Filosoof Awee Prins
Filosoof Awee Prins © Gerard Wessel

Awee Prins: 'Wij snappen niet wat geluk is'

Interviewspecial Volkskrant Magazine 2016

Het was een jaar waarin van alles misging, want in het leven gáát nu eenmaal van alles mis: het leven zelf bijvoorbeeld. Filosofische lessen in dulden van Awee Prins: 'Omhels de alledaagsheid'.

'Stressbestendigheid is de comfortzone van de domheid. Mensen die goed tegen stress kunnen, hebben een dikke huid, er kan niet veel naar binnen; maar het probleem met een dikke huid is dat je er zelf ook niet meer doorheen komt. Ik zie om mij heen mensen die altijd druk zijn, altijd bezig, en zich nooit uit het veld laten slaan. Ik word voortdurend uit het veld geslagen, ik loop altijd in vertwijfeling rond.'

Waarom dan?

CV Awee Prins

1957 - Geboren Arend Weert 'Awee' Prins. Studeerde filosofie aan de Universiteit van Amsterdam en de Erasmus Universiteit Rotterdam.
Doceert fenomenologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam.
1991 - Richt met Henk Oosterling in Rotterdam het Centrum voor Filosofie en Kunst op. Met Oosterling schreef hij twee boeken, over Heidegger en het existentialisme.
2007 - Uit verveling (Klement).
2017 - Verschijnen van twee boeken bij De Bezige Bij: het kinderboek De dag dat de zee weg was, met illustraties van Thé Tjong Khing, en Broos denken.

Prins is weduwnaar en heeft twee volwassen kinderen.

'Weet ik niet. Ik zie altijd tegen alles verschrikkelijk op. Een dikke huid lijkt een verdienste, het is alsof je stabiel bent en veel aankunt, maar ik vertrouw het niet. Het is als met de oosterse cultuur. Wij zien de oosterse mens als sereen, rustig. Ze hebben daar een enorm arsenaal aan rituelen en meditatietechnieken, maar eigenlijk bewijst dat maar één ding: dat de oosterse mens panisch gestrest is en permanent onrustig. Het is een cultuur die voortdurend bezig is de eigen agressie en wanhoop te disciplineren. Wij hebben in het Westen ook zo onze strategieën om met onze waanzin om te gaan. Heel hard werken, carrière maken, gelukkig willen worden, tabletten innemen als dat niet lukt. We leven in een volstrekte gedachteloosheid, we hebben geen notie meer van waarvoor we leven, behalve dat je succesvol moet zijn of beroemd moet worden.'

Awee Prins (1957) is filosoof. Hij doceert fenomenologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en werd in 2007 bekend door zijn boek Uit verveling, over verveling als grondtoon van het huidige tijdsgewricht. Zijn nieuwe thema is broosheid, Prins is bijna klaar met zijn boek over dat onderwerp, dat komend jaar verschijnt. Broos denken gaat het heten. Belangrijkste les: geluk en succes zijn geen verdiensten. Geluk kan ook geen doel zijn, het is hooguit een moment; een broos moment van evenwicht.

'Wij hebben in het Westen iets heel raars gedaan: we zijn geluk als een toestand gaan definiëren. Dat is utopisch denken: het kan beter. Láter, als ik met pensioen ben, of een buitenhuis heb, of eindelijk naar bed kan met die vrouw om de hoek. Wij snappen niet wat geluk is. Ge-luk, dat wil zeggen: gelukt. De Fransen hebben er een beter woord voor: bonheur, een mooi uur. Geluk is toeval: iets dat je toe valt.'

'Ik heb me altijd verveeld', is de eerste zin in Uit verveling.

Ik had ook nog een kwaaie dronk, ik kon heel gemeen zijn

'Mijn fout was dat ik me verveelde en dacht: het kan beter. Dat is dus utopisch denken en utopisch denken is een hopeloze exercitie. Topisch worden, daar gaat het om: accepteren. Mijn verveling had ook te maken met alcoholisme, ik heb vroeger veel gedronken. Daarover schrijf ik ook een boek: Nuchter ben ik zo schuchter. Ik ben heel verlegen, altijd geweest. Je kunt met schuchterheid op allerlei manieren omgaan; de mislukte manier is drinken. Ik had ook nog een kwaaie dronk, ik kon heel gemeen zijn. Op begrafenissen zie ik nog steeds mensen wegduiken die me kennen van vroeger en denken: o god, daar komt-ie weer. Sinds 2009 drink ik niet meer.'

