- Auteur:
- Beverley Naidoo
- Genre:
-
Jeugd
- Kind & Jeugd
-
-
- Uitgever:
- Lemniscaat, Uitgeverij
- ISBN-nr:
- 9789047703778
- Formaat:
- Gebonden
Verschenen juni 2011
In de Afrikaanse fabels van Aisopos is de vos een jakhals
De fabels van Aisopos (ca. 620 - ca. 560 voor Christus) worden nog geregeld vertaald en bewerkt, meestal voor kinderen.
Recent verscheen nog De fabels van Aesopus (Leopold, € 18,95, ****), waarin de gevierde klassiekenkenner Imme Dros de verzameling van Fiona Waters vertaalt, met illustraties van de Italiaanse kunstenaar Fulvio Testa.
Jammer dat de oud-gymnasiast - die toch beter moet weten - van deze Griek toch weer een Romein maakt, maar verder is het een zeer degelijk werk: wie op zoek is naar een moderne, toegankelijke fabelcollectie voor de kinderen, kan hier geen buil aan vallen.
Dat het ook verfrissend anders kan, laat de in Engeland wonende Zuid-Afrikaanse Beverley Naidoo (Johannesburg, 1943) zien. Ze zet de verhalen van Aisopos in een Afrikaans decor: de vos is een jakhals, het everzwijn een wrattenzwijn en de slang een cobra. Vrijwel tegelijkertijd met de Engelse editie verschijnt de Nederlandse vertaling: De Hond, de Haan en de Jakhals.
Aan haar aanpak ligt een aardige gedachte ten grondslag. Naidoo hield als kind al veel van de oude Europese fabels en niemand kon haar vertellen waarom er toch zoveel Afrikaanse dieren in voorkomen. Volgens Herodotos was Aisopos een slaaf uit Thracië, bij de Zwarte Zee, maar stel nu eens dat de geschiedschrijver het mis had, en hij een Afrikaanse slaaf was?
Wetenschappelijk te staven is deze gedachte niet, maar haar zonnige versies werken wonderwel. Behalve klassiekers die niet mogen ontbreken zoals 'De krekel en de mier' en 'De leeuw en de muis' komt ze met exotische Afrikaniseringen als 'De jakhals en de klipspringer' en 'De koedoe bij de drinkplaats'.
Haar toon is daarbij lekker cynisch, wat in het Nederlands nog wordt geholpen door de droge humor van vertaler Koos Meinderts.
De moraal krijgt nu eens niet de overhand in wat, welbeschouwd, niet alleen levenslessen maar ook historische dijenkletsers zijn.
Het best gelukt is 'De ezel, de jakhals en de leeuw'. Tijdens een hongersnood besluiten de jakhals en de ezel samen op zoek te gaan naar eten. Als ze niets meer vinden en de jakhals als eerste de leeuw tegenkomt, probeert hij zijn vriend een loer te draaien. Geen goed plan, want de leeuw profiteert van de list en vreet ze allebei op. 'Een tweegangenmenu', grijnst de verteller. 'En dat in deze bittere tijden!'
Of neem de arrogante aap, die tijdens het verdrinken ontdekt: 'Behalve dat hij niet kon vissen, kon hij ook niet zwemmen.' Meinderts' smakelijke zinnen laten maar weer zien dat ook bij vertalen schrijfkunst voorop staat.
En dat is maar goed ook, want 'etnische' bloemlezingen krijgen al gauw iets dweperigs. Er dampt dan een sfeer van swingende inboorlingen, autobandsandalen, ijzerdraadspeelgoed en felgekleurde jurken uit op.
Daar hebben de ruige tekeningen van de Zuid-Afrikaanse illustrator Piet Grobler (1959) gelukkig nooit last van. Zijn beste prentenboek tot nu toe is het briljante Eén slokje, kikker! (Lemniscaat, 2002, € 12,95). Maar ook in De Hond, de Haan en de Jakhals zien we zijn pentekeningen en aquarellen in volle glorie, vol van de grappige, rebelse en vrolijke vogeltjes die zijn werk kenmerken.
Zonde, dat de dierenaanduidingen zo inconsequent zijn. De ene keer is het 'de haan' en 'de hond', later is het, zonder lidwoorden en met hoofdletters: 'Leeuw en Mug'. De titel van het boek doet het wéér anders. Schoonheidsfoutje, dat aan de kwaliteit en originaliteit van dit boek overigens weinig af doet.
Wie een degelijke, complete collectie wil, neme De fabels van Aesopus van Dros, Waters en Testa. Wie eens wat anders zoekt, neme de Afrikaanse fabels van Naidoo, Meinderts en Grobler.
(Recensie door Pjotr van Lenteren, gepubliceerd op 08-08-2011)