Redactie/ANP −
25/09/11, 10:45
Kamervoorzitter Gerdi Verbeet
© anp
Kamervoorzitter Gerdi Verbeet heeft veel brieven ontvangen naar aanleiding van de manier waarop ze reageerde op de woordenwisseling tussen premier Mark Rutte en fractievoorzitter Geert Wilders tijdens de Algemene Beschouwingen. Dat zei ze in het tv-programma Eva Jinek op Zondag. De reacties waren verdeeld.
Enerzijds werd ze gewaardeerd om het feit dat ze de heren op de inhoud wees en hen opriep elkaar op een andere manier aan te spreken dan met 'doe eens normaal man' en 'doe zelf eens normaal'. Anderzijds waren er ook mensen die schreven dat zulke conversaties juist in deze tijd passen en dat zulke dingen gezegd moeten kunnen worden in de Tweede Kamer.
Uitzonderlijke gevallenVerbeet zei dat de partijen in de Kamer hebben afgesproken dat de fractievoorzitters of andere woordvoerders in principe zelf reageren als ze worden aangevallen. Ze grijpt alleen in in uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als ze vindt dat iemand te ver gaat en dat was volgens haar het geval toen Wilders de premier aansprak met 'doe eens normaal man'.
In de Volkskrant zei Verbeet dat het beter was geweest dat de premier stil was gebleven, zodat zij eerder kon ingrijpen. Ze zei: 'Het was beter geweest als de minister-president meteen was gestopt met praten en het aan mij had overgelaten. Nu begon hij terug te schreeuwen. Dat is niet goed. De mensen willen dat wij ze veiligheid bieden. Je kunt het ook duiden in termen van gezag of aanzien, dat is allemaal onlosmakelijk met elkaar verbonden. Op deze manier doen wij dat nĂet.' Desondanks kan ze zich de reactie van de premier voorstellen, zei Verbeet vanochtend, en zei ze het jammer te vinden dat haar woorden door sommigen als kritiek uitgelegd worden. Ook heeft ze er moeite mee dat de inhoud van het debat zo weinig over het voetlicht is gekomen in de media.
Veel discussieEr was de laatste dagen veel discussie over de rol van Verbeet in het debat. Zo zei oud-voorzitter van de Tweede Kamer Frans Weisglas dat ze had moeten ingrijpen. Volgens Weisglas heeft Verbeet daarvoor voldoende instrumenten in handen. 'Die mogelijkheden staan zwart op wit in het reglement van orde. Als Verbeet zegt dat zij geen instrumenten heeft, bewijst zij dat ze haar eigen reglement niet kent.'