Raoul du Pré −
21/06/11, 11:13
© ANP Nederlandse Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen aan de Westerschelde op de grens met de Belgische Prosperpolder
vk commentaar
De Hedwigepolder groeit in rap tempo uit tot symbool van bestuurlijke onmacht. Een heel duur symbool bovendien.
Het wordt bijna aandoenlijk: de volharding waarmee het kabinet manieren blijft verzinnen om de Zeeuwse Hedwigepolder niet onder water te hoeven zetten. Hoe langer het duurt, hoe sterker de polder uitgroeit tot een symbool van bestuurlijke onmacht.
De kwestie in het kort: Nederland verplichtte zich in 2005 mee te werken aan de verdieping van de Westerschelde om zo de Antwerpse haven bereikbaar te houden. De natuurschade moest gecompenseerd worden door het teruggeven van de Hedwigepolder aan het water. Kabinet en Kamer gingen zonder meer akkoord. Maar toen kwamen de Zeeuwen in opstand, voelde premier Balkenende (uit Zeeland) zich aangesproken en begon het eeuwige uitstellen.
Nu is er weer eens een besluit: de Hedwigepolder blijft droog. De natuurcompensatie moet nu komen van de aanleg van slikken en van de ontpoldering van de Schorer- en Welzingepolder. Even leek het erop dat het kabinet dan toch het ei van Columbus had gevonden. Niets blijkt minder waar: de Zeeuwen zijn tegen, de Vlamingen zijn tegen en bovenal levert het plan niet de vereiste natuurcompensatie op. Om met de Vlamingen te spreken: 'We moeten nu niet zomaar wat uit de duim gaan zuigen.'
Het zou lachwekkend zijn als het niet zo ernstig was. Het nieuwe plan is immers 35 miljoen euro duurder. Bovendien trekt Vlaanderen de bijdrage van 60 miljoen euro in. Zo dreigt de onmacht van het kabinet om gewoon z'n belofte in te lossen de belastingbetaler heel veel geld te gaan kosten.