Toen kwam het bijna tot een handgemeen

We leven in een tijd van verongelijkte schreeuwers, die bij de geringste tegenvaller luidkeels verantwoording eisen, schuldbekentenis, genoegdoening of vergelding.

Vergeving, deemoed, vereffening. Ouderwetse, haast poëtische woorden die je niet vaak meer hoort - waarschijnlijk omdat de geestesgesteldheid waarnaar ze verwijzen in onbruik is geraakt. We leven in een tijd van verongelijkte schreeuwers, die bij de geringste tegenvaller luidkeels verantwoording eisen, schuldbekentenis, genoegdoening of vergelding. Tenminste, dat lees ik telkens. Misschien zijn deze prachtdeugden nog springlevend bij de niet-schreeuwers, maar die hoor je niet.

Over vergeving ging het vorige week in debatcentrum De Balie. Aanleiding was de presentatie van de interviewbundel De andere wang van Willem van Leeuwen. De schrijver, naar eigen zeggen een wrokkig typetje, interviewde mensen die iets verschrikkelijks was aangedaan. Konden ze vergeven? Kon je vergeven leren?

ReïncarnatieRonald Jan Heijn vertelde hoe hij Ferdi E., de moordenaar van zijn vader, had kunnen vergeven. Ronald Jan gelooft namelijk in reïncarnatie. Alles wat iemand doet of meemaakt is een levensles. Wij leven duizenden levens om van te leren - al is de een al wat verder dan de ander, zei hij er fijntjes bij - en hebben allemaal de pech nu eens moordenaar te zijn, dan eens slachtoffer. Ook al was E.’s daad vreselijk, betoogde Heijn, E. zelf was niet vreselijk. Hij verdiende liefde.

Uit de zaal klonk een collectieve zucht van bewondering. Maar ik werd zenuwachtig van die sereen glimlachende engel die in het licht van de alles rechtzettende eeuwigheid wel van iedereen wilde houden - en zichzelf daarmee superieur bovenaan de ladder stelde die andere stumpers nog moesten beklimmen. En waarom had hij het steeds over ‘de ego’?

Joes KloppenburgNa deze ruimhartige vergever leken de ouders van Joes Kloppenburg, die zeiden de moordenaar van hun zoon nog niet te kunnen vergeven, omdat ze geen oprecht berouw bespeurden, minder ver op die ladder. ‘Alleen Joes kan hem vergeven’, zei de moeder. Ze zou het als verraad aan haar kind beschouwen als zij dat deed. Daar kon ik me in verplaatsen. Niet vergeven kan een daad van liefde zijn, en van trouw.

‘Je moet uitkijken’, zei psychotherapeute Helmi Goudswaard, ‘dat vergeving geen kitsch wordt.’ Dat was de tweede zinnige uitspraak die avond. Sommige mensen zijn zo vervuld van hun eigen vergevingsgezindheid, dat ze daar graag wat rechtvaardigheid aan opofferen.

CalvinismeHeijns geloof deed mij denken aan het calvinisme, waarin ook geen ontkomen is aan het lot: eenmaal verdoemd, altijd verdoemd. Voorbestemd voor de hel kun je er net zo goed een klerezooi van maken. Als iedereen, gedwongen door zijn karma, doet wat hij te doen heeft in dit leven, kunnen morgen de gevangenissen dicht. Verantwoordelijkheid is dan een lachertje, bevlogenheid en opoffering zijn overbodig. Van iedereen houden is van niemand houden. Waar voorbestemdheid regeert, kunnen we de moraal opheffen.

Dat wilde econoom Arnold Heertje, die daarna zou discussiëren met filosoof Andreas Kinneging, net voorstellen, althans moraal als gespreksonderwerp. Hij had zich kapot geërgerd aan die ‘alfa’s’ met hun gezemel over moraal. Over de Holocaust, het onderwerp waarvoor hij was uitgenodigd, wilde hij evenmin spreken. ‘Al drieduizend jaar zaniken we over de moraal, en dat heeft ons geen haar beter gemaakt. Als ik u nu zou zeggen dat in het café een heerlijk buffet klaarstaat, gratis, zou u massaal naar die tafels rennen. U zou zich verdringen voor de schalen; misschien komt het tot een handgemeen.’ Het leek Heertje beter om praktische oplossingen te verzinnen: eerst de drie voorste rijen naar het buffet. Hij pleitte voor slimme ‘structuren’ die de samenleving humaner zouden maken.

HandgemeenEn toen kwam het bijna tot een handgemeen. ‘Structuren die tot een betere samenleving leiden! Dat vonden de nazi’s ook!’, riep Kinneging. Hij leunde triomfantelijk achterover, alsof hij het zelf een enorme vondst vond. Heertje zweeg. De zaal ook, beschaamd. Heijn hield zich erbuiten. ‘Ik voel me door deze uitspraak diep gegriefd’, zei Heertje. De zaal mompelde instemmend. Wat bezielde Kinneging om moedwillig Heertjes bedoelingen mis te verstaan? Om iemand die familie heeft verloren aan de nazi’s, zo’n dolk in de rug te steken? ‘We moeten toch een moraal formuleren, voordat we regels kunnen stellen?’ probeerde Kinneging nog.

De grote, kale filosoof leek nu op een kleuter die bleef beweren dat niet hij, maar zijn voetbal de vaas aan diggelen had geschopt. Formeel had hij gelijk, maar zijn gelijk was infaam. De zaal vergaf hem niet, maar het was een adembenemend duel. Zie de mens. Gesticht zetten we ons aan de drank.

Niet vergeven kan een daad van liefde zijn, en van trouw.