In zijn twee kilo wegende roman 2666 bekeerde de Roberto Bolaño zich tot de vertelkunst. Postuum werd hij een bestsellerauteur.
Roberto Bolaño (1953-2003) mocht graag foeteren op de Latijns-Amerikaanse literatuur die na de grote internationale doorbraak van de jaren zestig en zeventig is verschenen. Vooral de volgelingen van García Márquez moesten het ontgelden. Met hun exotische kitsch bedienden schrijvers als Isabel Allende en Luis Sepúlveda het Europese publiek op zijn wenken maar met literatuur had het allemaal weinig meer te maken. Ook Carlos Fuentes en Mario Vargas Llosa waren in zijn ogen geen pioniers van een nieuwe literatuur maar hekkensluiters.
Julio Cortázar ontbreekt op Bolaño's hitlist en dat is natuurlijk geen toeval. Cortázar: de boom-schrijver die het avant-gardistische knutselwerk prefereerde boven de grote verhalen over de Latijns-Amerikaanse identiteit van Fuentes, García Márquez en Vargas Llosa. Cortázar: de schrijver van Rayuela: een hinkelspel, de existentiële en artistieke odyssee die door elke pagina van De wilde detectives heen schemert, Bolaño's roman uit 1998 die zijn reputatie van tegendraadse cultschrijver definitief vestigde.
De verliteratuurde levenshouding waarvan De wilde detectives is doortrokken bepaalt ook de sfeer van het eerste deel van 2666, de bijna twee kilo wegende roman die Bolaño postuum buiten Nederland de status van bestsellerschrijver bezorgde. Vier critici - een Spanjaard, een Fransman, een Italiaan en een Engelse - vinden elkaar in hun grote liefde voor de mysterieuze Duitse schrijver Benno von Archimboldi. De literatuurvorsers reizen heel wat af (naar congressen, naar elkaar) en belanden uiteindelijk in Santa Teresa, de Mexicaanse grensstad waarin de verhaallijnen van de vijf delen van 2666 losjes samenkomen.
Het nadrukkelijke spel met de literatuur krijgt in de volgende delen steeds meer concurrentie van een totaal ander onderwerp: de gruwelijke, geheimzinnige vrouwenmoorden in Ciudad Juárez, de stad die model stond voor Bolaño's Santa Teresa. Sinds 1993 zijn daar honderden vrouwen verkracht, gemarteld, verminkt en omgebracht, om daarna op vuilstortplaatsen of langs de kant van de weg te worden gedumpt. Tot op de dag van vandaag is niet duidelijk wie de daders zijn en gaat het moorden door.
In 'Het deel van de misdaden' - het vierde en langste deel - boekstaaft Bolaño meer dan honderd gevallen. Hij houdt daarbij het mysterie in stand door zich telkens te beperken tot de vondst van het lijk en wat daaruit kan worden afgeleid over de manier waarop het slachtoffer aan haar einde is gekomen. Al die zakelijke beschrijvingen krijgen op den duur iets eenvormigs, met als gevolg dat de seriemoorden voor de lezer bijna even 'gewoon' worden als ze inmiddels voor de bewoners van Ciudad Juárez moeten zijn. Precies het omgekeerde gebeurt in de gevangenisfragmenten waarin het gewelddadige gedrag tussen mannen onderling centraal staat. Ze zijn even nuchter van toon maar veel minder talrijk en beschrijven niet zozeer de gevolgen van het geweld als wel de gewelddaden zelf, en dat is zelfs voor iemand met een sterke maag meer dan hij kan verdragen.
De microscopische aandacht voor het geweld en de onbewogen, realistische vertelwijze van 'Het deel van de misdaden' doen sterk denken aan het werk van Vargas Llosa. Ook de fragmentarische vervlechting van de verschillende verhaallijnen hebben veel weg van wat de Peruaanse schrijver in romans als Het groene huis en Gesprek in De Kathedraal heeft gedaan. Voeg hierbij het feit dat 'Het deel van de misdaden' vanwege de omvang, de thematiek en de setting het hart van de roman vormt en het hoeft niet te verbazen dat 2666 een veel Latijns-Amerikaansere indruk maakt dan we van Bolaño gewend zijn. Misschien verklaart dit iets van het enorme succes van de roman, al heeft de vroegtijdige dood van de schrijver ook een belangrijke rol gespeeld (Bolaño overleed in 2003 op 50-jarige leeftijd, toen hij 2666 op een haar na had voltooid). De mythe rond zijn leven en persoon was niet langer in handen van hemzelf maar vogelvrij geworden.
