Mijd Alice, want waar zij verschijnt, is de dood nabij. Die gedachte dringt zich op bij lezing van Alice van de Duitse Judith Hermann. Het boek telt vijf hoofdstukken die alle de naam van een man dragen. Deze mannen gaan of zijn dood. Alice heeft ze gekend.
Judith Hermanns talent openbaart zich in korte verhalen. In 1998, 28 jaar oud, debuteerde ze met Sommerhaus, spater, een bundel over jonge mensen in Berlijn, waarmee ze grote indruk maakte. Vijf jaar later verscheen Nichts als Gespenster met verhalen die zich afspeelden in IJsland, Tsjechië en Amerika. Beide werken zijn vertaald.
In Alice is Hermann teruggekeerd naar Duitsland, zij het niet helemaal; een van de stervende mannen woonde in Italië, aan het Gardameer. Ook dit werk bestaat uit verhalen, die alle dezelfde hoofdpersoon hebben, Alice. Zij verliest in elk verhaal een kennis, vriend of geliefde. Een uitzondering vormt het hoofdstuk over Malte, een homoseksuele oom die veertig jaar geleden zelfmoord pleegde.
Het beeld van de stervende mannen blijft onscherp; het zijn de levenden die op de voorgrond treden. Voor de naasten is de dood ingrijpend, is het alsof de tijd even wordt stil gezet, maar voor de rest van de mensheid draait de wereld door.
Het bijzondere is Hermanns nuchtere en precieze stijl en glasheldere taal, waarmee ze over beide elementen schrijft: de omgang met de dood door de nabestaanden en de grote buitenwereld. De dood wordt zonder valse sentimenten benaderd. Aanvankelijk lijkt Alice de dood op afstand te houden, maar dit verandert in het laatste hoofdstuk. Dan is haar geliefde Raymond gestorven en ze ruimt zijn kledingstukken op. 'Het ging erom de herinnering aan hem te bewaren zonder er krankzinnig van te worden.' Het lijdt geen twijfel dat dit haar zal lukken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.