Jeroen Dijsselbloem tijdens de  'Huis van Europa-lezing' in de Grote Kerk in Den Haag.
Jeroen Dijsselbloem tijdens de 'Huis van Europa-lezing' in de Grote Kerk in Den Haag. © EPA

'Dit keer is het anders: het europarlement gaat de macht grijpen'

In theorie wil Nederland, zeker sinds de crisis, zoveel mogelijk zelf doen, en Brussel alleen volgen als het moet. In de praktijk is het anders, zegt Martin Sommer. 'De centralisering van de Europese Unie is onstuitbaar.'

 
Het lijkt verdorie het Zwarte Pieten-debat wel. Vrijwel iedereen is voor het behoud van Zwarte Piet, maar toch zie je ministers met hun mond vol tanden staan

In het zopas verschenen boek over Diederik Samsom laat Jeroen Dijsselbloem zich kennen als eurocriticus. Vlak voor de laatste verkiezingen discussieert hij met Samsom over de vraag of Europa iets is van idealen en lotsverbondenheid, dan wel een constructie waarmee Nederland geld kan verdienen. Dijsselbloem blijkt geen aanhanger van dat idealistische Europa, Samsom wel. Dat klopt voor zover ik Dijsselbloem ken. Niemand kan zo zuinig kijken als hij, vooral naar partijgenoten die zich laten meeslepen door vergezichten, liefst van staatswege bekostigd.

Maar nu de tweede Dijsselbloem, inmiddels minister en voorzitter van de Eurogroep. Deze Dijsselbloem hield woensdag de 'Huis van Europa-lezing' in de Grote Kerk in Den Haag. Goed idee dat die lezing zich in een kerk voltrekt, zei hij. Vanwege het gemeenschapsgevoel dat bij Europa hoort. Hij schetste hoe het acute euro-probleem is overwonnen en zag een Europa dat werkt, solidair en verantwoordelijk. De Wereldbank noemde Europa vanwege de welvaartsgroei ooit een convergentiemachine. Laat Europa weer een convergentiemachine worden, was de uitsmijter van de minister.

Het raadsel van Europa in één persoon
Ziehier het raadsel van Europa in één persoon. Tussen de twee Dijsselbloemen zit nauwelijks een jaar, ja, en een verschil in functie uiteraard. Officieel is de Nederlandse leer diversiteit, subsidiariteit, eigenheid, zelf doen als het kan, Europees als het moet. Collega Timmermans klaagde een week geleden uitgebreid over de Brusselse bemoeizucht in de Financial Times. Maar intussen hebben ze in datzelfde Brussel hartelijk gelachen om het lijstje onderwerpen, van schoolmelk tot schoolfruit, waarvan Nederland vond dat er geen Europese regels voor nodig waren.

De theorie is eigenheid, de praktijk is zeker sinds de crisis hardhollende convergentie, die ik liever centralisatie zou noemen. Hoe kan de zuinige Dijsselbloem dat nu fantastisch vinden? De voorlichtster van de Europese Commissie zei: zou hij niet gewoon gelijk hebben? Europa vooruit, dat was zeker de stemming onder de hooggeplaatsten in de kerk. Achter mijn rug werd gefluisterd dat Neelie haar partijgenoot Bolkestein toch mooi tuk had gehad in het programma Buitenhof. Een collega-journalist was zo vriendelijk op te merken dat hij mij tot de eurohaters rekent.

Ik zat me op zo'n stramme kerkstoel af te vragen waarom het zo moeilijk is woorden te vinden voor argwaan tegen verdere integratie. Het lijkt verdorie het Zwarte Pieten-debat wel. Vrijwel iedereen is voor het behoud van Zwarte Piet, maar toch zie je ministers met hun mond vol tanden staan. Tegen het argument van achterstelling of gelijkberechtiging leggen tradities of eigenaardige gebruiken het glorieus af.

Ouderwetse topdownsociaal-democratie à la Ad Melkert
Precies dat is in Europa aan de hand. Neem de PvdA. Onder leiding van Diederik Samsom is zojuist het partijprogramma voor de Europese verkiezingen van volgend jaar mei afgescheiden. Ook de PvdA is officieel voor subsidiariteit. Lees vervolgens dat programma. Rechten voor Europese werknemers, controle zus, Brusselse arbeidsinspectie zo, alles 'socialer, eerlijker, democratischer, efficiënter, effectiever en duurzamer'. Dit is ouderwetse topdownsociaal-democratie à la Ad Melkert, die meent dat de maximumwerkloosheid in Europa 5 procent mag bedragen. Hoe gaan we dat regelen, Ad? In één woord: meer Europees centralisme.

Maar dat lijken ze bij de PvdA niet in de gaten te hebben, schrijft Adriaan Schout van Clingendael in het komende nummer van het blad S & D. Slogan van de komende verkiezingen voor het europarlement is This time it's different. Waarom anders? Omdat het europarlement de macht gaat grijpen. Na de verkiezingen moet er ook een nieuwe Europese Commissie komen, het uitvoerend orgaan van Brussel. Het parlement heeft weliswaar nul gezag, maar wel veel macht én het vaste voornemen om de voorzitter van de commissie aan te wijzen. Zoals de zaken nu liggen, zal dat Martin Schulz worden van de SPD, zusterpartij van de PvdA.

Schulz is voorzitter van het europarlement en een boerse uitvoering van Guy Verhofstadt. Volgens hem moet er een Europese regering komen. 'De EU heeft meer macht nodig', zei hij in de Volkskrant. De Britten hebben al laten doorschemeren dat zij, met Schulz aan het roer, binnen anderhalf jaar afscheid zullen nemen van de Unie. Slecht voor Nederland, dat Groot-Brittannië hard nodig heeft als tegenwicht tegen de Fransen en de Duitsers. Vooral heel slecht is dat een Europese regering met ambities helemaal niet uitdrukt wat Nederlanders willen. Het schijnt de PvdA-programmacommissie niet te deren.

Uitzicht bij VVD niet veel helderder
Schrale troost is dat het uitzicht bij de VVD niet veel helderder is. Daar stellen ze vandaag op het congres het verkiezingsprogramma vast. Het heet Europa waar nodig, en het ademt inderdaad niet veel Europees enthousiasme. Tegelijk is het wel een lofzang op de Europese vrije markt, waar nog veel meer barrières moeten worden opgeheven. De ironie wil dat de open markt van de liberalen, net als de gelijkberechtiging van links, de Europese centraliseringsmachine aanjaagt. Het ijveren voor een 'gelijk speelveld' was de achtergrond van de Brusselse berekening dat de kromming van komkommers per tien centimeter lengte niet meer dan tien millimeter mocht zijn. Tegenwoordig valt ongeveer alles onder de open markt, van onderwijs tot zorgstelsels. En dus moet Nederland nu een slag leveren voor zijn eigen pensioenstelsel, tegen de bemoeienis van Brussel.

Meer markt en meer recht, om de VVD- en PvdA-programma's samen te vatten, betekenen allebei: de kolonne, eenmaal in beweging, kan niet meer worden gestopt. In beide gevallen heeft de burger het nakijken.

Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.