Aomame is een huurmoordenares, Tengo een wiskundige. Ze zijn 29 en 30, en wonen in Tokio. Wat hen nog meer bindt, onthult Haruki Murakami in zijn grote roman '1q84' pas laat.
Qutienvierentachtig. Zo spreekt Aomame, het vrouwelijke hoofdpersonage van 1q84, de titel uit van de door mysterie omringdenieuwe grote roman van de Japanse meester Haruki Murakami (1949). Zijn eerste in vijf jaar. Nederland is het eerste land waar die in vertaling verschijnt. Vannacht om 00.00 uur is de verkoop feestelijk begonnen.
Een titel als 1q84, die bij voorbaat een complete, archetypische wereld oproept, is weinig gebaat bij al te veel duiding vooraf, moet zijn Japanse uitgever Shinchosha hebben gedacht. Lange tijd was alleen die eigenaardige titel bekend. En toegeven, waar werkt een nodige hoeveelheid voorgefabriceerde geheimzinnigheid beter dan bij van een schrijver wiens meest uitgesproken werk leeft bij versmelting van schijn en werkelijkheid?
In een van de spaarzame interviews voor de oorspronkelijke publicatie - in Japan verscheen 1q84 vorig jaar mei - gaf Murakami alleen een even cryptische als puntige omschrijving van de plot. Dat draait om een jongetje en meisje die verliefd worden, zei hij, en vanaf daar is het 'eenvoudig verhaal'. Tot er iets misgaat, uiteraard.
Een simplificatie die je dwingt te zoeken naar de kern van zijn werk. Bovendien is gespitstheid op een onderliggend thema - menselijke aantrekkingskracht en, iets beter verstopt, grensoverschrijdende liefde - in dit geval geen overbodige luxe, want al in het eerste hoofdstuk daalt Aomame, zij het uiterst subtiel, af in een andere realiteit.
Die wereld is een tegenhanger van George Orwells jaar 1984 (titel van diens sombere toekomstroman uit 1949), waarin de roman zich van april tot september afspeelt. Geen andere tijdszone, geen duidelijke droom of fantasie zoals eerder wel door Murakami beschreven, maar een plek als de werkelijkheid die nét niet helemaal klopt; volop in het teken van verandering, waar de stukjes nog in elkaar moeten vallen. De taalkundige titelverklaring is een eenvoudige: de q in de titel staat voor 'question mark', en heeft in de Japanse taal dezelfde klank als de 9.
In die openingsscène zit Aomame - haar naam betekent tot haar spijt 'groeneboon' in het Japans - vast in een file op de snelweg. Ze heeft haast, stapt uit en verlaat de weg via een brandtrap, de stad in. Onwetend is ze niet, want de chauffeur waarschuwt haar op typische wijze, zoals er later meer personages, bij voorkeur via omineuze telefoongesprekken, gewaarschuwd worden: 'Als u zoiets doet, kan het gebeuren dat de dingen om u heen - hoe zal ik het zeggen? - er een tikkeltje anders gaan uitzien dan eerst.'
Bij ieder ander gaan de alarmbellen in zo'n geval rinkelen, maar Aomame, een 30-jarige afgetrainde martial arts-instructrice die in opdracht mensen vermoordt, volgt strak haar agenda. Met een zelf gefabriceerde, naalddunne ijspriem staat ze op het punt een anonieme zakenman uiterst secuur, zonder sporen achter te laten, om het leven te brengen. Noem het een bijproject, naast haar werk in fitnesszalen.
De tweede hoofdrolspeler is een geijkte Murakami-man, Tengo, een personage geheel in de trant van een type als Toru Okada, de protagonist van De Opwindvogelkronieken (1994). Welbespraakt, intelligent, een tikkeltje afstandelijk, maar ook gelaten, passief, en daarmee wellicht het onheil over zich afroepend. Tengo is 29, bijna even oud, al is dat in eerste instantie de enige overeenkomst met Aomame. Zijn leven is juist gespeend van elke spanning. Hij is een schrijver zonder publicaties en klust bij als wiskundedocent op een bijlesinstituut in hartje Tokio. Af en toe heeft hij seks met zijn 'getrouwde vriendin', ongeveer zoals Aomame in hotelbars mannen oppikt. In het spel tussen rede, wil en begeerte is er in de even terloopse als broeierige en subversieve erotiek vaak maar één winnaar.
Aomame en Tengo wonen in dezelfde miljoenenstad en lijken elkaar niet te kennen, precies zoals miljoenen anderen in dezelfde stad langs elkaar heen leven. Zelfs binnen het verhaal leven ze gescheiden van elkaar, gelabeld door hoofdstukken die hun eigen naam dragen, en elkaar afwisselen. Dat er een connectie is, wellicht een gedeelde persoonlijke herinnering, is vanaf het begin duidelijk. En dat dit tweetal zich niet als enige op mysterieuze wijze tot elkaar verhoudt ook.
Een brug tussen die loszwevende deeltjes slaat Murakami vaker met de universele taal van muziek - vooral de Sinfonietta van de Tsjechische componist Leoš Janácek is hier cruciaal -, of met verhalen binnen het verhaal. Maar hij legt zijn kaarten pas laat op tafel.
