Lamlendigheid troef in de nieuwe roman van Christophe Vekeman (1972). Vraag zijn personage Vincent de Wimper wat zijn definitie is van volmaakt geluk en hij antwoordt: porno kijken en nooit klaarkomen. Maar dan relativeert hij: 'Geluk is uiteraard onbereikbaar - meer bepaald is het de levensechte dood -, maar dat je af en toe een poging onderneemt om er eens van te proeven, is niets om overdreven stiekem over te doen.'
Reden van dit malheur is dat Vincent tien maanden eerder is verlaten door zijn vriendin Patty met wie hij zeven jaar een relatie had. Landerig brengt hij zijn dagen door. Hij poogt een zelfhulpboek te schrijven, kijkt naar seks, fantaseert dat hij in de auto zit met Duffy (niet Patrick uit Dallas, maar de zangeres), zoekt troost bij een imaginair hondje, verbeeldt zich dat zijn vader overlijdt en hij niet in staat is de begrafenis bij te wonen.
Ook droomt hij over een reis door de States, bezoekt hij Wim de psycholoog die aan het bestaan van Patty twijfelt en nu en dan spreekt Vincent met Johannes, de buurman. Hun gesprekken zijn al even futloos: 'Gekocht? Ook op die braderie vanochtend?'vraagt hij.
'Nee, in de Carrefour,' zeg je.
'Hier aan de Dampoort?'
'Nee, die in Lochristi'.
'Ín die ben ik nog nooit geweest,' zegt hij.
'Goeie Carrefour,' prijs je. 'Het is daar veel groter'.
Zo keuvelen ze verder. En een enkele keer is het best grappig, maar al met al geeft Vekemans vijfde roman zich inhoudelijk moeizaam prijs.
Wat is de bedoeling? In het licht van Vekemans eerdere werk, Een borrel met Barry (2005), Lege jurken (2008) valt op hoe somber de toon is in 49 manieren om de dag door te komen. Blader je nog eens door dat vroegere werk dan is het duidelijk dat er - soms tegen heug en meug - gelachen moet worden, en ook dat deze schrijver collega Herman Brusselmans heeft gelezen en derhalve niet vies is van absurde wendingen, van malligheid en ondermijnende interventies.
Op een haast collage-achtige manier componeert Vekeman zijn verhalen bij elkaar en laat hij zich kennen als een auteur voor wie vorm belangrijker is dan inhoud. Scènes staan op zichzelf en zijn niet noodzakelijk van belang voor de loop van het verhaal.
't Is allemaal slechts bij benadering, niet exact. Vekeman richt zich op het geheel van zijn collage, niet op de afzonderlijke delen, die hierdoor bijna automatisch iets willekeurigs hebben.
Zo gezien past 49 dagen om de dag door te komen naadloos in Vekemans oeuvre. Het is een collage, opgebouwd uit herinneringen, verlangens, fantasieën, dromen en wanen. Het verbeeldt sombere verveling, verdrietigheid die nijgt naar zelfmedelijden en waanzin.
Alle facetten die horen bij het gedumpt worden door een geliefde komen aan bod. Een nikserig gesprek met een buurman valt zo uitstekend op z'n plaats, evenals het dromen over een onbereikbaar alternatief als Duffy of het teruggrijpen op oude zekerheden, zoals het onzichtbare hondje uit de kindertijd.
En al voert vreugdeloosheid de boventoon, Vekeman zou Vekeman niet zijn als de komische noot zou ontbreken. Sinds het onzichtbare hondje terug is heeft Vincent de Wimper maar liefst vijftien bordjes op zijn deur gespijkerd met de tekst 'Ik waak hier voor mijn baas'. Dan gaat het hondje nog dood ook.
Boeiend wordt het wanneer Vincent aan zijn therapeut vertelt: 'Ik ben gehavend' en 'Ik ben gekwetst.' Dat is ongeveer de kern van de zaak. Jammer genoeg belandt deze opmerking op dezelfde hoop als Vincents wanen en fantasieën. Iets dergelijks past binnen de roman, zoals de roman past binnen het oeuvre. Het verhaal op zichzelf gezien ontbeert toch de inhoud.
Christophe Vekeman: 49 manieren om de dag door te komen. De Arbeiderspers; 232 pagina's; € 18,95. ISBN 978 90 295 72316.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.