Thomas van der Kolk −
06/12/11, 11:26
© epa
De kredietstatus van Nederland dreigt te worden verlaagd, net als die van de andere landen van de eurozone. De kredietbeoordelaars maken met dat dreigement handig gebruik van de macht die zij hebben. Die macht hebben zij te danken aan de financiële markten, die hen zeer serieus nemen.
Kredietbeoordelaar Standard & Poor's (S&P) maakte gisteren bekend dat het de kredietstatus van 15 landen van de eurozone in het vizier heeft. Ook de zes landen met de hoogste kredietstatus (AAA, oftewel triple-A) lopen het risico dat hun status binnen drie maanden wordt verlaagd, zo waarschuwde S&P. Tot die groep behoort ook Nederland. Moeten we ons daar zorgen over maken?
Het antwoord daarop is ja. Want de kredietbureaus - naast S&P behoren ook Moody's en Fitch tot de belangrijkste - hebben nogal wat macht. Hun beoordelingen hebben directe invloed op de beurzen, en negatieve berichten over de financiële status betekenen vaak (flinke) koersdalingen. Bovendien leidt een lagere kredietstatus er toe dat een land meer rente moet betalen op staatsleningen.
Ook als de kredietbeoordeling van heel Europa tegelijk wordt verlaagd, is dat dus geen verzachtende omstandigheid. Vooral als de kredietstatus van de VS gelijk blijft. De beoordelaars kunnen zo de Amerikaanse economie vooruit helpen - en die van Europa dus achteruit.
TimingDe timing van S&P is niet toevallig. Eind deze week is er opnieuw een belangrijke Europese top. Als de Europese leiders dan niet met een substantieel pakket aan maatregelen komen, dreigt binnen drie maanden een afwaardering van de kredietstatus van de eurolanden. Op die manier houdt de kredietbeoordelaar de druk op de politieke ketel.
Steeds vaker laten de politieke leiders doorschemeren dat ze de macht van de kredietbeoordelaars maar een doorn in het oog vinden. Maar er iets tegen ondernemen kunnen ze niet, omdat de beoordelaars de financiële markten aan hun zijde hebben. En het vertrouwen van die markten is cruciaal om een land financieel gezond te houden. S&P maakt daar dus handig gebruik van.
Een loos dreigement is het niet: als de top van vrijdag (opnieuw) als een mislukking wordt beschouwd, is de kans dat de kredietstatussen binnen 90 dagen inderdaad omlaag gaan levensgroot aanwezig. S&P kan het zich niet veroorloven om aan geloofwaardigheid in te boeten.
Er lijkt voor de Europese leiders dus niets anders op te zitten dan vrijdag met behoorlijk stevige maatregelen te komen, die vertrouwen van de financiële markten - én de kredietbeoordelaars - nu definitief kan herstellen.
De JagerVoor minister De Jager van Financiën is de waarschuwing van S&P een mooie aanleiding om nog eens uit te leggen waarom er in Nederland flink bezuinigd wordt. 'Het is niet voor niets dat Nederland concrete voorstellen heeft gedaan die bij moeten dragen aan een oplossing van deze crisis. Daar werken we nu hard aan. Daarnaast laat het nogmaals zien dat het goed is dat dit kabinet koersvast is ten aanzien van het op orde brengen van het huishoudboekje van Nederland.'
In augustus uitte De Jager nog kritiek op de kredietbeoordelaars. 'Ze hebben toch wel een beetje zitten slapen bij de Griekse schuldencrisis. Op het moment dat het helemaal mis gaat, neigen ze soms een beetje met doorslaan', zei de minister in een interview met Nu.nl. 'Misschien moet je je veel meer laten leiden door het oordeel van het IMF dan door dat van een kredietbeoordelaar.'
De Jager is niet de enige die de rol van S&P en Moody's ter discussie stelt. Zo zegt Christian Noyer, bestuurslid van de Europese Centrale Bank en de president van de Franse centrale bank, vandaag dat er moet worden nagedacht over de rol van de beoordelaars in deze schuldencrisis. De methodiek van S&P wordt volgens hem steeds meer politiek gedreven in plaats van gebaseerd op economische fundamenten.
En Jean-Claude Juncker, de voorzitter van de groep van ministers van Financiën van de eurolanden, noemt de beslissing om de kredietstatus van vrijwel alle eurolanden teget het licht te houden 'oneerlijk en een wilde overdrijving'. Daar kan hij wellicht gelijk in hebben, maar zolang de financiële markten de kredietbeoordelaars serieus blijven nemen, rest hem niets anders dan hetzelfde te doen.
Volg de Volkskrant op TwitterWord vriend van de Volkskrant op Facebook