Maar 2666 biedt ook veel tegenwicht aan het exotische beeld dat het Mexicaanse luik oproept. Zo speelt een aanzienlijk deel van de roman zich in Spanje, Duitsland en de Verenigde Staten af en zijn veel personages Europeaan of Noord-Amerikaan. Wat deze roman er echter vooral voor behoedt om voor 'typisch Latijns-Amerikaans' door te gaan, is de centrale rol van de literatuur zelf. Boeken, schrijvers: ze duiken overal en nergens op, als ze al niet de hoofdrol spelen, zoals in het vijfde en laatste deel. Dat vertelt het verhaal waarvoor de literatuurvorsers uit het eerste deel een moord zouden hebben gedaan: de levensgeschiedenis van Benno von Archimboldi. Op slinkse wijze manoeuvreert Bolaño de lezer in een positie die veel lijkt op die van de vier literatuurcritici, want over de schrijver Archimboldi komen we nauwelijks iets te weten. Waarom schreef hij? Wat waren zijn motieven en ideeën? Bolaño onttrekt het allemaal aan het zicht van de lezer. Het intrigerende gevolg is dat de Duitse schrijver net als de Mexicaanse vrouwenmoordenaar(s) een mysterie blijft. Maar er is ook een verschil: de schrijver belichaamt het mysterie van het goede, de vrouwenmoordenaar(s) het mysterie van het kwaad.
Literatuur en het kwaad: het zijn de twee grote thema's die het hele oeuvre van Bolaño beheersen. Maar nooit eerder kregen ze zo indrukwekkende gestalte en werden ze zo indringend met elkaar verweven als in 2666. Dat komt, denk ik, omdat Bolaño aan het eind van zijn leven de Vargas Llosa in hemzelf niet langer negeerde en daarmee een stuk dichter in de buurt kwam van de grote Latijns-Amerikaanse vertellers tegen wie hij zich altijd had afgezet.
2666 Roberto Bolaño Het magnum opus van een van de grootste LatijnsAmerikaanse schrijvers 2666 verschijnt bij gerenommeerde...
2666
Roberto Bolaño
Het magnum opus van een van de grootste LatijnsAmerikaanse schrijvers
2666 verschijnt bij gerenommeerde buitenlandse uitgeverijen in onder meer Frankrijk, Duitsland, Engeland en Amerika.
Vier mannen worden verbonden door hun gemeenschappelijk fascinatie voor het werk van Benno von Archimboldi, een mysterieuze Duitse schrijver. Ze maken een absurde bedevaart naar Santa Teresa, aan de grens van Mexico met de Verenigde Staten, waar Archimboldi zou zijn gezien. Eenmaal in Santa Teresa komen ze erachter dat de stad sinds jaren het decor vormt van een reeks afschuwelijke misdrijven. Op de vuilstortplaatsen van de stad worden met grote regelmaat levenloze lichamen van vrouwen aangetroffen. Allemaal vertonen ze sporen van meedogenloze verkrachting en marteling.
2666 is een roman boordevol gedenkwaardige personages, wier verhalen twee continenten omspannen en de Europese geschiedenis van de twintigste eeuw bestrijken. Het is een even rijk als vermetel waagstuk, dat voortdurend balanceert op de rand van de lach en de verschrikking, en de kenmerken bevat van een detective, een episch gedicht en een fi losofi sche roman.
Roberto Bolaño (Santiago, Chili, 19532003) geldt als een van de grootste schrijvers van de LatijnsAmerikaanse literatuur. Hij ontving de Premio Rómulo Gallegos, de belangrijkste literaire prijs in LatijnsAmerika, eerder gewonnen
door Mario Vargas Llosa, Gabriel García Márquez en Javier Marías.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.