'De donkere 'krater' is circa 10 meter breed'
© Francisco Mingorance

'De donkere 'krater' is circa 10 meter breed'

Inzicht

Wat vele jaren fosforgips storten doet met een Spaanse vlakte.

Een celstructuur onder de microscoop? Nee, dit beeld is van een heel andere schaalgrootte. Het is een luchtfoto van een deel van een bijzondere vlakte pal naast de Spaanse stad Huelva. De donkere 'krater' is circa 10 meter breed.

In de buurt staan fabrieken die sinds de jaren zestig kunstmest produceerden. Een van de afvalproducten daarbij is fosforgips, een wit poeder met resten zware metalen en radioactieve elementen.

Je kunt er verder weinig mee, dus pompten de fabrieken het jarenlang via afvalwater naar deze vlakte, die in totaal meer dan duizend hectare beslaat. Daar sloeg het poeder neer op de bodem en werd het water weer afgevoerd.

De fabrieken zijn in 2010 gesloten, maar de resten liggen er nog. Water komt en gaat met regen en verdamping. Bij droogte een spierwitte vlakte, na regen een meertje dat op ondiepe plekken groen afsteekt tegen de gipsen ondergrond, door opgeloste stoffen als ijzerfosfaat die in het verleden met het afvalwater zijn aangevoerd. Zuur is het water ook, met een pH-waarde die schommelt tussen 3 en 1.

Die witte kronkels? Dat is het gevolg van herhaaldelijke uitdroging van het gips.

Rest nog het zwarte gat. Vermoedelijk is dat ontstaan door het zure water dat de ondergrond aantast. Wanneer de verzwakte bodem instort, ontstaat er een zinkgat. Al zou het ook een uitgesleten aan- of afvoerpunt voor het afvalwater kunnen zijn.

Afgezien van enkele hotspots valt het met de radioactiviteit mee: niet veel hoger dan van een granieten vloer. Een groter risico is het giftige water dat weglekt naar het omringende natuurgebied, of omwonenden die minuscule opwaaiende gipsdeeltjes inademen. Onderzoek moet uitwijzen hoe groot de risico's zijn. Het gebied bezoeken valt af te raden. Niet alleen vanwege de vervuiling. Wanneer er wat water ligt is de ondergrond zo slap dat je er tot aan de borst in kunt wegzakken.

Uitleg: Ángel Prior-Arce, geoloog aan de TU Delft; José Miguel Nieto Liñán, geoloog aan de Universidad de Huelva