Peter Giesen −
01/11/11, 09:26
© ANP. Een overvol treinstation in Beijing.
vk commentaar
Of de aarde 7 miljard en meer mensen aankan, hangt uiteindelijk niet af van de aarde, maar van de mensen.
De 7 miljardste aardbewoner aanschouwde gisteren het levenslicht. Het is een beangstigende mijlpaal. In 1950 waren er nog maar 3 miljard mensen op aarde, in 2024 zijn dat er al 8 miljard, in 2050 9,3 miljard. Bij zulke cijfers slaat je de schrik om het hart. Kan de aarde al die mensen wel voeden? Is er genoeg energie voor 7 of 8 miljard mensen, zeker als de Chinezen en Indiërs massaal auto gaan rijden? Zullen er geen oorlogen uitbreken om allengs schaarser wordende grondstoffen?
Toch is er geen reden tot doemdenken. Al in de 18de eeuw dacht de Engelse econoom Malthus dat de aarde de bevolkingsgroei niet zou kunnen bijbenen. Sindsdien is talloze malen voorspeld dat de aarde aan haar eigen groei ten onder gaat. De Club van Rome uit de jaren zeventig ligt nog vers in het geheugen.
Achteraf worden zulke voorspellingen geridiculiseerd, maar vaak waren ze helemaal niet onzinnig. Als de mensheid op dezelfde voet was doorgegaan, zou de toestand inderdaad onhoudbaar zijn geworden. Maar de mensheid gaat nooit op dezelfde voet door. Sociale en technologische vernieuwingen zorgen meestal voor een wending ten goede.
Dat kan ook nu gebeuren. Op talloze terreinen is ruimte voor verbetering, van de productiviteit van de landbouw tot een zuiniger en duurzamer energiegebruik. Als de mens zijn inventiviteit benut, staat de wereld niet voor een onmogelijke opgave. Daar is wel actie voor nodig. Terecht zien de Verenigde Naties de 7 miljardste aardebewoner als een oproep tot handelen.
De overleving van de planeet is meer dan een rekensom. Mensen zijn geneigd de schaarste op anderen af te wentelen, al dan niet met geweld. Alleen internationale samenwerking kan dat voorkomen. Uiteindelijk ligt de grootste uitdaging niet in de 'hardware' van de aarde, maar in de 'software', de mens zelf.
Peter Giesen