Honderdnegentien pagina's en geen woord te weinig. Haar eerste twee boeken telden 127 en 140 pagina's. Samengebalde tekst, de taal strak, melodieus vloeiend. Andrea Maria Schenkel stript de taal totdat tijden, achtergronden en mensen akelig naakt op papier achterblijven, in verhalen met misdaad als uitgangspunt.
Voor haar debuut Tannöd(Blik op het duister) en haar tweede boek Kalteis (Het monster van München) kreeg ze in 2007 en 2008 de Deutscher Krimi Preis, en daarnaast de Friedrich Glauser Preis 2007. Beide boeken zijn gebaseerd op een waargebeurde misdaad, maar fictie is er op een geraffineerde manier mee aan de haal gegaan. In Tannöd was het de nooit opgeloste zesvoudige moord uit 1922 in een Beiers dorpje, die de auteur verplaatste naar de jaren vijftig die ze politiek en sociaal interessant vond; in Kalteis leent een seriemoordenaar- en verkrachter, in München eind jaren dertig, zich voor een blik in die tijd.
De zeer grondige research die Schenkel verricht wordt als achtergrondinformatie gebruikt. Belangrijk is dat een verhaal uit verschillende perspectieven verteld wordt, dat houdt de aandacht vast en geeft ook de lezer de mogelijkheid na te denken, verklaringen en getuigenissen tegen elkaar af te wegen.
'Ze knielt voor me. Haar handen zijn op haar rug met een stuk waslijn om haar polsen samengebonden. Haar rug is gebogen, haar schouders hangen.'
'Ik zit op mijn knieën voor hem. Mijn handen zijn op mijn rug vastgebonden. Hij staat nerveus voor me van de ene voet op de andere te wippen. Ik probeer hem niet aan te kijken.'
'Waar is de sleutel? Zeg op, waar is de sleutel?' Met mijn linkerhand trek ik een paar keer stevig aan het haar, waardoor er bloeddruppels als een waaier op mijn overhemd vliegen. Waarom zit ze nou te janken? 'De sleutel, anders...' '
'Hij trekt met zijn ene hand mijn hoofd achterover, aan mijn haar. Dan haalt hij uit. Ik voel een intense pijn. Het lijkt wel of mijn schedel barst. Hij heeft me in het gezicht geslagen, die rotzak. De sleutel... Ik heb de sleutel niet.'
In Bunker wordt een jonge vrouw ontvoerd en in een afgelegen molen vastgehouden. De ontvoerder lijkt op een sleutel uit te zijn, maar die verdwijnt al snel op de achtergrond bij het rollenspel van dader en slachtoffer, dat wendt en keert en geniepige, groteske vormen aanneemt. Hoewel er genoeg gijzelingsdrama's uit de realiteit te plukken zijn, is dit verhaal niet op één bepaalde zaak gebaseerd.
Zoals in haar vorige boeken hanteert Schenkel de taal in bedrieglijk eenvoudige, korte, volle kracht. Niet alleen wisselen dader en slachtoffer elkaar af, er zijn ook flitsen van hulpdiensten als politie en ambulance bij de molen, die een zwaargewonde meenemen. Wie dat is wordt pas aan het eind duidelijk.
Het schuiven met herinneringen van beide hoofdpersonen - de hallucinante dromen van de vrouw, die als meisje smerige, misschien levensgevaarlijke streekjes leverde, de bittere gedachten van de man aan zijn vader en moeder -, de verwrongen werkelijkheid kan alleen maar ontaarden in grof geweld.
Andrea Maria Schenkel houdt niet van vreselijke verhalen die goed aflopen. Haar lezers moeten beelden meekrijgen die blijven hangen en uitgesponnen kunnen worden. Daarom is zelfs de verhouding tussen de ontvoerde en haar medegevangene, een vlieg, angstig mooi opgeschreven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.