*

 
dossier

Thomas von der Dunk

'PvdA en CDA moeten terreur van de markt te lijf gaan'

OPINIE - Thomas von der Dunk − 19/01/12, 11:52
PvdA-fractievoorzitter Job Cohen ontmoet zijn collega Maxime Verhagen (CDA) tijdens zijn wandeling op het Binnenhof. © anp

Als het CDA-congres de voorstellen van het Strategisch Beraad serieus neemt, ligt de partij vanaf maandag op ramkoers, schrijft columnist Thomas von der Dunk.

Aanstaand weekend komen zowel de sociaal-democraten als de christen-democraten in congres bijeen. Dat biedt gelegenheid om de eigen zonden inzake de neoliberale verleiding uit heden (CDA) en verleden (PvdA) te overdenken, want beide volkspartijen staan er daardoor niet best voor.

Door in de jaren negentig dan wel de jaren nul te ver in het modieuze marktdenken mee te gaan, hebben zij hun historische taak verzaakt, en kon de fictieve tucht van de markt in een feitelijke terreur van de markt ontaarden: een handvol beleggers dicteert thans in Europa aan democratieën wat te doen. Dat zou in de veelgesmade jaren zeventig ondenkbaar zijn.

De VVD is daarvoor tot op heden blind en nog steeds geneigd om weg te kijken. De eigen heilsleer van totale zelfredzaamheid, van minder staat en minder samenleving en meer markt, staat nog recht overeind.

Zie de vaste Pavlov-reflexen als het gaat om zorg en onderwijs, ofschoon nu zelfs Halbe Zijlstra door begint te krijgen dat een grotere omzet in het hoger onderwijs - meer studenten - ten koste van de kwaliteit zal aan, en Edith Schippers reeds na twee weken schrikt van de voorspelbare gevolgen van het vrijgeven van de tandartstarieven.

Zelfs de meeste verstokte gelovigen moeten op hun eigen deelterrein gaandeweg erkennen dat de buiten-Haagse werkelijkheid niet altijd met de binnen-Haagse wenselijkheid van hun eigen ivoren torens te rijmen valt.

Doodsangst
Alleen voor de huizenmarkt wil de VVD van het op eigen benen staan nog niets weten. Daar draait de rechtse geluksmachine van subsidieverslaving voor villabezitters nog op volle toeren, ook al heeft intussen zowat elke deskundige in binnen- en buitenland de onhoudbaarheid ervan betoogd.

Als op zoveel terreinen wordt Rutte hier zowel door zijn eigen onhoudbare beloften als door zijn doodsangst voor Wilders gegijzeld. Ondanks de lange houdbaarheid van Cor Bosman bij de PVV ziet de premier dat nog steeds als een hele normale partij waarmee goed zaken valt te doen.

Met het CDA vallen echter binnenkort misschien voor links serieus zaken te doen. Intussen is er namelijk meer bekend over de koers die het CDA volgens het eigen Strategisch Beraad moet gaan varen.

Vanuit ideologisch oogpunt zouden de gedane voorstellen voor een christen-democratische partij niet bijster opzienbarend moeten zijn. Dat ze dat nu wel zijn, komt omdat ze deels haaks staan op de koers van de eigen bewindslieden in het Rutterechtse kabinet. Als het CDA-congres die voorstellen echt serieus neemt, ligt de partij vanaf maandag op ramkoers.

Minder vijandig voor vluchtelingen? Adieu Leers. Meer rentmeesterschap inzake natuur en milieu? Adieu Bleker. De naam van diens criticaster Veerman als mogelijke nieuwe partijleider is al gevallen. Minder riskante hypothecaire leningen? Adieu De Jager (maar die draait vast bij). Minder aanschurken tegen de PVV überhaupt? Adieu Verhagen (maar die gaat al).

En, o ja: het Strategisch Beraad spreekt zich ook uit tegen de uitwassen van de consumptiemaatschappij in brede zin, tegen 'de zucht naar het snelle geld, de gemakkelijke keuze voor gemak en genot, niksigheid en platheid'. Die 130 kilometer kan de VVD dus vergeten. En het behaagziek Haags aanschurken tegen de dikke darm van Henk of Ingrid ook. Een ministerspostje voor Charlie Aptroot, Ton Elias en René Leegte zit er na de zomer in het komende kabinet Cohen-Veerman-Roemer I niet in.

Symboolpolitiek

Dan moeten de linkse partijen daar natuurlijk wel klaar voor staan, en dat is nog te weinig het geval, bij de PvdA voorop. Toch kan het niet zo moeilijk zijn, de eigen sociaal-democratische kerntaak weer helder te verwoorden en duidelijk uit te dragen.

Dat is allereerst het keren van de groeiende maatschappelijke ongelijkheid, die zich vertaalt in exorbitante inkomens die elke relatie met reële verdiensten allang verloren hebben - dat geldt niet alleen voor een type als Rijkman Groenink, die verklaarde dat hij een gouden handdruk van twintig miljoen iedereen kan aanraden.

