- Auteur:
- Tonnus Oosterhoff
- Genre:
-
Fictie
- Literatuur & Poëzie
-
-
- Uitgever:
- Bezige Bij, De
- ISBN-nr:
- 9789023469742
- Formaat:
- Paperback
Verschenen oktober 2011
De dichter is geen koe, maar een aap
Er valt veel te lachen, maar meer nog te huiveren in Leegte lacht, de overdonderende nieuwe dichtbundel van Tonnus Oosterhoff.
Deze regels schreef Tonnus Oosterhoff bij Number 12: '. . .en uit het ei de schedel komt, / de vis, het ei. . . / de hamer komt. 't Is má-agie/ dat uit het ei de hamer komt, de energie. De energie van het korset, de snelheid van de vrouwenborst: verdraaid als dit geen danser wordt!'
Number 12 is het meesterwerk van de Amerikaanse filmexperimenteel, etnomusicoloog en 'magiër' Harry Everett Smith (1923-1991). Het is een zwart-wit animatie uit 1957, waar de tekenfilmpjes van Monthy Python in hoge mate schatplichtig aan lijken. Een stroom van de merkwaardigste metamorfosen en toevallige, niet rationeel met elkaar te verbinden gebeurtenissen.
Dat Oosterhoff in zijn nieuwe bundel Leegte lacht een hommage aan Smith brengt - want dat lijkt zijn gedicht me - is geen wonder. Van de meest uiteenlopende flarden dialoog, metaforen, woordspelletjes, 'nachtkrabbels' en gevonden brokken taal maakt Oosterhoff al bundels lang eenzelfde soort collageachtige 'wartaal' als Smith met zijn beelden.
Een wartaal die van alles los wrikt en oproept (betekenis 'lekt' noemt Oosterhoff dat). Wat normaliter door ons keurig in denk- en waarnemingsconventies opgevoede brein uit de werkelijkheid wordt gefilterd, komt in die wartaal juist tevoorschijn. Bij deze manier van schrijven, waarmee Oosterhoff zich ontwikkelde tot een van de belangrijkste vernieuwers van onze poëzie na Lucebert, ontstaan er geen naadloos sluitende taalconstructies. De dichter wil en kan niet meer door de trompet van de traditionele poëzie blazen; dat trompetje ligt als een glazen kerstversiering 'in naaldscherpe scherven' onder de boom.
Hij karnt zijn overal vandaan gesleepte taalmateriaal net zolang tot het in nieuwe samenhangen bijeenklontert en er ongebruikelijke ervaringen, beelden en zelfs anekdoten uit opbloeien. Adembenemend broze samenhangen op de rand van uiteenvallen en chaos. Een warreling van wonderschone, typisch Oosterhoffse scènes en fragmenten levert dat in Leegte lacht op. Een 'oorlogspaard' dat 'onder zijn kozak uiteengereten gaat worden'. Een vermoeide vader die door een schreeuwende baby uit warrige dromen gewekt wordt, denkt: 'Geborene kun je niet wennen aan het gieren van adem en bloed'. Of collega Frans Budé die in een sardonisch loflied tot heilige wordt opgepompt ('Frans verast moeilijk, ook is hij slecht gaar te krijgen').
En het blijft niet bij schrijnende of hilarische scènes. In unheimische gezinstaferelen en nachtmerrieachtige stamelingen ('ik had niet vallen mogen') bereikt Oosterhoff een aangrijpende intimiteit. Maar wat heeft het voor zin, vraagt de dichter zich af, dit alles op te roepen tegenover de alomtegenwoordige dood en de leegte? 'Maak een prop van deze beelden, gooi hem weg, je hebt er niets aan. . .'
'De dichter is een koe', schreef Gerrit Achterberg ooit: na het bijeengrazen en herkauwen van zijn ervaringen, schenkt hij de mensheid de voedzame melk van zijn poëzie. Het openingsgedicht van Leegte lacht lijkt hiernaar te knipogen. Aapje Pietje klimt uit behoefte naar 'weten' steeds hoger in zijn hok, tot vlak onder het plafond. Vandaar bekogelt hij de verzorgers beneden met zijn uitwerpselen, 'en hij keek er heel dom bij'.
Met andere woorden: de dichter is een aap. En ook al is hij slimmer dan hij zich voordoet, wat er buiten zijn kooi is, komt hij toch niet te weten en zijn gedichten blijven nutteloze keutels van wat hij toevallig te vreten heeft gekregen. Veel meesterlijke dieren zijn er in deze bundel en zoals gebruikelijk bij Oosterhoff valt er veel te lachen. Maar de lach wordt onheilspellender, en de grimmige kijk gaat steeds meer de boventoon voeren. 'Je bent vergeefs op aarde, bourgeois dichter,' roept Oosterhoff zichzelf toe, 'je leeft voor niets (. . .) Overbodig zijn, boventallig, overtollig zijn/ en dit weten en toch leven, een buikje hebben.'
Wat een inktzwarte, maar schitterende en overdonderende bundel.
(Recensie door Erik Menkveld, gepubliceerd op 12-12-2011)
1 reactie
houd ik nog even voor me, als t mag