Ook niet een klein glaasje wijn bij het eten?

Twaalf interviews om 2016 mee af te sluiten

Om 2016 goed af te sluiten sprak Volkskrant Magazine met twaalf Nederlanders die hun stempel op het jaar hebben gedrukt.

Van Sylvana Simons tot Martin Garrix, van Ebru Umar tot Epke Zonderland. Over voetbal, hebzucht, glamour, terrorisme en de pakketjes van Coolblue.

'Dat kan niet, een alcoholist wil geen glas, die wil een emmer. Alcoholisme is een fatale vorm van utopisch denken, elke vorm van verslaving is een fatale vorm van utopisch denken: het is nu niet goed, maar het kan beter.

'Al die levenskunstboeken proberen je dat ook wijs te maken. Er is een populair boek dat De kracht van kwetsbaarheid heet, van Brené Brown. Maar waarom moet kwetsbaarheid nou weer een kracht zijn? Het gaat er juist om dat wij onze kwetsbaarheid werkelijk serieus nemen. Dat kunnen we helemaal niet, daarom zijn we met één groot toneelstuk bezig om die kwetsbaarheid te ontkennen, maar we zullen het er toch mee moeten doen want we zijn broos en kwetsbaar, het is niet anders. Wij zeggen wel: het leven gaat door, maar dat is niet waar, het leven loopt af. Het houdt op. Wij zijn permanent in een krampachtige strijd verwikkeld tegen de eindigheid. Dat is heilloos. Er is alleen de broze alledaagsheid: laten we die omhelzen. Het gaat niet om zegevieren, het gaat om dulden.'

Prins peutert nog een sigaret uit een pakje dat ontsierd wordt door de foto van een zwartgeblakerde long ('Ik heb liever die tekst dat je van roken impotent wordt, maar die waren op'): 'Paul Witteman heeft nu een televisieprogramma waarin hij 'het geluk ontdekt'. Maar Witteman is oud, net als ik, hij begint uit elkaar te vallen. Hij gaat echt niet gelukkiger worden.

'Wetenschappers hebben de World Database of Happiness opgericht, daarin meten ze in welk land mensen het gelukkigst zijn. En hoe definiëren ze geluk? Met vragenlijsten waarop staat of er ziekenhuizen om de hoek zitten en of er geen oorlog is. Dan komt er dus een aantal landen, waaronder het onze, bovenaan waar iedereen depressief of aan de drank is - en niemand die zegt: dat is toch wel heel raar. Wanneer je geluk definieert als de toewijding van ouders en kinderen naar elkaar en naar hun naasten, dan komt Zimbabwe ineens heel hoog, en bungelen wij onderaan. Nee, ik heb het niet zo op wetenschap. Wetenschap is zoiets als naar de hoeren gaan, je haalt eruit wat je er eerst zelf hebt ingestopt.'

Een paar maanden geleden werd Prins gevraagd de volgende Denker des Vaderlands te worden. Hij heeft voor de eer bedankt. 'Een Denker des Vaderlands moet iemand zijn met kracht en zelfvertrouwen. Dat ben ik niet. Ik heb bovendien een ontzettende hekel aan De Wereld Draait Door, dat is ook onhandig. En ze gaan je ineens dingen over Trump vragen, maar ik heb de politieke intuïtie van een zeeanemoon. Politiek is ook utopisch denken, politiek reduceert de wereld tot problemen en oplossingen.

'Dat denkerschap zou ook niks worden door mijn manier van werken. Ik geef al dertig jaar college en houd lezingen, maar het lukt me nooit lang van tevoren iets op papier te krijgen. Ik weet van tevoren niet wat ik op die dag wil gaan zeggen. Dat heeft met die dunne huid te maken. Ik ben nu anders dan gisteren en morgen anders dan vandaag. Ik weet op dit moment niet wat ik volgende week vind. Dat klinkt instabiel en onzeker, maar zo zit ik in elkaar. Ik heb niet een vaste positie.'

Geen ik? Geen identiteit?

