Martin Sommer −
19/11/11, 03:31
Kamervoorzitter Gerdi Verbeet.
© anp
Het idee dat volk en volksvertegenwoordiging op elkaar moeten lijken berust op een denkfout, betoogt Martin Sommer. 'Kamerleden moeten een voorbeeld zijn en niet de straat volgen.'
De luisteraarsvraag van Joost Eerdmans in zijn radioprogramma
Avondspits was donderdagavond: moeten er meer tokkies in de Tweede Kamer? Die vraag zou je de tokkie-vertaling kunnen noemen van de stelling van Kamervoorzitter Gerdi Verbeet bij de presentatie van het
Jaarboek parlementaire geschiedenis, eerder deze week.
Zij toonde zich in haar nopjes met de toenemende onparlementaire herrie in het Huis van de Democratie. De straat komt binnen in het parlement, op Twitter neemt de tevredenheid over de politiek toe, de mensen hebben meer belangstelling. Wat willen we nog meer als de fameuze kloof bestreden moet worden?
Joost Eerdmans was er gauw klaar mee. Hij zat zelf voor de LPF in de Kamer, is behoorlijk rechts en was altijd al begaan met dieren, kortom onverdacht. In de Kamer horen mensen met verstand, vindt hij. Het is moeilijk werk, wetgeving is abstract. Ons soort mensen moet daar niet zitten roepen, wij moeten worden vertegenwoordigd.
Opmerkelijk, ook de meeste inbellers waren het met Eerdmans eens.
De modale radioluisteraar is dus verstandiger dan de Kamervoorzitter. Temeer omdat bezorgdheid nummer één, zoals deze week weer blijkt uit het nieuwe SCP-rapport
De sociale staat van Nederland, nog altijd 'het korte lontje' is. Kamerleden zijn mensen met een ambt. Daarbij horen gezag, bezonkenheid en waardigheid. Zij moeten een voorbeeld zijn en niet de straat volgen. Verbeets denkfout zie je terug bij aanstormend PvdA-voorzitter Spekman: wie in de Kamer zit, moet lijken op zijn kiezers.
Nieuwe klassenstrijdSpekmans eerste voornemen als voorzitter is dat de PvdA moet verhuizen van de Herengracht naar 'een normale buurt'. Dat zal de PvdA volkser maken, maar niet heus. Altijd was die partij een coalitie tussen hoog en laag. Den Uyl heeft nimmer een boezeroen aangehad, en sprak niet met een Utrechts accent. Hij kwam op voor de achtergestelden, maar dat hoefde niet te betekenen dat hij zelf achtergesteld was. Tegenwoordig moet dat kennelijk anders, getuige ook het PvdA-lid uit Eindhoven dat tijdens het laatste congres opmerkte: 'Al dat academische gelul, dat kan ik zelf ook wel.'
Verbeet raakte met haar opmerking wel aan een serieuze kwestie, namelijk de slechte staat van de volksvertegenwoordiging. De urgentie daarvan werd onderstreept met het boek
Diplomademocratie van Mark Bovens en Achrit Wille (2011). De hoger opgeleiden hebben zich de staat inclusief de Kamer toegeëigend. Dat zou niet erg zijn, ware het niet dat zij zich qua opvattingen en levensstijl van de lager opgeleiden hebben afgekeerd. Met als gevolg dat die laatsten tot de komst van Fortuyn en Wilders niet werden gehoord.
In het genoemde Jaarboek komt het begrip 'diplomademocratie' telkens terug, en nu rinkelen de alarmbellen soms zo schel dat sprake is van een 'nieuwe klassenstrijd'. Dagelijks kun je de bevestiging van de stelling zien en horen. De ouderwetse media inclusief deze krant maken deel uit van het complot van hoger opgeleiden. Zij hebben nog altijd de definitiemacht. Gisteren nog vlamde de boosheid op nadat de PVV-leider Wilders had getwitterd dat er wel 4 miljard af kon bij ontwikkelingshulp. Boosheid op de radio, maar de peilingen gaven Wilders gelijk. Ontwikkelingshulp, immigratie, Europa, cultuur, allemaal thema's waarover de opvattingen van hoog en laag opgeleid radicaal uit elkaar lopen.
Tot voor kort was het consigne dat de elite tegen het weerspannige wildersvolk in opstand moest komen. Nu voelt men kennelijk nattigheid en is de gedachte: wij van de elite zijn vanwege de diplomademocratie niet meer in staat om jullie opvattingen te verwoorden, doe het zelf maar.
Dat is een bezwaarlijke vorm van de handdoek in de ring gooien, zoals Meindert Fennema eerder betoogde (Opinie & Debat, 26 oktober). Er spreekt een armoedige vorm van democratie uit die nog gevaarlijk is bovendien.
GuillotineHet idee dat volk en volksvertegenwoordiging op elkaar moeten lijken, gaat terug op de Franse revolutie. De radicale Jacobijnen beschouwden de vertegenwoordigende democratie als een verwerpelijk restant van de aristocratie. Volkssoevereiniteit betekende dat het volk zélf aan de knoppen moest zitten.
Dat leidde rechtstreeks tot de vraag wie dan het ware volk was en vervolgens tot nierenproeverij en uiteindelijk de guillotine voor wie er níet bij hoorde. Zover is het nog lang niet. Maar Spekmans voornemen om te verhuizen van de Herengracht is een slecht begin en bij de PVV, waar men inderdaad denkt zelf het volk te zijn, vind je al de neiging tot zuivering met het voorstel om een perspolitie in te stellen.
Leve de doctorandussen in de Kamer dus, maar wel doctorandussen met inlevingsvermogen.
Martin Sommer is politiek redacteur van de Volkskrant.