*

 
dossier

Paul Brill

' Het zou enorm helpen als Brussel ook eens zou opkomen voor minder Europa'

Paul Brill − 17/12/11, 09:55
Een groepsfoto van de Europese leiders voorafgaand aan de EU-top in Brussel. © ap

vk opinie Het kenmerkende van de eurocrisis is niet dat alles onder druk vloeibaar wordt, maar juist dat oude vormen en gedachten buitengewoon taai blijven, meent Paul Brill.

Een gezegde dat de laatste tijd te pas en te onpas in de mond wordt genomen in verband met de eurocrisis luidt: 'Onder druk wordt alles vloeibaar.' Ach, was het maar waar. Het kenmerkende van de crisis is nu juist dat oude vormen en gedachten buitengewoon taai blijken. Nationale (on)hebbelijkheden laten zich niet wegcommanderen.

De historische Duitse vrees voor het laten draaien van de geldpersen doet zich onverminderd gelden. Afdracht van soevereiniteit blijft in Frankrijk een zeer brisant onderwerp. Het eilandgevoel van de Britten is geen spat verminderd. Overal in Europa kijken politici met één oog naar de beurskoersen en met het andere naar de fluctuaties op de kiezersmarkt.

Flexibiliteit
Nieuwe vormen en gedachten zijn trouwens ook geen toonbeeld van flexibiliteit. Want hoe vaak ook blijkt dat het Europese eenwordingsideaal slechts in beperkte mate wortel heeft geschoten onder de burgers, het geloof in de zegeningen van een verdere machtsconcentratie in Europa wordt door eurocraten met onverminderde stelligheid beleden. Er wordt op gezette tijden verontrusting uitgesproken over het 'democratisch tekort' in Europa, maar het denken over een strategie om daaraan iets te doen, staat praktisch stil. Het - meestal onuitgesproken - devies is en blijft: de weg van de vooruitgang leidt onherroepelijk naar Brussel.

Bij de commentaren op de Europese top van een week geleden moest ik onwillekeurig terugdenken aan de rede die toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ben Bot in juni 2004 hield op de Humboldt Universität in Berlijn. Een zeer opmerkelijke rede van een man wiens carrière zich voor een belangrijk deel heeft afgespeeld in de vergaderzalen van Brussel. Wat Europa vooral ontbeert, zei hij, is een contrat social met de burger, zoals dat op nationaal niveau wel bestaat. Daarom blijft de Europese integratie, alle economische voordelen ten spijt, een gevoel van onbehagen opwekken en vlucht de burger steeds terug naar de vertrouwde nationale staat, waar hij als contractpartij wel serieus wordt genomen.

Centrale macht
Naast de democratische rechtsstaat zou een beperking van de centrale macht een van de pijlers van een Europees sociaal contract moeten zijn, betoogde Bot. Hij pleitte er daarom voor dat de Europese Unie haar bevoegdheden op een aantal beleidsterreinen zou teruggeven aan de nationale lidstaten. Als voorbeelden noemde hij het sociaal beleid, bepaalde onderdelen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid, de gezondheidszorg en het cultuurbeleid. In het algemeen zou het beginsel van de subsidiariteit moeten gelden: wet- en regelgeving zou op het laagst mogelijke niveau tot stand moeten komen, dus zo dicht mogelijk bij de burger. Als iets de Europese integratie parten speelt, dan is het 'de arrogantie van de macht', aldus Bot destijds in Berlijn.

Die woorden zijn nog steeds in hoge mate van toepassing. Natuurlijk kan de eurocrisis alleen nog effectief worden bestreden door een strak supranationaal toezicht op het begrotingsbeleid van de lidstaten in de eurozone, zeg maar door de monetaire unie uit te breiden met een begrotingsunie. Hier is verdere integratie een kwestie van harde noodzaak. Maar juist ook om de acceptatie van meer Brusselse macht op dit terrein te schragen, zou het enorm helpen als de Barroso's en de Van Rompuy's voor de verandering ook eens gestalte zouden geven aan een bescheiden Europa en serieus werk zouden maken van een dereguleringsproces, in plaats van almaar meer bevoegdheden en een prominentere rol op te eisen. Bill Clinton en Al Gore, representanten van een denkrichting die de overheid bepaald niet wil wegcijferen, hebben dat in de jaren negentig in de Verenigde Staten gedaan, en de federale regering bleek nog uitstekend te kunnen functioneren met duizenden voorschriften minder.

Liberale inbreng
De ironie wil dat de huidige Europese Commissie een stevige liberale inbreng heeft en dat je dus zou mogen verwachten dat daarmee de nodige weerstand tegen overmatige Brusselse bemoeienis is verzekerd. Maar het Europese circuit kent als het ware zijn eigen dynamiek, weinigen zijn er bestand tegen de roep om 'meer Europa'.

En de Brusselse polsstok reikt al verder dan we vaak beseffen. Zo kreeg Nederland dit jaar in het kader van de annual growth survey van de Europese Commissie te horen dat we echt iets aan het fileprobleem in de Randstad moeten doen. Dat is nu nog een aanbeveling, maar in de toekomst kan het een dwingende aanwijzing worden. Zoals vaak met dit soort dingen is het goed bedoeld. Maar zelfs in de gevestigde federale staat Amerika is het hoogst ongepast voor de regering in Washington om de autoriteiten in Californië de les te gaan lezen over hun fileproblemen (die tien keer erger zijn dan bij het Prins Clausplein). Dat zoeken ze daar zelf maar uit.

Paul Brill is redacteur van de Volkskrant
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />