*

 
dossier

René Cuperus

'Zwevende kiezers worden geregeerd door zwevende coalities'

René Cuperus − 19/09/11, 09:37
© THINKSTOCK

Op dit moment regeren twee coalities tegelijkertijd: een formele coalitie en een informele coalitie. René Cuperus vindt dat deze tijd van onmogelijke coalities vraagt om staatscommissies.

  •  Het geschutter rondom de pensioenen laat zien hoe het niet moet. Een schandaal  
Het gerucht gaat in Den Haag dat de PvdA een zijvleugel van het Torentje van premier Rutte in gebruik heeft genomen. Drie PvdA-Tweede Kamerleden zouden op Algemene Zaken werkplekken met laptops en slaapbanken hebben ingericht om permanent met premier Rutte te kunnen overleggen over de euro en de pensioenen. De PvdA-werkvertrekken bevinden zich vlak onder de Gedoogkamer van Geert Wilders. Minister-president Rutte hobbelt over de gang van kamer naar kamer, al naar gelang het onderwerp. In het Torentje worden twee coalities bij elkaar gehouden.

Raar en onhoudbaar

Er gebeuren rare, onhoudbare dingen in de politiek. In Nederland - maar precies zo in Duitsland - hebben we te maken met een nieuw fenomeen. Er regeren twee coalities tegelijkertijd: een formele coalitie en een informele coalitie, één voor binnenlands gebruik en één voor buitenlands gebruik. In Duitsland kunnen CDU/CSU en FDP elkaar prima vinden waar het gaat om nationaal bezuinigingsbeleid, maar wijken zij meer en meer uiteen bij de aanpak van de eurocrisis. Dan moet de sociaal-democratische SPD bondskanselier Angela Merkel de helpende hand toesteken, zoals de PvdA de hete Europese kolen uit het vuur haalt voor ons VVD/CDA-minderheidskabinet, omdat de PVV op Europees vlak niet thuis geeft.

Dit alles levert voor de SPD en PvdA een onmogelijke Catch 22-situatie op. Hoe lang kunnen de sociaal-democraten doorgaan vijandige rechtse coalities te steunen? Hoeveel begrip zal haar achterban blijven opbrengen voor de politieke circusact van 'meebesturen vanuit de oppositie'? Waar liggen de grenzen van geloofwaardigheid en gezichtsverlies? Welke politieke tegenprestatie moeten SPD en PvdA eisen in ruil voor hun Europese loyaliteit? Of moeten zij aankoersen op de ultieme politieke prijs: nieuwe verkiezingen om zo nieuwe coalities mogelijk te maken?

Zowel in Duitsland als in Nederland splijt de eurocrisis links en rechts, regering en oppositie. Scherpe breuklijnen lopen er door wat we ooit het linkse politieke spectrum noemden. De SP zit, net als Die Linke, op de eurokritische vleugel. D66 staat daar met 'leve Europa, hoera' diametraal tegenover. Zij lijkt meer op de Duitse Groenen van Joschka Fischer dan op de Duitse liberale FDP, die zich in electorale doodsnood inmiddels volgens politieke vijanden heeft omgevormd tot 'Freie Populistische Partei'. PvdA en SPD zitten tussen de uitersten ingeknepen.

Splijtzwam
Ook op rechts vormt Europa een splijtzwam. In Duitsland botsen CDU en haar Beierse zusterpartij CSU. In Nederland is het de PVV die alle negatieve onverschilligheid die bij grote delen van de bevolking over Europa bestaat maximaal aanboort, terwijl VVD en CDA, weliswaar op de handrem, uiteindelijk een pro-Europakoers varen.

De kernvraag luidt: zijn zulke tot op het bot verdeelde coalities wel in staat 'koersvast' het land te besturen? Zijn zij in staat gezaghebbend het hoofd te bieden aan de crisissituaties waarin zowel de economie, het Europees project als de politieke democratie zich bevinden? Zijn ze bij machte de vertrouwenscrisis waarin de politiek verzeild is geraakt, en waarvan de opmars van het populisme zo'n ongemakkelijk symbool is, te bestrijden?

Zwevend
Zulke vragen stellen, is ze beantwoorden. Hedendaagse regeringspolitiek kenmerkt zich noch door moed en leiderschap, noch door democratische openhartigheid. De bevolking wordt geen vertrouwenwekkende toekomst voorgehouden. Niet door de luchtspiegelingen van de populisten, maar ook niet door het technocratisch aanpassingskorset van de beleidselites. Zwevende kiezers worden geregeerd door zwevende coalities.

Luid en modieus wordt er geroepen om 'politiek leiderschap'. Degenen die dat roepen, doelen dan vrijwel altijd op leiderschap ten koste van meerderheidsopvattingen. Die zouden meer onderbuik dan ratio behelzen. Zelden wordt politiek leiderschap gevraagd ten koste van 'the powers that be', de financiele markten. Dat zijn jongetjes van 24 die al speculerend de reële economie van reële samenlevingen onder perverse druk zetten.

Dat soort onevenwichtigheden is kunstmest voor politiek wantrouwen. Ik ben er normaal geen fan van, maar deze tijd van onmogelijke coalities vraagt om staatscommissies. Die moeten, tussen populisme en expertendom in, bij de bevolking een vertrouwensmandaat zien te krijgen voor een fair toekomstverhaal van hervormingen en aanpassingen. Het geschutter rondom de toekomst van ons pensioen laat zien hoe het absoluut niet moet. Dat heeft alleen maar verdeeldheid gezaaid. Een schandaal.

René Cuperus is cultuurhistoricus.
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />