Exterieur van de Levenseindekliniek in Den Haag.
Exterieur van de Levenseindekliniek in Den Haag. © ANP

'Euthanasie bij geestelijk lijden mag nooit'

Je kunt nooit instemmen met iemands doodswens, vindt Renée Braams.

 
Het strookt niet met de euthanasiewet, en niet met de ethische wet dat we zuinig met het leven moeten zijn, omdat we maar één leven hebben

Ook ik ben geschrokken van de verhalen in de pers over de Levenseindekliniek. Ik dacht dat die bestond uit één rondrijdend koppel van een arts en een verpleegkundige, maar de onderneming bestaat inmiddels uit dertig van zulke mobiele teams. Ze hebben nu ook een gebouw en zelfs, sinds eind 2013, de deal dat de ziektekostenverzekeraars hun inspanningen betalen.

Waar euthanasie voor psychiatrische patiënten tot 2012 nauwelijks voor elkaar te krijgen was, krijgt nu een tiental van hen jaarlijks hulp bij het sterven van de Levenseindekliniek. De verhalen in de media over de vrouw met smetvrees en de man die de dag na zijn pensionering er gesanctioneerd uit stapte, hebben velen geschokt, maar daar wordt dan meestal de stelling aan verbonden dat je met euthanasie bij psychisch lijden 'uiterst terughoudend' moet zijn.

Nooit
Ik vind dat het helemaal nooit zou mogen. Het strookt niet met de euthanasiewet, en niet met de ethische wet dat we zuinig met het leven moeten zijn, omdat we maar één leven hebben.

Euthanasie mag van onze wet bij ondraaglijk en uitzichtloos lijden. Dat ook lichamelijk gezonde mensen ondraaglijk kunnen lijden, snapt iedereen. Maar uitzichtloos is geestelijk lijden per definitie nooit. De bekende psychiater Frank van Ree zei altijd dat hij geen stervenshulp meer zou geven, omdat hij had meegemaakt dat patiënten die jarenlang gruwelijk psychotisch en suïcidaal waren, tóch herstelden en nog jaren in vrede leefden.

 
Als medemens, arts, collega of buur hoor je te zeggen: 'Ik wil dat jij blijft leven. Er is hoop voor jou, en ik zal je helpen.'

Waar leven is, is hoop. Voor iedereen. Ook voor de vrouw met smetvrees, ook voor de man die zijn pensionering vreesde. De Levenseindekliniek heeft tegen die mensen gezegd: 'Jij mag wel dood.' Als medemens, arts, collega of buur hoor je te zeggen: 'Ik wil dat jij blijft leven. Er is hoop voor jou, en ik zal je helpen.'

Pamflet
Een andere bekende psychiater, Frank Koerselman, schreef in 1995 in het pamflet 'Als de dood voor het leven' dat hulpverleners die zich lenen voor stervenshulp, zich niet realiseren hoe verleidelijk het is om je gevoelens van machteloosheid te ontvluchten door een daad te stellen en te genieten van het gevoel van verhevenheid dat die wel heel bijzondere daad je verschaft.

Dat is een harde typering, maar wel raak. Hoe veel moeilijker is het om nee te zeggen en de wanhopige patiënt bij te staan in zijn lijden.
Maar dat het lot kan keren en de verschrikkelijkste innerlijke kwellingen kunnen transformeren tot een rustig leventje, las ik zo mooi geïllustreerd in de biografie van Willem Kloos, geschreven door Bart Slijper.

 
Ik sluit af met een gedicht van Kloos, waarin ik zo mooi verwoord lees dat ons levensgeluk in de handen van anderen ligt

Kloos probeerde in 1895 met een broodmes zijn hals door te snijden. Een koffer vol met brieven van vrienden en de handschriften van zijn eigen gedichten had hij die dag al met succes vernietigd, maar hijzelf werd gevonden en verbonden. Hij gaat naar een krankzinnigengesticht en nadat hij de alcohol heeft afgezworen, leeft hij nog veertig jaar in stille vrede voort. Hij trouwt, werkt, teert op zijn roem en is blij dat hij leeft.

Ik sluit af met een gedicht van Kloos, waarin ik zo mooi verwoord lees dat ons levensgeluk in de handen van anderen ligt.

Wen ooit uw oog zich weg van 't mijne wendt,
In koelheid of in toornend ziels-verachten,
En gij vergeefs mij op den straal laat wachten,
Den weer-straal op den straal, dien 't mijne u zendt -
Wen ooit uw ziel zich aan de mijne ontwent,
En ooit die lippen, die mij tegenlachten,
Tot bitter-wreeden trek zich plooiend trachten
Het woord te spreken dat mijn Leven schendt, -
Ik zal u niets verwijten, niet verachten,
Want wie het Leven en het Noodlot kent,
Weet dat zij scheiden wat zij samenbrachten.
'k Wijs slechts uw eigen woord u, snood ontkend,
En zwijgend daal ik in de nacht der nachten,
Wen dan uw oog zich weg van 't mijne wendt.

Renée Braams is neerlandica, muziekdocent en columnist voor Volkskrant.nl