Het stabiele ik bestaat niet

'Helemaal niet. Maar jij ook niet. Het stabiele ik bestaat niet. Dat is in de westerse filosofie door types als Plato en Descartes verzonnen. Het stabiele ik heeft nooit bestaan, wij zijn nooit subject geweest. Het werkelijke subject is - een beeld van Mikhail Bakhtin, inzake Dostojevski - het polyfone subject. Zo wij al iets zijn, is het een meerstemmig subject. Alle gevoelens zijn gemengde gevoelens, alle gedachten gemengde gedachten. Descartes dacht nog dat er idées claires et distinctes zijn, heldere en duidelijke gedachten. Dingen en gedachten moeten sindsdien 'discreet' zijn, welonderscheiden. Zaken die gescheiden zijn, kun je meten en daar houden we van, van meten. Maar gevoelens laten zich niet meten, verdriet laat zich niet meten.'

Je kunt jezelf niet beschrijven.

'Ik merk hooguit dat ik bepaalde patronen heb, bepaalde tendensen die uit mijn jeugd stammen of uit bepaalde ervaringen.'

Filosofie was niet Prins' eerste keuze; eigenlijk wilde hij psychiater worden. 'Na twee weken kwam ik bij de studieadviseur en die zei: meneer Prins, het wordt niks met deze studie. U denkt teveel na.' Intussen had hij al wel het Leerboek Psychiatrie van dr. Kraus gelezen. 'En ik dacht: joh, die ziekten die Kraus beschrijft, die heb ik allemáál! Alleen zwakzinnigheid, daar kon ik me niet helemaal in herkennen, hoewel ik best een eindje kwam. Toen werd het filosofie. Goddank, want ik heb iets tegen de psychiatrie.'

Wat dan?

'Er is een mooi citaat uit Der Mann ohne Eigenschaften van Robert Musil: het enige verschil tussen de geesteszieke en de psychisch gezonde mens is dat de gezonde mens alle geestesziekten heeft en de geesteszieke maar één. We zijn allemaal soms bang. We zijn allemaal soms droevig.

'Psychiater Rümke heeft ooit een mooi beeld geschetst: er bestaat zoiets als zich openen en sluiten. Zoals wij nu tegenover elkaar zitten: we mogen elkaar, we openen ons, maar als jij een vraag stelt die ik pijnlijk vind, sluit ik me. Het is belangrijk dat we inzien dat het menselijk bestaan een voortdurend zich openen en sluiten is. Wanneer je helemaal open ligt, naakt en braak door de wereld doolt, dan noemen we dat een psychose. Wanneer je helemaal gesloten bent, zeggen we dat je autistisch bent, of depressief. Maar het zijn alleen maar uiterste gedaanten, het zijn geen ziekten. Wij zijn geen animal rationale, maar het krankzinnige, neurotische en depressieve dier. We moeten begrijpen dat er een soort bandbreedte is, met uitersten aan twee kanten.'

Een vloeiend ik, ik weet niet of ik daar blij van word.

'Nee, maar het gaat me ook niet om een geruststelling of een vrolijk stemmende gedachte. Die Verlichtingsgedachte van Kant: vertrouw alleen op je gezond verstand, daar zitten we nog steeds in. We hebben al onze kaarten op het verstand gezet, daarom zijn we ook zo bang alzheimer te krijgen. Ons verstand kwijtraken vinden we het ergste wat er is.

'We hebben onszelf wijsgemaakt dat we met de rede alles kunnen doorgronden en begrijpen. Maar we moeten accepteren dat het leven niet beheersbaar en begrijpelijk is. Het leven is broos. En nog een les, van Kafka: er is oneindig veel hoop, alleen niet voor ons. Dat lijkt een droevige gedachte. Maar wat bedoelt Kafka? Wij denken dat het leven beter kan worden. Maar het kan niet beter en het wordt niet beter. Daar moeten we niet droevig van worden, en dan kom ik terug op die gedachte dat je niet een stabiel ik bent dat zijn leven kan uitstippelen: je moet je realiseren dat we broze wezens zijn.

'Als je die broosheid omarmt en ook de broosheid van anderen, dan is er een nieuwe hartelijkheid mogelijk. En een nieuwe solidariteit. Niet de solidariteit van kinderen Gods, ook niet de solidariteit van rationele subjecten die er 'samen iets van gaan maken' of dingen zeggen als 'het leven is een feest maar je moet zelf de slingers ophangen.' Nee, de broosheid recht doen, door ons steeds te realiseren dat alle gevoelens gemengde gevoelens zijn en alle gedachten gemengde gedachten. Dan kun je voort.'

En de daden?

