© Thinkstock
© Thinkstock © UNKNOWN

'Pech voor jongens: manlijkheid is uit'

Jongens, eeuwenlang de norm, zijn nu de achterblijvende, tekortschietende soort. Maar wie altijd als een probleem wordt beschouwd, wordt er vanzelf een, schrijft Aleid Truijens.

'Tais toi!!' 'Pás crier, j'ai dit!' 'Sort de la piscine!' 'Va-t'en, vite!' Ons idyllische vakantiehuisje lag boven op een Zuid-Franse berg. Roofvogels suisden in adembenemende glijvlucht boven ons hoofd. Dinky toys kringelden over een verre bergpas. Alleen de snerpende opvoedkundige uitingen van de bewoners van de andere boerderijtjes - vier bevriende gezinnen - verstoorden de volmaakte stilte. De hele dag, de hele week, ging het ellendige gekrijs door.

Een stuk of tien kinderen hadden ze samen, zo tussen de 3 en 12 jaar. De schapen konden weinig goed doen. Of liever: de jongetjes. De meisjes lagen gestrekt met een tijdschrift, maakten vlechtjes, smeerden liefdevol elkaars knokige Franse ruggetjes in en staken met een gilletje één teen in het water. De jongens deden wat jongens zoal doen. Ze zwaaiden aan een boomtak boven een ravijn, duwden en trokken, achtervolgden elkaar met waterpistolen en rollebolden de gruizige helling af onder het slaken van oorlogskreten. Leuke jongetjes.

Bommetje
Maar in het zwembad werd er om het half uur eentje naar mij, la madame-là toe gestuurd om excuses te maken. Omdat ze mij in het water met een piepschuimen staaf hadden geraakt. Omdat er bij het 'bommetje' doen drie spetters op mijn boek terecht waren gekomen. Omdat ze de pech hadden om jongetje te zijn, dacht ik na twee dagen. De ouders hadden zelfs in het zwembad een 'hoek' gecreëerd, waar de overtreders beurtelings voor straf in moesten staan. De hele dag stond daar zo'n snikkend, schokschouderend kereltje, volmaakt genegeerd. Mijn hart brak. Ik moest me inhouden om ze niet te troosten, of een ijsje te brengen.

's Avonds werd een kleine misdadiger aan één oor, als in een jarenvijftigfilm, hardhandig naar zijn huisje gesleurd. Zonder eten naar bed natuurlijk. Die takke-ouders begonnen ons behoorlijke overlast te bezorgen. Toch leken het aardige mensen. Ze voerden beschaafde politieke discussies, maakten grappen, lazen boeken van Murakami en Jonathan Franzen. Eigenlijk leken ze een beetje op ons. Maar wat een wereld van verschil in ouderschap. 

Streng
Op deze tweede kinderloze vakantie dacht ik terug aan die tientallen vakanties met hen. Hoe we voor hun lol op campings vol Nederlanders gingen staan. Hoe we de dagen vlochten rond hun behoefte aan cowboyparken en megazwembaden, in enge rafting-boten door rivierbeddingen bonkten en in restaurants schaamteloos vroegen om patat. Hun geluk was onze religie. We schoten daarin door. 'Ik voed mijn kinderen later wél streng op hoor', zei mijn dochter laatst. 'Niet dat slappe gedoe van jullie.'

Theodore Dalrymple kan tevreden zijn over haar, en over de Franse bourgeoisie die haar gebroed nog wél met ijzeren hand regeert. Zelfs in de Franse streekkrant, met zijn geruststellende berichten over pasgeboren kalfjes en het Fête du melon, drong het nieuws over de Britse rellen door. Op een pagina achter in de krant, Monde geheten, stond elke dag een foto van de plunderende beesten in Londen. Ook in de boze monde buiten ons tijdelijke reservaat was de jongen hét hedendaagse probleem. Narcistische, straalverwende, niks presterende jongens uit de Britse onderklasse, hier en daar een getatoeëerde dikke meid, en enthousiast inhakende kinderen uit de verveelde middenklasse. Wanproducten van laffe ouders die weigeren op te voeden, luidde Dalrymples inktzwarte analyse.

Respect
Zou het helpen, het geschreeuw en vermaan van mijn Franse vakantieburen, om jongens in het gareel te krijgen? Ik betwijfel het. Ik vrees de volwassenen die groeien uit deze jongetjes. Later zullen ze tegen hun eigen kinderen net zo krijsen en ze aan hun oor meesleuren. Opvoeden is voordoen.

Opvoeden is ook grenzen aangeven, eisen stellen en nee durven zeggen. Ook ik erger me aan kinderen die zich hysterisch op de vloer werpen omdat ze snoep willen, en uiteindelijk snoep krijgen. Maar het huidige probleem met de jongens is dat ze jongens zijn. Manlijkheid heeft afgedaan. Eigenschappen als lef, vechtlust en competitiedrift liggen slecht. Samenwerken, plannen, communiceren en je aanpassen, dát zijn de selectiecriteria. Jongens, eeuwenlang de norm, zijn nu de achterblijvende, tekortschietende soort. En als niemand hen prijst of aardig vindt, gaan ze zichzelf wel onverdiend op de borst roffelen. 'Respect!'

Hoe moet het voelen om altijd te horen dat je lastig bent, druk en onbeschoft? Dat je een voorbeeld moet nemen aan meisjes, de gewóne, leuke kinderen? Telkens die zuchtende juf op school. Wie altijd als een probleem wordt beschouwd, wordt er vanzelf een.

Aleid Truijens