Mevrouw Couperus

Auteur:
S. Zijlstra
Genre:
Fictie - Literatuur & Poëzie
 
 
Uitgever:
Contact B.V., Uitgeverij
ISBN-nr:
9789025422899
Formaat:
Paperback
Verschenen augustus 2007
Ook verkrijgbaar als: Paperback
Mevrouw Couperus Mevrouw Couperus Mevrouw Couperus

Gehijg achter het badhuis

Ze stierf in 1960, vrijwel zonder bezittingen, als 92-jarige bewoonster van een pension in Den Haag: Elisabeth Couperus-Baud ('Betty') had haar echtgenoot bijna 37 jaar overleefd. Zoveel als we van hém weten, de reislustige schrijver Louis Couperus, met name dankzij de biografieën van Henri van Booven (uit 1933) en Frédéric Bastet (uit 1989), zo schaars is de informatie over zijn eega, die ook zijn nicht was, en door hem zelf tot zijn 'onvermoeide Secretaresse' werd betiteld - ze placht zijn manuscripten voor publicatie in het net over te schrijven. 'Zij kwam veel te kort,' volgens Bastet, en 'als het er op aankwam, hield hij weinig rekening met haar'. Zij heeft veel moeten verdragen, merkte Gerard Reve op in zijn lezing Het geheim van Louis Couperus (1987), en ze is 'onder wat zij als haar levenstaak meende te moeten volbrengen meer dan één keer psychisch bijna bezweken'.

Ze hield van haar man, vergezelde hem naar Nice, Rome, Afrika en Japan, steunde hem voortdurend, maar heeft vermoedelijk ook in stilte geleden onder het feit dat hun huwelijk kinderloos bleef (Reve meende dat het paar, 'als priester en non' levend, nooit het bed heeft gedeeld), terwijl ze op gezette tijden tabak kreeg van al die bezoeken aan kerken en musea die haar man ondernam, waarbij een uitvoerige inspectie van gebeeldhouwde of delicieus geschilderde mannentorso's nimmer achterwege bleef.

Documenten die inzicht hadden kunnen verschaffen in Couperus' veronderstelde homoseksualiteit zijn door Elisabeth na zijn dood in 1923 vernietigd. Toch kon biograaf Bastet nog genoeg gegevens achterhalen om zijn pontificale stelling te schragen dat Couperus even homoseksueel moet zijn geweest als de paus van Rome katholiek is.

Veronderstellingen en vermoedens te over, maar over Elisabeths depressie in 1900 weten we alleen iets uit brieven van Couperus. Aan zijn uitgever Veen schreef hij die zomer dat ze 'wat nerveus' was, en een maand later dat er verbetering was 'dank zij suggestie en hypnose van Dr. Benda'. Zonder verdere toelichting van hem - en ook niet van zijn tweede biograaf.

Zijn nichtje in Indië berichtte Couperus dit: 'Betty is veel beter: verbeeld je, het was geen rheumatiek, maar het waren zenuwen: van louter nerfjes kon zij niet loopen, de arme doedel.' Vriendelijk bedoeld, maar door de geamuseerd-vaderlijke, niet van grote bezorgdheid getuigende toonzetting tegelijk een bewijs van de kloof die tussen de schrijver en zijn eigen vrouw moet hebben gegaapt.

De aard van die kloof nu wordt nader onderzocht door de roman Mevrouw Couperus van debutante Sophie Zijlstra (Den Haag, 1967). Met gebruikmaking van authentieke gegevens, en zelfs integrale brieven van Couperus aan zijn uitgever Veen, heeft ze dat ene zinnetje over de therapie van die eenmalig genoemde Dr. Benda uitgebreid tot een suggestief verhaal over de aard van Elisabeths depressie, de behandeling die zij onderging, en de manier waarop zij haar door dienstbaarheid getekende leven toch weer kon aanvatten.

Stukje bij beetje wordt 'mevrouw Couperus' gedwongen haar ziel bloot te leggen tegenover de dokter, die haar uit een letterlijk verlamde toestand weer op de been kreeg. In Mevrouw Couperus lukt dat niet door zijn hypnose, maar door haar eigen associaties.

Het had allemaal iets te maken met Nederlands-Indië (waar neef Louis en nicht Betty elkaar reeds als kind troffen), met geheime gevoelens, middernachtelijk gehijg achter het badhuis op Java, mysteriën die daarginds vrijelijker rond konden spoken dan in het stijve Den Haag.