Zó laat, dat het soms frustreert. Met name het eerste deel van dit gebundelde tweeluik besteedt hij uitgebreid aan de opbouw van zijn postmoderne spiegelpaleis. De vele hoofdstukken waarin Tengo in het geniep de debuutroman van het 17-jarige schoolmeisje Fukaeri, Een pop van lucht, bewerkt van lelijk eendje tot literaire bestseller, geven Murakami het podium om zijn visie op de literaire wereld te etaleren. Dat Fukaeri's verhaal Tengo gestaag in zíjn schijnwerkelijkheid lokt, raakt daarbij ietwat ondergesneeuwd.
Uitgebreid citeert Murakami uit De reis naar Sachalin van Anton Tsjechov, waarvan de verkoop in Japan dankzij 1q84 een enorme opleving kent (en Janáceks Sinfonietta is er zelfs populair als ringtone). De Russische meester, zo stelt een personage, hield ervan verhalen te schrijven die van alle opsmuk waren ontdaan. Aan de lezer om die uitspraak toe te passen op het werk dat hij in handen heeft.
De status van literaire superster geeft Murakami carte blanche. 1q84 is wat dat betreft ook te lezen als een verhaal over zichzelf, zoals regisseur Federico Fellini het maakproces van zijn meesterwerk 8¿ binnen de film zelf toonde. Het verschil: Murakami wervelt niet, maar vertraagt,weidt uit in lange geschiedenislessen. Onmiskenbaar bewust, dat wel, en functioneel bovendien, maar nieuwe zieltjes zal hij er niet mee winnen.
Des te groter genot wacht de doorzetters. Met tergend kleine stapjes, zoals Aomame de brandtrap langs de snelweg afdaalt, sleept Murakami zijn lezer in een wereld die per trede een ander aanzicht krijgt. De absurde miniatuurverhaaltjes doen daarbij vertrouwd aan. Over een blinde geit bijvoorbeeld, een Duitse herder die spinazie eet, een stadje waar katten 's nachts de scepter zwaaien, de geheimzinnige 'Little Peo-ple' en een hemel met twee manen, het meest unheimische beeld dat voortdurend terugkeert. Ze verdoezelen de grens tussen realiteit en surrealisme. Uiteraard gaat zo'n surrealistische verschijning dikwijls gepaard met volstrekt rationele analyses, vol droge humor. Over Aomame, kijkend naar de nachtelijke hemel boven Tokio: 'Het probleem van de tweede maan schoof ze even op de lange baan. Ze keek het even aan. Voorlopig had ze van de tweede maan geen last.'
In tegenstelling tot Orwell kijkt Murakami terug - met de blik van nu. Het 1984 van de Japanner, geboren in het jaar waarin de roman van Orwell verscheen, refereert niet zozeer aan macht, media, paranoia, maar beduidt de vooravond van een nieuw, veranderlijk, verwarrend en juist anti-totalitair tijdperk.
Macht ligt niet langer bij de overheid, maar bij kleine, ondergrondse genootschappen. De nakende digitale revolutie blijft onbesproken, maar is niettemin volop aanwezig. Veelzeggend zijn de vele telefoongesprekken, waaraan Murakami soms een ludieke mystiek lijkt toe te dichten: 'uit de manier waarop de telefoon rinkelde maakte hij al op dat het Komatsu was'.
Wat rest, is een maatschappij in permanente staat van verwarring. Alleen in het middelpunt van de maalstroom vinden de personages af en toe innerlijke rust, met seks als ideale remedie. Of met kijken naar de maan, en hopen dat die ene anonieme ander dat op dat moment ook doet. 'Het centrum van een draaiko
1 reactie
Eefje - 07-10-2011 14:12
Werd bij Lamoer vakkundig samengevat. twijfel daardoor..
Aomame kan niet weg uit de flat waar ze zich schuilhoudt, Tengo kan niet weg bij zijn stervende vader, en Ushikawa kan niet weg achter de verborgen camera waarmee hij op ze loert. Ieder bezint zich op zichzelf. Wat kunnen ze anders doen? Maar wie zal de eerste zijn die deze patstelling verbreekt? Wat is de werkelijke reden dat de sekte Aomame ten...
Aomame kan niet weg uit de flat waar ze zich schuilhoudt, Tengo kan niet weg bij zijn stervende vader, en Ushikawa kan niet weg achter de verborgen camera waarmee hij op ze loert. Ieder bezint zich op zichzelf. Wat kunnen ze anders doen? Maar wie zal de eerste zijn die deze patstelling verbreekt? Wat is de werkelijke reden dat de sekte Aomame ten koste van alles levend in handen wil krijgen? En wie is de mysterieuze nhk-collecteur die bij alle drie op de voordeur bonst? In deze zinderende roman brengt Haruki Murakami zijn meesterlijke trilogie tot haar onverbiddelijke, ontroerende ontknoping.
ISBN deel 1 en 2:9789045084169
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.
Volg het nieuws op onze zustersite in België www.demorgen.be.
Cultuur & Media:
kunst & literatuur,
showbizz,
film,
tv.