Er werd door rechts de afgelopen dagen schamper gedaan over het linkse voorstel voor een zeer bescheiden belastingverhoging voor topinkomens: dat heette meteen 'symboolpolitiek'.  Symbolen zijn niet geheel onbelangrijk - waarom wilde anders de VVD per se die 130 km per uur? - maar daarnaast komt het Strategisch Beraad van het CDA met een soortgelijk idee. Bovendien zal het welvaartsverlies dat als gevolg van het casinogedrag in de financiële sector (en de daaropvolgende enorme bezuinigingen) nu gewone burgers treft, politiek onverkoopbaar zijn, als niet de schuldigen ook zichtbaar bloeden.

Tot nu toe komen die steeds te makkelijk weg door steeds weer de Europese regeringen tegen elkaar uit te spelen: dreigt men in Den Haag naar Londen te verkassen als het gegraai een strobreed in de weg wordt gelegd, in Londen dreigt men op het zelfde moment met het omgekeerde.

Gated communities
De belastingen worden voor het leeuwendeel opgebracht door gewone burgers en gewone bedrijven - de multimiljonairs en multinationals hebben voor zichzelf met allerlei trucs een minimumtarief bedongen, maar profiteren natuurlijk wel van de door alle anderen betaalde (kennis)infrastructuur.

Er is zo de laatste neoliberale decennia een bovenlaag van multimiljonairs ontstaan die aan de rest van de samenleving geen boodschap heeft, en zich steeds meer opsluit in buitenlandse belastingparadijzen of binnenlandse gated communities.
Dat angelsaksische exces dreigt ook in Nederland ingang te vinden. Daarom is de mislukking van dat ommuurde Park Bloeyendaal in De Bilt maatschappelijk gezien een zegen. Het bijeenhouden van de samenleving is, zolang de Rutteliberalen het spoor nog compleet bijster zijn, voor sociaal-democraten én christen-democraten opgave nummer één. 

Dat is ten tweede het temmen van de markt via een krachtige staat. Die is bewust door rechts verzwakt opdat het eigen motto dat zij niets voor de burger kan doen werkelijkheid wordt. Door deze perverse politiek is het land niet teruggegeven aan de burgers, maar weggegeven aan de bankiers.

Als de overheid al in de kredietcrisis gefaald heeft, zoals de Bolkesteins beweren, dan toch vooral in dát opzicht, door deregulering: want tegenover elke gretige Zuid-Europese kredietnemer staat ook een Noord-Europese kredietgever van dat slag. Zo heeft 'onze' ABN-AMRO met dollartekens in de ogen een miljard in de failliete Griekse spoorwegen gestoken.

De opgave voor links is om de creatieve kanten van het kapitalisme te stimuleren en tegelijk de zeer destructieve in te perken. De redding van het financiële stelsel vergt derhalve nu niet de zogenaamde tucht van de markt, maar allereerst de tucht van de overheid - te weten een absoluut verbod op alle perverse beloningen die kortetermijndenken in dienst van het eigenbelang ten koste van langetermijndenken in dienst van het algemeen belang bevorderen: het bonussysteem als een loterij zonder nieten.

Er wordt nog steeds veel te weinig onderscheid gemaakt tussen de belangen van banken en van bankiers, tussen die van bedrijven en die van hun tijdelijke managers, die zich zijn gaan verbeelden hun eigenaren te zijn, en 'hun' bedrijf ten eigen bate plunderen of bij megafusies verkwanselen: na mijn bonus de zondvloed. Niet alleen zijn daardoor die bedrijven zelf tot handelswaar verworden. Ook de voor bloei noodzakelijke loyaliteit van de werknemers komt daarmee toenemend onder druk te staan.

Wegwerpkoopwaar
Frits Abrahams memoreerde in zijn NRC-column van 17 oktober jongstleden een bezoek van een verre vriend, sinds 25 jaar werkzaam bij een grote internationale onderneming. Die was inmiddels zó vaak overgenomen dat hij er zich totaal van vervreemd voelde. De nieuwe eigenaren hadden maar één doel: in zo kort mogelijke tijd zoveel mogelijk geld met zo weinig mogelijk personeel verdienen. 'Vroeger hield ik van mijn bedrijf', zo citeerde Abrahams hem, 'nu laat het me volstrekt koud'.

Dat plaatst ook het hele ontslagrechtdebat in een cruciaal licht. Niet alleen is, zoals Peter de Waard dinsdag in de Volkskrant betoogde, de arbeidsmarkt in Nederland al zeer flexibel. Ook zakt, als werknemers door een leiding die alleen in zichzelf geïnteresseerd is, als wegwerpkoopwaar worden behandeld, hun loyaliteit tot nul en zullen zij zichzelf niet echt voor hun werkgever inzetten - morgen sta je immers toch zo op straat.

Dat is tevens de kern van de kloof met de professionals van de werkvloer, die ook als het om de inhoud van hun werk gaat van de terreur van het puur op omzet gerichte marktdenken van de managers moeten worden bevrijd. Een minder exorbitante beloning van de top, eerlijker delen, heeft daarmee niet alleen met rechtvaardigheid te maken, maar ook met verstand.

Thomas von der Dunk is cultuurhistoricus en columnist van vk.nl.
mailIcon print | |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere VK bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />