OPINIE - René Cuperus −
06/02/12, 09:43
Minister Marja van Bijsterveldt (OCW) tijdens een werkbezoek op een school.
© anp
Opleiding zegt niet alles. Maar toch. 'Je moet wel heel veel zelfvertrouwen en bovenmenselijke capaciteiten hebben om jezelf tot minister van Onderwijs te bombarderen op basis van niet meer dan een verpleegkunde A-diploma.' Dat schrijft Volkskrant-columnist René Cuperus.
De rel van vorige week rond Onderwijsminister Van Bijsterveldt was minder onschuldig dan hij op het eerste gezicht leek. De grove aanvaring tussen de vakbondsbestuurder en de minister ('Noem mij één hoogontwikkeld land waar een ongeletterde minister van onderwijs is') staat symbool voor het gezagsverlies van de politiek.
Wie het audio-fragment terugluistert, hoort een even bevlogen als verbolgen leraar van zijn hart geen moordkuil maken. Niet uit zucht om te beledigen, maar om zijn totale verbijstering te uiten over het gebrek aan politieke kwaliteit waarmee zijn vak wordt bejegend. Een nog niet platgepolderde bondsbestuurder uit het middenkader verwoordt wat er elke dag in de lerarenkamer tegen elkaar wordt gezegd: 'Deze mevrouw, een kakelende carrièriste, heeft niet het intellectuele niveau om minister van Onderwijs te zijn in een land waarvan de minister-president zegt: ik wil dat wij tot de top vijf van kenniseconomieën behoren.'
Zoals Aleid Truijens eerder schreef heeft die man daar helaas een punt. Dat minister Van Bijsterveldt, die haar sporen verdiende als succesvol partijpolitica in het CDA, de Nederlandse kenniseconomie in de vaart der volkeren omhoog gaat stoten, ligt bepaald niet voor de hand. Opleiding zegt niet alles. Ik ken heel domme academici en superslimme 'ongestudeerden'. Maar toch. Je moet wel heel veel zelfvertrouwen en bovenmenselijke capaciteiten hebben om jezelf tot minister van Onderwijs te bombarderen op basis van niet meer dan een verpleegkunde A-diploma. Dan lig je 's nachts toch in je bed te malen of jij daar nu wel de meest aangewezen persoon voor bent? En of de Nederlandse kenniseconomie niet meer gediend zou zijn met een onderwijsminister van het kaliber Louise Fresco of Alexander Rinnooy Kan?
Het gaat me helemaal niet om de persoon Van Bijsterveldt. Het zijn die verdomde politieke partijen die broddelwerk afleveren. Zij horen in de beklaagdenbank. Politiek is topsport, maar partijen leveren veel te veel amateursporters af. Terwijl onze huidige ge- desoriënteerde tijd meer dan ooit om gezaghebbende politieke topsporters vraagt. Om volksvertegenwoordigers die noch het volk naar de mond praten (populisme), noch de oren laten hangen naar de technocratische beleidsmakers (elitisme). Om bewindslieden die in staat zijn met minder geld dingen beter te doen, en die gevestigde belangen weten te enthousiasmeren voor nieuwe, onbekende avonturen. Deze tijd vraagt om politici die op basis van gezag, vertrouwen en kwaliteit 'de sector' meekrijgen in de politiek van de beheerste terugtocht zoals die zich nu, in tijden van economische crisis, aan ons voordoet.
Politiek is topsport. Maar je hoeft geen groot klokkenluider te zijn om vast te stellen dat de gemiddelde politieke partij in de regionale onderliga speelt waar het gaat om interne selectieprocessen en kwaliteitsbeoordeling. Daarmee doen zij de democratie te kort. Dat is nog zwak uitgedrukt. Door niet de meest geschikte volksvertegenwoordigers te selecteren en naar voren te schuiven, beschadigen partijen de 'ruimte' die zij in onze democratie tijdelijk in bruikleen hebben gekregen.
Politieke partijen zijn de leveranciers van programma's en personen voor onze democratie. Om tal van redenen zijn de huidige politieke partijen ternauwernood in staat die leverantieverplichting optimaal na te komen en uit te voeren.
Elk land krijgt de partijen die het verdient. Als mensen hun neus ophalen voor een partijlidmaatschap, dan hebben partijen een te smalle rekruteringsbasis voor topkwaliteit. Als mensen massaal ontzuilen, worden zuilpartijen onzeker, en gaan ze panisch naar opiniepeilingen staren. Als de media elke partijdiscussie als interne verdeeldheid 'framen', dan worden politieke partijen onattractieve carrièremachines zonder debat.
Dit alles pleit ervoor dat partijen buiten hun oevers treden waar het maar kan. Van leden naar kiezers. Het interne partijleven van de meeste partijen levert tegenwoordig helaas te weinig debat, confrontatie en kwaliteit op om gepokt en gemazelde, 'winterharde' politici af te kunnen leveren.
Met alle bezwaren die daaraan kleven, valt niet meer te ontkomen aan primaries-achtige experimenten, zoals Amerika die nu laat zien. Die leggen politici op de grill van journalistiek en publiek. Dan hoeven politici nooit meer op zoek naar een verhaal. Dat schrijft zichzelf in confrontatie met de politieke concurrentie en met de harde werkelijkheid. In zalen met hele boze leraren.
René Cuperus is cultuurhistoricus.