Willem Vissers −
02/01/12, 07:25
Ellen van Langen na haar olympische succes in 1992: goud in Barcelona. © ANP
Het schrikkeljaar 2012 is het sportjaar van de overtreffende trap, met het EK voetbal en de Olympische Spelen als piketpalen. Een alternatieve route over een volle kalender.
-
Rinus Michels als middelpunt van het grootste Nederlandse voetbalsucces uit de historie, de zege op het EK in 1988. © ANP
-
Joop Zoetemelk tijdens de huldiging van zijn Tourzege in 1980. © ANP
-
Zwemster Inge de Bruijn na haar olympische zegereeks bij de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. © ANP
-
Citius, altius, fortius. Sneller, hoger, sterker. Altijd weer sneller, hoger en sterker, als hedendaagse vertaling uit het Latijn van de aloude olympische slogan. Zeker en vooral in 2012, zo'n typisch sportjaar van de overtreffende trap. EK, toptennis, Tour de France, Olympische Spelen. Het is een zomer zonder rustpauze, een zomer om languit op de bank aan je voorbij te laten trekken met de tv als trouwe kompaan, of een zomer die misschien tot bewegen aanzet.
Kinderen op straat zijn Sneijder of Van Persie. Anderen ontdekken de fiets of leren het racket hanteren. Inspiratie stijgt op uit krantenverslagen vol dramatiek en heroïek, of spat van het tv-scherm, het alziende oog dat de wereld van de sport bij u thuis brengt.
Sneller, hoger, sterker. Vallen, opstaan. Altijd opnieuw. Overal, op elk niveau.
Oneven jaren zijn mooie sportjaren, maar de mooiste jaren zijn de even jaren, al is het maar omdat ze ons een overvloed aan sport schenken. Die ene dag extra van het schrikkeljaar 2012 is bovendien hard nodig om alle agendapunten af te werken. Op 29 februari voetbalt het Nederlands elftal op Wembley tegen Engeland. Het is een oefenduel, vorig jaar in augustus afgelast door de rellen in Londen. Toch handig, zo'n dagje meer.
Een jaar als 2012 is bedwelmend, voor wie van sport houdt tenminste. Het schaatsen is een opstapje naar een glorieuze lente en een onvergetelijke zomer, waarin nieuwe helden opstaan. Topsport als schrikkeljaargeluk. Weet u het nog? Marco van Basten in 1988, met zijn zwieplob tegen de Sovjets; Ellen van Langen in 1992, met haar 1.55,54 op de 800 meter en de ogen die bijna uit de kassen rolden van vermoeidheid en vreugde; de volleyballers en hun vijf sets tegen de Italianen in 1996, gekozen tot sportmoment van de eeuw. Pieter van den Hoogenband in 2000, Anky van Grunsven in 2004, Maarten van der Weijden in 2008. Stomme vragen eigenlijk. Natuurlijk weet u dat allemaal nog, en u verlangt naar kennismaking met de held van 2012.
Roland Garros is nog niet afgelopen, als het EK voetbal al is begonnen. De volkswijken kleuren weer oranje en ook de intelligentsia, die vroeger een beetje neerkeken op de sport, durven zich te laven aan voetbal. Allereerst aan de op papier zo moeilijke groep met Denemarken, Duitsland en Portugal.
Kan het nog beter dan in 2010? Ja, hoewel, alleen met de eindzege. Maar misschien zijn we al blij als we 2008 overtreffen, met die heerlijke groepswedstrijden tegen Frankrijk en Italië. Een finale tegen Duitsland op 1 juli in Kiev, misschien is dat onze ultieme sportdroom voor 2012. En dan winnen na verlenging, met 3-2, door een doelpunt van Van Persie.
Voor een tocht door de grachten gunnen we ons nauwelijks de tijd, want het sportjaar dendert door. Het wacht op niemand. Wimbledon is alweer bezig, net als de Ronde van Frankrijk. Die is zo mooi, zo vol ook van vakantiegevoel, zo spannend, met steeds sterkere Nederlanders. Jan Janssen in 1968 en Joop Zoetemelk in 1980 zijn nog steeds de enige Nederlandse winnaars. Wordt het niet eens tijd? Ja, het is de hoogste tijd.
Elk jaar zijn we een beetje beter in fietsen. Stel nu eens dat Johnny Hoogerland niet door een malloot van de weg wordt gereden, dat Robert Gesink niets breekt, dat Bauke Mollema zo goed is als vorig jaar in de Ronde van Spanje. Ja, wat dan?
Een paar dagen na de finish in Parijs verplaatst het rondreizende circus van de sport zich naar Londen, voor de Olympische Spelen, en later voor de Paralympics. Londen is de stad van Fanny Blankers-Koen, de Vliegende Huisvrouw met haar vier gouden medailles in 1948.
Dat waren nog eens tijden: een Nederlandse die won met hardlopen. Bij NOC*NSF willen ze tot de beste tien landen van de wereld behoren, qua sport, maar dat kon best eens moeilijk worden. Volleybal, basketbal, atletiek, worstelen, schieten, in veel sporten hebben we weinig te zoeken tegenwoordig. Zelfs het turnen is weer een moeilijk verhaal na tal van blessures en persoonlijke tegenvallers.
Natuurlijk, in dat hele sportjaar 2012 doen ook oneindig veel internationale toppers mee, bij wie we ook kunnen wegdromen. Mannen en vrouwen met gebeeldhouwde lijven, ongeëvenaarde artisticiteit en kolkende emoties. Maar tussen al die bedrijven door willen we ook zo graag Nederlanders zien gloriëren. Dat geeft zo'n jaar net dat extra beetje cachet.
Dat kan in Londen, met judo, of in het zwemmen, hockey, paardrijden, wielrennen, zeilen, roeien. Misschien zouden we in ons hart liever een hardloopmedaille winnen dan het zoveelste hockeygoud, maar dat hebben we niet voor het zeggen.
Het liefst willen we ook nog records, om het even van wie. Op de 100 meter bijvoorbeeld, op de atletiekbaan of in het zwembad. Altijd blijft iets te wensen over. We willen dat IOC-president Jacques Rogge na afloop zegt dat het de mooiste Spelen in de geschiedenis waren, al was Peking dan overweldigend en bijna niet te overtreffen.
Toch willen we het beste, want steeds denken we aan die aloude Latijnse slagzin: citius, altius, fortius. Die geldt voor de sporters zelf, voor organisatoren en voor ons op de bank. Terwijl vele sectoren in de maatschappij een pas op de plaats maken door de financiële crisis, wil iedereen in de sport altijd weer een stukje verder, een beetje hoger, een ietsje sneller. En dan het liefst in schrikkeljaar 2012.