fors omlaag door screening

Het aantal longkankerdoden kan fors omlaag als oudere rokers en ex-rokers jaarlijks een CT-scan laten maken. Dat blijkt uit Amerikaans-Nederlands onderzoek, op verzoek van een adviesraad van de Amerikaanse overheid. De deze week gepubliceerde resultaten zijn zo gunstig dat de raad adviseert een screening op longkanker in te voeren. Dat is wereldwijd de eerste keer.

 
Als iedereen uit die doelgroep meedoet, wordt de helft van de gevallen van kanker in een vroeg stadium ontdekt en daalt het sterftecijfer met een kwart.

Het onderzoek is van belang voor Nederland, waar al lange tijd wordt gediscussieerd over longkankerscreening. Longkanker is op papier een goede kandidaat voor screening omdat de ziekte bijna altijd wordt veroorzaakt door roken (waarmee de doelgroep is afgebakend) én patiënten meestal te laat klachten krijgen. Van alle patiënten is na vijf jaar nog maar 13 procent in leven.

Vroegtijdige opsporing kan de overlevingskansen wellicht vergroten. Om dat uit te zoeken is zes jaar geleden onder leiding van het Rotterdamse Erasmus MC een Nederlands-Belgisch proefbevolkingsonderzoek opgezet onder vijftienduizend straffe rokers en ex-rokers tussen de 50 en 74 jaar. De helft van hen kreeg vier keer een CT-scan. Over twee jaar moet duidelijk zijn of die aanpak heeft geleid tot een daling van de sterfte aan longkanker. Dan zal de Gezondheidsraad adviseren of er na borstkanker, baarmoederhalskanker en darmkanker ook op longkanker moet worden gescreend. In de betrokken leeftijdsgroep kwamen in 2011 7.500 gevallen van longkanker voor, 65 procent van het totaal.

Negatieve gevolgen screening
Tot nu toe werd longkankerscreening nergens aanbevolen. Dat heeft te maken met de schade die een bevolkingsonderzoek kan opleveren. Artsen ontdekken op een scan vormen van kanker die anders nooit tot een probleem zouden hebben geleid (overdiagnose). En omdat een CT-scan alle vlekjes op de longen zichtbaar maakt, is de kans groot dat er niets aan de hand blijkt (fout-positieve resultaten).

De Amerikaanse Preventive Services Task Force wilde weten of er mogelijk toch een voordelig scenario is voor screening, waarbij sterfte zo veel mogelijk wordt voorkomen, maar de schade voor de deelnemers beperkt blijft.

Computermodellen
Wetenschappers van vier Amerikaanse universiteiten en van het Rotterdamse Erasmus MC kregen de opdracht computermodellen te maken. Ze gebruikten daarvoor gegevens uit twee grote Amerikaanse onderzoeken onder tweehonderdduizend ouderen die jaren achtereen wel of geen scan kregen en werden gevolgd. De studie stond onder leiding van Harry de Koning, hoogleraar evaluatie van vroegopsporing van ziekten in Rotterdam.

De beste strategie is deze week gepubliceerd in het vakblad Annals of Internal Medicine. Rokers en ex-rokers tussen de 55 en de 80 jaar moeten jaarlijks een scan krijgen. De rokers moeten dertig 'pakjesjaren' achter de rug hebben: dertig jaar lang een pakje per dag hebben gerookt, of bijvoorbeeld vijftien jaar lang twee pakjes. De ex-rokers (met een vergelijkbare rookgeschiedenis) moeten minder dan vijftien jaar geleden zijn gestopt.

 
Meestal was er niets aan de hand en ging het om een litteken.

Sterftecijfer daalt met kwart
Als iedereen uit die doelgroep meedoet, wordt de helft van de gevallen van kanker in een vroeg stadium ontdekt en daalt het sterftecijfer met een kwart. Om één dode te voorkomen moeten 575 ouderen worden onderzocht.

Het Nederlandse proefbevolkingsonderzoek wijkt iets af van dat scenario. Zo verschilt de leeftijdsgroep en is niet ieder jaar een scan gemaakt. De Gezondheidsraad zal naast de Nederlandse gegevens ook het Amerikaanse advies meetellen, verwacht De Koning. Hij denkt dat het ideale programma nog beter kan door de schade fors te beperken. In het gunstigste Amerikaanse scenario krijgt een kwart van alle deelnemers een fout-positieve uitslag: een vlekje dat bij nader onderzoek toch geen kanker blijkt. Maar om daar achter te komen, moeten artsen nog een scan maken, longweefsel wegnemen of zelfs opereren.

Litteken
Dat hoge percentage wordt hier nooit geaccepteerd, zegt De Koning. Het is het gevolg van de Amerikaanse defensieve geneeskunde, legt hij uit, waarbij artsen geen enkel plekje op een scan ongemoeid durven te laten. Het Nederlandse proefbevolkingsonderzoek scoort veel beter met iets meer dan 1 procent fout-positieve uitslagen. Iedereen met een verdacht plekje moest na drie maanden terugkomen voor een nieuwe scan, aldus De Koning. Alleen als de plek was gegroeid, volgde nader onderzoek. 'Meestal was er niets aan de hand en ging het om een litteken.'