*

 

Homo submersus

een roman uit de onderduik

Auteur:
Jacques Presser
Genre:
Non-fictie - Geschiedenis & Politiek
 
 
Uitgever:
Boom uitgevers Amsterdam
ISBN-nr:
9789085067153
Formaat:
Paperback
Verschenen april 2010
Homo submersus

En de boer hield Joden als varkens 5

Tussen november 1943 en september 1944 werkte Jacques Presser (1899-1970), voormalig leraar geschiedenis aan het Amsterdamse Vossiusgymnasium , toekomstig hoogleraar en geschiedschrijver van de Holocaust in Nederland aan een roman, de enige die hij geschreven heeft. Volgende week verschijnt Homo submersus - Een roman uit de onderduik voor het eerst in druk.


Dat het zo lang geduurd heeft, heeft meer dan één reden. De meest triviale is dat er meteen na de bevrijding bij uitgevers geen belangstelling was voor zo'n roman; in Pressers nalatenschap bevindt zich een beleefde afwijzingsbrief. Daarna heeft de auteur het niet meer geprobeerd en is het originele manuscript verloren gegaan. Pas onlangs is een kopie van de op een oude Remington uitgetikte tekst teruggevonden. Maar er zijn, zoals Nico Markus - die veel later ook geschiedenis doceerde aan het Vossius - in zijn verhelderende inleiding schrijft, andere, zwaarwegende argumenten geweest om publicatie achterwege te laten.


Homo submersus heeft sterk autobiografische trekken. De hoofdpersoon, tot voor kort leraar kunstgeschiedenis in Amsterdam, zit als Jood ondergedoken bij het onderwijzersechtpaar Wim en Rika de Bondt in het fictieve Gelderse buurtschap Berkesteyn. Zijn alter ego is J.M. Vercammen ('Kobus'), afkomstig uit Tilburg. Presser zelf luisterde ook naar de naam 'Kobus', toen hij in 1943 enkele maanden als onderduiker verbleef bij hoofdonderwijzer Jan de Rek en diens vrouw Kootje in het Gelderse gehucht Overwoud, vlak bij Ede en Wageningen. Niet alles wat Presser over Wim de Bondt aan het papier heeft toevertrouwd is even vleiend, en dat maakt de aarzeling om het openbaar te maken zeer begrijpelijk: het zou op natrappen kunnen lijken.


Het laatste motief dat Nico Markus in zijn inleiding aanvoert is het meest tragische. Pressers roman - en dat zal de reden zijn geweest dat hij het boek in 1946 wél wilde laten uitgeven -, was ook bedoeld als opsporingsbericht. Kobus wordt verliefd op het ondergedoken Joodse meisje Mies, dat eigenlijk Dé heet. Tegen het eind van het verhaal krijgt hij de kans om naar Zwitserland te vluchten. Vóór hij vertrekt weet hij ervoor te zorgen dat Mies en haar moeder terecht kunnen bij de bevriende illegale werker Flip, die de rest van de oorlog voor hen zal zorgen. Ze hopen elkaar weer terug te zien. Het boek eindigt met de woorden: 'Voor mijn lieve Dé'.


In werkelijkheid was Jacques Presser sinds 1936 gelukkig getrouwd met Dé Appel. Het paar woonde aan de Roerstraat in Amsterdam, met twee katten - die ook in de roman opduiken, waarschijnlijk als enige onder hun echte namen Servus en Mitzi - en een piano. In hun autootje, Eppur geheten - naar Galileï's beroemde uitspraak Eppur si muove: En toch beweegt ze (de aarde) - tuften ze 's zomers naar Frankrijk. In maart 1943 werd Dé, die een bezoekje wilde brengen aan haar ondergedoken vader en stiefmoeder, met een vals persoonsbewijs aangehouden op station Ede-Wageningen. Ze werd naar Westerbork gestuurd en vandaar, als 'strafgeval', naar Sobibor waar ze meteen vergast werd. Presser wist dat Dé was opgepakt, maar kende niet haar verdere lot en bleef nog jaren hopen dat ze terug zou komen. Zijn roman was dus ook bedoeld als een levensteken en blijk van liefde aan haar adres: hij wachtte nog op haar. Maar toen duidelijk was geworden dat ze niet meer kwam, werd het betrekkelijke happy end van Homo submersus voor hemzelf natuurlijk ondraaglijk.