'Hetzelfde: alle daden zijn gemengde daden. Dostojevski schrijft dat gevangenen in het 19de-eeuwse Rusland 'ongelukkigen' werden genoemd. Er is iets fout gegaan in je leven, je hebt pech gehad, je was op het verkeerde moment op de verkeerde plaats. Wij hebben nu de criminologie, een wetenschap die zegt: misdadigers, die moet je opsluiten of heropvoeden. Maar het zijn geen criminelen, het zijn ongelukkigen: ze hebben pech gehad. Ik zei laatst tegen mijn psychiater...'

Zit je bij een psychiater?

'Bij twee. Maar vooral als goede vrienden. Ik vertelde hem over een lezing die ik gaf aan de Universiteit van Amsterdam over psychiatrie, waar ik voorstelde dat de psychiatrie een tak van de filosofie moet worden. Ik dacht dat ik met pek en veren de zaal uitgedragen zou worden, maar ze gingen me omhelzen. Veel psychiaters snappen ook wel dat ze in de fuik van de wetenschap zitten, van die DSM-4 en DSM-5. Psychiatrie is geen medische discipline. De termen ziek en gezond zijn niet van toepassing op het geestelijk leven.'

Maar je hebt dus iets tegen psychiatrie en je zit bij twee psychiaters.

'Een goeie psychiater is iemand die naast je gaat staan. Iemand die wijs is, niet iemand die je pillen voorschrijft of met vragenlijstjes komt. Het is iemand die bepaalde gedachten of patronen die je hebt, kan loskloppen - meer een filosoof dan een psychiater dus.

'Mijn kinderen zeiden: papa, je loopt maar te sjokken, je bent zo verdrietig. Twee jaar geleden is Jacqueline overleden, mijn vrouw. Zij kon het leven aan, ze regelde alles. En ze was bloedmooi, ook niet onbelangrijk; dat is niet fraai van me, maar als je een vrouw neukt die alleen maar heel intellectueel is, voel je je net een boekenlegger. Ik was ongelooflijk verliefd op haar. Op de dag dat ze overleed, ben ik een oude man geworden.

'Ik ben nog steeds doodongelukkig. Mijn huisarts noemt het een depressie, een idioot etiket. William Styron, auteur van Sophie's Choice, schreef Het duister zichtbaar, een van de mooiste boeken ooit geschreven, en hij zegt: depressie is een semantisch schandaal. Depressie is een woord dat totale radeloosheid reduceert tot een woord dat klinkt als iets uit de economie of de meteorologie: een dipje.'

Heb je in zo'n geval iets aan filosofie?

Waar je ook bent en wat je ook doet, je moet altijd even denken aan de andere kant

'Ik liep na de dood van mijn vrouw als een trillend schoothondje over straat en dacht: ik geef al jaren les over eindigheid, over Sein und Zeit van Heidegger, wat een geniaal boek is dat de tijdelijkheid van ons zijn benadrukt. En nu verlies ik mijn vrouw en ben ik totaal verslagen. Dat komt, besef ik nu, omdat in de westerse filosofie alleen maar is nagedacht over onze eigen dood, ons Sein zum Tode. We komen helemaal niet toe aan het nadenken over de dood van een ander. Plato noemde filosofie een oefening in sterven. Maar filosofie zou ook veel meer een oefening moeten zijn in het omgaan met de dood van onze geliefden: een Sein zum Hinterbleiben.'

Laatste les van Awee Prins: 'Ik wil het parallelle leven propageren. Dat waar je ook bent en wat je ook doet, je altijd even denkt aan de andere kant. Als je doodeenzaam in je bed ligt, moet je denken aan al die mensen die op dat moment verliefd zijn en gelukkig zijn en elkaar omhelzen, en je daarin verheugen. En als je heel gelukkig en verliefd in bed ligt, moet je denken aan de mensen die alleen zijn en met hen meevoelen. Als je geen kinderen kunt krijgen, realiseer je dat er mensen zijn die kinderen hebben, en als je ze wel hebt en ze zijn gezond, bedenk je dat er mensen zijn die gehandicapte kinderen hebben.

'We moeten beseffen dat we te veel aan elkaar en aan onszelf voorbijgaan, en dat is treurig. Het gaat om zorg. Toegewijd zijn aan de plek waar je bent. Daar gebeurt ons leven, niet in de politieke arena. Ik zeg niet dat er ooit een betere wereld ontstaat, maar ik denk wel dat de plek waar wij zijn de enig werkelijke wereld is.'