Aleid Truijens −
09/11/11, 10:03
© ANP
Je moet kinderen niet treiteren met achterlijke taalregels, vinden sommigen. Toch maar wel, schrijft Volkskrant-columnist Aleid Truijens.
Als we niet opletten verdwijnen de meest alledaagse, nederige dingen zomaar uit ons leven - en uit de taal. Zoals de kroontjespen, de afwasborstel en de hoorn die op de haak kon worden gesmeten. En nu het woordje 'het'. Voor het onzijdig bepaald lidwoord dreigt een roemloze aftocht. Volgens taalwetenschappers van de UvA kan 'het' de concurrentie met 'de', het lidwoord voorafgaand aan manlijke en vrouwelijke zelfstandig naamwoorden, niet aan. Het zal dus uitsterven. Arm het.
Hondsmoeilijk'De' ligt lekkerder in de mond. Kleine kinderen beginnen hun taalcarrière lidwoordloos: 'Ball!', 'Huiss!', en gaan dan over op 'de bal' en 'de huis'. Als ze kleuter zijn zeggen ze zomaar ineens 'het huis'. De taalkundigen Elma Blom, Daniela Polisenská en Fred Weerman ontdekten dat het bij mensen die een tweede taal leren precies zo gaat. Alleen, het derde stadium bereiken ze niet altijd. Wat een peuter vanzelf leert, is voor een nieuwe taalgebruiker hondsmoeilijk. Vandaar dat je vaak hoort: 'die leuke meisje' en 'fijne weekend!'. Een rigoureuzere oplossing is de lidwoorden helemaal weg te laten, wat je bij jongeren, van welke herkomst ook, steeds vaker hoort: 'Zie je op schoolplein'. Uiteindelijk, is het vermoeden, zullen wij, de taalgemeenschap, ons aanpassen aan de nieuwkomers.
Hoe vreselijk is het naderend sterven van 'het'? Helemaal niet erg, zeggen taalkundigen. Taal verandert voortdurend. Er komen nieuwe woorden en constructies bij en oude vallen af, processen die zo natuurlijk zijn als de groei van knoppen in de lente en de val van herfstbladeren. Daar maken we ons toch ook niet druk om? Een taalkundige is geen voorschrijver, maar beschrijft de taal. Als er niets verandert, is de lol er voor hem snel af. Maar op allerlei internetfora loeit de verontwaardiging. Taalverloedering! Debielentaaltje! En: 'zwichten voor allochtonen!'
ReddingIk lig niet wakker van de verdwijning van 'het', al ben ik te oud om de 'de'-taal nog onder de knie te krijgen. Toch wil ik een lansje breken voor de redding van 'het'. Niet omdat ik tegen taalverandering ben, maar omdat afschaffing voorlopig niemand verder helpt.
De standaardtaal werd niet voor niets ingesteld. Eén taal voor alle mensen in één taalgebied bleek ontzettend handig. Iedereen die deze taal op school leerde, kon meedoen met lezen, schrijven en praten in diezelfde taal, de taal van de krant. Bij die standaardtaal hoort een vastgelegde spelling die abstraheert van uitspraak - in een briefje spreekt niemand met een Gronings, Turks of plat accent. Dat was een sprong voorwaarts: de sociale ongelijkheid verminderde. Schoolmeesters hielden hun leerlingen voor dat beheersing van de standaardtaal en standaardspelling dé manier was om vooruit te komen.
Maar de afgelopen veertig jaar was een bepaald type schoolmeester, de 'zachte' taaldidacticus, juist voorstander van afschaffing van spelling- en grammaticalessen. De standaardtaal was immers afgeleid van de taal van de elite, de onderdrukkende klasse. Discriminerend! Je moest kinderen niet langer treiteren met akelige taalregels. Het ging om 'echte' communicatie. Je moest gewoon schrijven zoals je zelf praatte. Dat type schoolmeester is helaas niet uitgestorven.
Nederlands afgeschaftDe normen werden telkens naar beneden bijgesteld, uit liefde voor de al dan niet allochtone achterblijvers. Op veel mbo's werd het vak Nederlands afgeschaft. 'Communiceren' doe je toch de hele dag? Nu komt men terug van die dwaling, maar een hele generatie peuterleidsters en toekomstige pabo-studenten heeft op de roc's amper taalonderwijs gehad, en zal daar altijd last van houden, vooral wanneer ze hun leerlingen de taal moeten leren. Intussen bleven de telgen uit de elite spreken en schrijven zoals hun ouders deden en gingen zij als vanouds naar de universiteit.
Mondjesmaat komen er nu meer allochtonen op de hogescholen en universiteiten, vaak via het mbo. Maar je kunt wel ijverig diploma's stapelen, als je het tijdens een sollicitatiegesprek hebt over 'een mooie diploma', of 'deze beleid', dan denkt de werkgever toch: deze maar niet; die kan ik niet naar de klant sturen.
Zolang foutloos gebruik van lidwoorden een lakmoesproef is, zal het onderwijs de inspanning moeten leveren om het juiste gebruik van die gluiperige woordjes bij te brengen. Ambitieuze allochtone Nederlanders willen dat doorgaans graag. Nee, een 'natuurlijk' proces is dat niet. Uitsluiting en selectie zijn wél natuurlijke processen.
Aleid Truijens is columniste voor de Volkskrant.