OPINIE - Paul Brill −
04/02/12, 06:00
© getty
Het Midden-Oosten wordt nog steeds geteisterd door stagnatie, corruptie en fanatisme, schrijft Paul Brill in zijn wekelijkse column.
Er zal pas vrede komen in het Midden-Oosten wanneer de liefde van de Arabieren voor hun eigen kinderen groter is dan hun haat jegens ons, zei de Israëlische premier Golda Meir ooit. Sinds deze week is een sardonische variant daarop van toepassing: er zal pas vooruitgang worden geboekt in het Midden-Oosten wanneer de liefde van de Arabieren voor hun eigen landgenoten groter is dan hun haat jegens concurrerende voetbalclubs.
Zoals vaak in Egypte gebeurt, deden onmiddellijk geruchten over duivelse machinaties de ronde nadat een voetbalwedstrijd in Port Saïd was ontaard in een klopjacht op spelers en fans van de bezoekende club uit Caïro, van wie er meer dan zeventig werden doodgetrapt en -geslagen.
De geweldplegers in Port Saïd zouden zijn opgestookt door hoge militairen, die de geradicaliseerde fans van de Caïreense club, bekend als 'ultra's', beschouwen als de grondtroepen van het verzet tegen hun hegemonie. Een exces als dit zou bovendien de geesten rijp maken voor een repressiever optreden van het gezag. De politie zou daarom in eerste instantie bewust hebben toegekeken.
Een complottheorie waarin zeer wel een kern van waarheid kan schuilen. Maar de geweldsuitbarsting wordt er niet minder onthutsend op. De bottomline is en blijft dat een fanatieke menigte bereid was de supporters van een bezoekende club letterlijk de dood in te drijven - en dat in het land waar een jaar geleden een nieuwe dageraad heette te gloren onder het banier van vrijheid, gelijkheid en broederschap (met een kleine b).
Die banier is nog niet helemaal opgevouwen. En laten we wel wezen: de recente parlementsverkiezingen in Egypte waren vrijer dan ze ooit onder het bewind van Hosni Mubarak zijn geweest. Dat de 'verkeerde' partijen hebben gewonnen doet daar niets aan af. Die overwinning is trouwens mede te wijten aan de onervarenheid van en verdeeldheid in het liberaal-democratische kamp, alsook aan de grootscheepse financiële steun die de religieuze krachten hebben gekregen vanuit de Golfstaten.
Dezelfde kwalenMaar veel verschil maakt die verzachtende verklaring helaas niet. Wie een stap terug zet en zich rekenschap geeft van wat de 'Arabische Lente' een jaar na de komst van de eerste zwaluw heeft opgeleverd, kan moeilijk anders dan concluderen dat de Arabische wereld nog steeds wordt geteisterd door dezelfde kwalen als in het verleden: religieus fanatisme, economische stagnatie, hevige corruptie. Nergens is er echt een keer ten goede. Zelfs niet in Tunesië: weliswaar is de rust goeddeels weergekeerd, maar in de economie zit geen greintje groei meer. Fruitverkoper Mohammed Bouazizi zou nog steeds niet kunnen rondkomen.
Het treurigst is natuurlijk de situatie in Syrië, waarop niemand meer greep lijkt te hebben. Het bewind van president Bashar al-Assad is met zijn bloedige repressie het point of no returnruim voorbij en kan zich nog slechts schietend en dankzij aanhoudende steun van Rusland staande houden. Mocht het bewind alsnog bezwijken - wat op termijn onvermijdelijk lijkt - dan moet worden gevreesd voor een lange periode van interne strijd en instabiliteit in het gemêleerde Syrië. Want de Russen kunnen hun opstelling dan wel rechtvaardigen met het argument dat anders een burgeroorlog dreigt, de realiteit is dat het land zich al met één been in dat stadium bevindt.
Er is slechts één gelukje bij dit grote ongeluk: de Syrische turbulenties ondermijnen de machtspositie van Iran, dat nauw verbonden is met het bewind in Damascus. Maar ook dit heeft een potentiële keerzijde: de strategische verzwakking zou voor de leiders in Teheran wel eens een extra aansporing kunnen zijn om een kernwapen te ontwikkelen.
Door sommigen in het Westen wordt wel gezegd: wat dan nog. Een nucleair bewapend Iran kan toch met 'klassieke' afschrikkingsmethoden worden ingedamd.
BedreigingMaar daarbij worden twee gevaren veronachtzaamd. Het eerste is dat Israël het huidige Iran niet slechts als een geduchte tegenstander ziet, maar als een existentiële dreiging. Een Israëlische militaire soloactie om, zolang het nog kan, het Iraanse nucleaire potentieel vergaand te onttakelen blijft dan ook een serieuze mogelijkheid, zo concludeerde The New York Times een week geleden op grond van gesprekken met Israëlische sleutelfiguren. Gevaar twee: afschrikking in het dicht opeengepakte Midden-Oosten stelt aparte eisen.
Vanwege zijn kwetsbare omvang zal Israël zich zeker richten op een second-strike capability (versterkte silo's, onderzeeërs met kernraketten), wat een wapenwedloop kan ontketenen waarbij landen als Turkije en Saoedi-Arabië vast niet willen achterblijven.
Kortom, wie de verwoestende gevolgen van een oorlog vreest en ook een wapenwedloop wil voorkomen, zal alles op alles moeten zetten om de Iraanse atoombom met andere middelen te voorkomen. Jammer maar helaas: dat is urgenter dan het optuigen van een nieuwe zwaluw voor de Arabische wereld.
Paul Brill is redacteur van de Volkskrant