Dat einde zag er dan ook anders uit in de novelle De nacht der Girondijnen (het Boekenweekgeschenk van 1957), die in Westerbork speelt. Hoofdpersoon Jacques vindt zijn Dé daar in een barak en samen gaan ze naar Sobibor, de dood in. Volgens Nico Markus overwon Presser dankzij De nacht der Girondijnen zijn writersblock en werkte hij vanaf dat moment onafgebroken aan zijn meesterwerk Ondergang (1965), dat de vervolging van de Nederlandse Joden van begin tot eind minutieus en levendig (een vreemde term misschien in dit verband) beschrijft.


Een literair hoogtepunt is Pressers roman niet, er worden erg veel (bij)verhalen in verteld, wat de spanning breekt en soms zelfs ietwat langdradig is. De roman is niet af, onvoltooid, en zou in theorie nog wel wat eindredactie hebben kunnen gebruiken. Maar die zwakte is tegelijkertijd de kracht van dit boek. Want natuurlijk was het met de kennis en het perspectief van na de oorlog onmogelijk om nog aan deze tekst te sleutelen die is geschreven op een moment dat de vervolging gaande en de uitkomst onduidelijk was. Dat maakt dit verhaal over een 'duikeling' (het woord onderduiker bestond wellicht nog niet), zogenaamd bedoeld om vriend Karel (van het Reve vermoedelijk, een van Pressers oud-leerlingen) aan materiaal te helpen voor een dissertatie over het verschijnsel, tot zo'n bijzonder tijdsdocument.


De onzekerheid over wat er zou gebeuren met de Joden die niet waren ondergedoken, maar zich hadden gemeld of bij razzia's waren gepakt, is achteraf het meest schrijnend. Twee citaten ter illustratie. 'Wat zouden ze met die strafgevallen doen?', vroeg Wim. 'De een zegt, ze laten ze het beroerdste werk verrichten, waar de dood op volgen moet; de ander zegt, het maakt geen verschil, net als de niet-gestraften een ondergang in vuil, honger, mishandeling, ziekte, wanhoop, waanzin, zoek maar uit. En het is nog niet eens winter...' 'Dan is het allang afgelopen, Kobus!' 'Geloof je het, Wim?' En het tweede citaat. 'Ze zijn vast al dood', jammerde het kind. 'Vader had aldoor insuline, dat zullen ze hem vast niet geven.' 'Ze stoppen ze in de gaskamer', dat zei die zuster, waar ik het laatst was in Amsterdam (...)' 'Kletspraatjes', viel ik in (ik slikte een g.v.d. weg). Wat weten we ervan?' 'Ze had zelf een SS-man gesproken, die ze erin had moeten brengen.' 'Nonsens', herhaalde ik. 'Altijd hetzelfde; we weten er niets van (...)'.


De onvoltooidheid van deze geschiedenis en het andere tijdsperspectief brengen ook met zich mee dat er een rauwer, verwarrender, minder opgesmukt beeld wordt geschetst dan in latere terugblikken die veel meer de serene, droevige, plechtige sfeer van de herdenking uitstralen. Daarvan is hier, net als trouwens in het Dagboek van Anne Frank, geen sprake. Goed en kwaad, held en Don Juan, het loopt allemaal onvoorspelbaar door elkaar heen. Of in de woorden van Presser/Kobus: 'Er gebeuren allemaal doodgewone, oerkomische en verschrikkelijke dingen.'


Gastheer Wim, die zich voortdurend over nieuwe onderduikers ontfermt, ze via zijn netwerk onder dak brengt en zorgt voor valse persoonsbewijzen en voedselbonnen, ja zelfs de sinaasappels die bestemd zijn voor de school onder de 'gasten' uitdeelt, is zonder enige twijfel een held. Maar hij is ook roekeloos, hij kan geen geheimen bewaren en brengt zichzelf en de anderen daarmee in gevaar. En hij gebruikt zijn verzetswerk om indruk te maken op andere vrouwen dan zijn Rika ('een heilige, maar wie kan er met een heilige leven?').