Sophie Zijlstra is beheerst te werk gegaan, zonder te vallen voor de verleiding om met een snuf vulgaire psychologie en een scheut hip taalgebruik een snotterige vrouwengeschiedenis te brouwen. De ware tragedie is altijd in een dilemma of conflict gelegen, en dat is in dit - altijd onderbelichte - geval niet moeilijk aan te wijzen, daar Couperus zijn zinnelijkheid en esthetische vervoering reserveerde voor zijn werk en die daarbuiten in ieder geval niet op vrouwen richtte, terwijl zijn echtgenote hem ondanks haar periodieke buien van melancholie altijd trouw bleef.

'Er is niets wat wij delen', laat Zijlstra haar Elisabeth tegen Dr. Benda zeggen, en dat is een uitspraak die fors aandoet, maar wel voorstelbaar is, doordat de neerslachtige patiënte zich in de vertrouwelijkheid van zijn spreekkamer hardop naar de oorzaak van haar onmacht toe denkt.

Toen Couperus met haar huwde, dacht hij aan een leven van 'samenwerken, samenleven', schrijft Zijlstra met een ironische knipoog naar het motto waaronder het huidige kabinet opereert - en dat is niet genoeg gebleken, althans niet voor de partij die op wederkerige liefde had gehoopt, en over háár liefde niet aarzelt.

Het drama komt langzaam maar zeker naar boven, wordt hier eens aangetipt, daar omslachtig benaderd, voortdurend uitgesteld maar ten slotte in een therapeutische sessie als in een broeierige roes onthuld: op die manier is Mevrouw Couperus een echt Couperus-verhaal geworden, met zinnen die soms vervat lijken in zíjn zangerige ritme vol stuwende herhalingen ('Hij wil het niet horen, dit, dit ene waarvan men denkt dat het niet zijn kan tussen een man en een vrouw, dit ene waarom huwelijken ontbonden worden'), en met een verhaal dat speelt in de zomer dat Couperus dan maar zelf het netschrift van De Stille Kracht ter hand nam.

Al laat deze roman de figuur Couperus van een killere kant zien (geen gefantaseerde, zoals de documentatie uitwijst), door de toon en compositie is Mevrouw Couperus ook een verstolen revérence voor de grote schrijver. Je vraagt je af waarom we nooit eerder goed naar Betty Baud hebben gekeken. Ze was intelligent en had ook humor: ''s Avonds heb ik pijn aan mijn gezicht van het glimlachen, blijkbaar glimlach ik veel om dingen van mensen gedaan te krijgen. Zouden baby's ook moe worden van het glimlachen?'

In die laatste zin wordt zonder nadruk een gevoelig punt aangeroerd. Al zou Elisabeth dit nooit hebben gewild, bijna een halve eeuw na haar eenzame dood wekt Sophie Zijlstra de arme doedel stijlvol tot leven. 'In zijn witte pak, met zijn keurig getrimde sik, zijn tropenhelm die zo helemaal niet op zijn plaats was in de Zuid-Italiaanse havenstad en zijn gemanicuurde handen waar af en toe de vonken van af leken te slaan wanneer een van zijn ringen het zonlicht weerkaatste... Een vreemde.'

(Recensie door Peters Arjan, gepubliceerd op 31-08-2007)

      mail Doorsturen      print Printversie

Geef jouw oordeel over "Mevrouw Couperus"

naam
e-mailadres
beoordeling
reactie

nog karakters
 
 
algemene voorwaarden en gedragscode
 

meer recensies voor genre 'Fictie'

Recensie voor 't Manco - G. Perec , door Truijens Aleid

Recensie voor 19 keer Katherine - J. Green , door Lenteren Pjotr

Recensie voor 1988 - A. Kok , door Onkenhout Paul

Recensie voor 1q84 - Haruki Murakami , door Bockting Berend Jan

Recensie voor 25 45 70 - Jamal Ouariachi, David Pefko, Daan Heerma van Voss , door Stephan Sanders

meer recensies voor auteur 'S. Zijlstra'

Recensie voor Potifars vrouw - Sophie Zijlstra , door Serdijn Danielle

ZOEK IN BOEKEN

Keuze van de redactie

Ons kamp

M. Vuijsje


Oscar

Jan Siebelink




De inzending

Amy Waldman


best gewaardeerd


5 (1 stem)

Schrijver

Karl Ove Knausgård



5 (1 stem)

Een verhaal met een angel

Dave Goulson



De VK tv-series