'Toen mijn vader een struik werd, woonden we ergens anders. Ik dacht in die tijd nooit dat het daar ergens anders was. Het was overal ergens anders, behalve waar we woonden.' In Toen mijn vader een struik werd van Joke van Leeuwen, maken we kennis met Toda. De ijzeren logica van dit typische Van Leeuwen-personage is onontkoombaar en grijpt vanaf de eerste regel naar de keel.
Want het is oorlog in het land waar Toda woont en haar versimpeling - 'je hoort bij de enen of de anderen' - mag precies raak zijn, maar verandert weinig aan de situatie: alleen je gedachten zijn nog vrij, hoe mooi ook verwoord.
Toda's vader is banketbakker, tot hij onder de wapenen wordt geroepen. Hij leert uit het boek Wat elke soldaat moet weten hoe hij zichzelf moet camoufleren. Toda vindt dat wel geruststellend. Vanaf nu is hij een struik en wie gaat er op struiken schieten? Vader gaat zich ergens verstoppen in het zuiden en oma komt op de bakkerij passen.
Maar ook in eigen stad is het niet veilig. Dagelijks bulderen de kanonnen in de omringende heuvels en oma vindt elke nacht onder de werkbank tussen de zakken mail te bivakkeren best een keer leuk maar niet voor altijd. Dus stuurt ze Toda naar haar moeder in het buurland, op weg waar naartoe ze verdwaalt in de grensstreek nadat mensensmokkelaars haar al haar geld hebben afgenomen en in de steek gelaten.
Nog steeds verwijt Toda niemand iets. Ze blijft als van een afstandje welwillend naar het gedoe van de mensen kijken en brengt verslag uit in een taal van kleurige boetseerklei, die niet lijkt te kunnen opdrogen. Waar het maar even kan, laat Van Leeuwen haar markante, cartooneske illustraties ook nog een ander, meestal wat luchtiger, verhaal vertellen.
Dichter, kinderboekenmaker en cabaretier Joke van Leeuwen kreeg kort geleden de Gouden Ganzenveer. Na de Theo Thijssenprijs in 2000 is dit de tweede keer dat haar volledige oeuvre bekroond werd. De afgelopen twee jaar was ze stadsdichter van Antwerpen en afgelopen winter kwam de verfilming van een van haar best gewaardeerde boeken Iep! uit.
Wat maakt haar werk zo uniek? Het is niet het knappe spel met taal en beeld; dat is de afgelopen decennia mede dankzij Van Leeuwen iets behoorlijk gewoons geworden in het betere kinderboek. Vele malen interessanter is de onbevangen manier waarop ze een eigen en tegelijkertijd toch ook universele kijk op de maatschappij in haar verhalen weet te verwerken, op een manier die kinderen er feilloos uit kunnen halen. Haar fantasievolle boeken ogen vriendelijk frivool, maar het verhaal dat eronder ligt kan keihard zijn.
Toen mijn vader een struik werd is daarvan een perfect voorbeeld, misschien wel omdat de schrijfster een scherpere kant van de wereld laat zien dan in haar meeste andere boeken.
De pijnlijke ontvangst van de bus met kinderen in het Huis van Algemeen Belang, waar de vluchtelingen ineens worden omspoeld door moeders met kinderen die afgedankt speelgoed komen brengen en heel boos worden als ze niet duidelijk genoeg bedanken, is pas het begin van de ellende.
Op het dieptepunt voelt Toda, die als ze eindelijk het buurland bereikt een nieuwe en voor haar volkomen onbegrijpelijke taal moet leren, zich een postpakketje dat steeds maar verkeerd wordt bezorgd.
Hoewel overal de verwondering de boventoon blijft voeren, is de boodschap overduidelijk. Kijkend door de ogen van de nuchtere Toda staat de lezer toch op een bepaald moment naar zichzelf te kijken en dat kan niet alleen maar grappig zijn.
Als actualiteit en kunst elkaar raken, gaat het vaak mis. Maar dat is bij Joke van Leeuwen niet het geval. Voor het eerst sinds het indrukwekkende Bezoekjaren (1998) komt Van Leeuwen weer zo dicht in de buurt van schrijnende kwesties uit het leven van vandaag. En dat mag wel eens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.