Tussen 'goed' en 'fout' valt soms nauwelijks een grens te trekken. Zo is onderduiker Kees, de verzekeringswiskundige - in het echt de Amsterdamse groenteman Moos - gered door zijn NSB-buurman, die hem toevoegde: 'Moet je ook naar Polen? Weet je waar jij naar toegaat? Naar mijn broer in Hazelo.' Boer Van Laer daarentegen is begonnen aan het opnemen van onderduikers (tegen betaling) omdat de zwarte handel hem te riskant begon te worden. 'Hij houdt Joden, zoals hij vroeger varkens hield.' Het Joodse peutertje Marianne, door haar moeder op het nippertje gered, is met haar ouders verraden op hun onderduikadres. Maar ook het omgekeerde kwam voor: de veeleisende onderduikster Irene dreigde haar redders aan te geven: 'vlieg ik erin door jullie toedoen, dan vliegen jullie mee.'


Verschrikkingen en trivia wisselen elkaar in ijltempo af. De meisjes Hannie en Carla zijn in de buurt van hun onderduikadres gepakt bij een routinecontrole. Op het station v

(Recensie door Bleich Anet, gepubliceerd op 17-04-2010)

      mail Doorsturen      print Printversie

Geef jouw oordeel over "Homo submersus"

naam
e-mailadres
beoordeling
 
reactie
nog karakters
 
 
algemene voorwaarden en gedragscode
 

Beschrijving

Homo submersusEen roman uit de onderduikJacques PresserIs het een dagboek of een roman? Een sensationele vondst was Homo submersus zeker: een verslag uit de onderduik, in dagboekvorm geschreven door Jacques Presser, een van Nederlands grootste historici.Met Ondergang schreef Jacques Presser in de jaren zestig op onnavolgbare wijze over de...


Homo submersus
Een roman uit de onderduik
Jacques Presser

Is het een dagboek of een roman? Een sensationele vondst was Homo submersus zeker: een verslag uit de onderduik, in dagboekvorm geschreven door Jacques Presser, een van Nederlands grootste historici.

Met Ondergang schreef Jacques Presser in de jaren zestig op onnavolgbare wijze over de jodenvervolging in Nederland. Presser zelf had de oorlog als onderduiker overleefd, maar verloor bijna zijn gehele familie, onder wie zijn vrouw. Bijna niemand wist dat hij tijdens de oorlog een boek over de onderduik had geschreven. Homo submersus ('de ondergedoken man') is een roman in dagboekvorm, die zo dicht tegen de werkelijkheid aanleunt dat hij als een autobiografie kan worden gelezen. Naast zijn eigen ervaringen heeft Presser in zijn verhaal berichten van andere onderduikers en verzetsmensen verwerkt. Dit alles kan al spectaculair worden genoemd, maar belangrijker nog is dat Homo submersus een meesterwerk is: beklemmend, ontroerend en bij vlagen zelfs geestig.

Met een inleiding en wetenschappelijke verantwoording door Nico Markus. Nico Markus is historicus en was lange tijd leraar aan het Vossius Gymnasium in Amsterdam, de school van Presser zelf.



Over de auteur
Jacques Presser (1899-1970) was schrijver en dichter en hij behoorde tot de grootste historici die ons land gekend heeft. In 1957 schreef hij het boekenweekgeschenk De Nacht der Girondijnen over het drama van de jodenvervolging. Met deze indringende novelle, die over de hele wereld vertaald werd en op lezers vandaag de dag nog altijd diepe indruk maakt, vestigde Presser zijn naam als literator.

meer recensies voor genre 'Non-fictie'

Recensie voor 1000 talen van de wereld , door Bosch Guus

Recensie voor 101 bedevaartplaatsen in Nederland - P.J. Margry, P.J. Margry , door Fens Kees

Recensie voor 1944-45. Het laatste jaar - C. Oorthuys , door Peters Arjan

Recensie voor 60 jaar MotoGP - M. Scott, H. Peters , door Misérus Mark

Recensie voor 60. Innovators shaping our creative future , door xxxxx

ZOEK IN BOEKEN

Keuze van de redactie

Ons kamp

M. Vuijsje


Oscar

Jan Siebelink




De inzending

Amy Waldman


best gewaardeerd

5


Op de foto

K. Schippers



5


Bittere bloemen

Jeroen Brouwers


5


Gestolen leven

Adam Johnson


5 (2 stemmen)

De minachting

Alberto Moravia