Thomas von der Dunk −
12/09/11, 13:34
© anp
Wat in Den Haag een uitglijder heet, heet buiten Den Haag een correcte weergave van de realiteit, stelt Thomas von der Dunk na de verspreking van minister Hillen over de missie in Afghanistan.
Je kon er inderdaad op zitten wachten: dat Hans Hillen weer eens zou zeggen wat hij denkt. Zeker als hij denkt dat wat hij denkt ook juist is. Voor de journalist die hij ooit was, is dat een vruchtbare aandrang, voor de politicus die hij nu is, is dat meestal niet erg verstandig.
En zo werden we getuige van de volgende acte van de Haagse Kunduz-klucht, waarvan gegarandeerd nog vele komische actes zullen volgen die voor de grotemensenwereld voorbij Zevenaar niet te volgen zijn. Hillen concludeerde wat elke nuchtere geest allang weet: het zijn vooral militairen die gaan, ze moeten vooral militaire activiteiten verrichten, dus...
Nee, stop, ho! Zo werkt dat op het Binnenhof niet. We hebben namelijk met z'n allen afgesproken - of althans een krappe Kamermeerderheid heeft dat namens allen gedaan - dat militairen op missie niet met een militaire missie bezig zijn. Zelfs de term 'militaire missie' is namelijk al nefast, waar die toch op haar beurt zelf reeds een eufemisme vormt voor 'oorlog', de onnoembare zonde van deze tijd.
Half Den HaagEn dus viel half Den Haag over Hans Hillen heen. Half Den Haag - de andere helft kan nu rustig achteroverleunen om straks, als een militaire missie inderdaad een militaire missie blijkt te zijn, met vier woorden te volstaan:
I told you so.
Dat kunnen, als de spagaat tussen het Nederlands wereldbeeld en de Afghaanse werkelijkheid uiteenscheurt, de voorstanders daarentegen niet. GroenLinks was uitdrukkelijk akkoord gegaan op voorwaarde dat het onbenoembare niet benoemd zou worden. En dus riep Jolande Sap Mark Rutte ter verantwoording, die zich haastte om te verklaren dat Hillen het tegendeel bedoelde van wat hij had gezegd.
InburgeringscursusAls dat zo is, lijkt mij voor de minister een inburgeringscursus Nederlands urgent - op eigen kosten uiteraard, want dat wil het kabinet ook bij anderen dolgraag - maar zelf had ik niet de indruk dat Hillen door langdurige afwezigheid in Kunduz of een andere afgelegen negorij zijn moedertaal was verleerd.
Wat in Den Haag een uitglijder heet, heet buiten Den Haag namelijk een correcte weergave van de realiteit. Het is niet voor het eerst dat de Nederlandse politiek feiten niet onder ogen wil zien - wat dat betreft telt zij veel verstokte recidivisten. Ook in dit concrete geval heeft het verstoppertje spelen een zeer logische achtergrond.
Onze terugtrekking uit Uruzgan werd door Washington niet geapprecieerd en heeft Rutte mogelijk zijn G20-stoel gekost. In de internationale politiek geldt nu eenmaal: do ut des - doe jij iets wat ik wil, dan help ik jou, werk je niet mee, dan zul je dat weten ook. Vandaar dat, toen vanuit Washington het dringende verzoek kwam om weer iets militairs in Afghanistan te doen, het kabinet die druk niet dorstte te weerstaan.
OorlogsmoeEr was alleen een klein probleem: Nederland is oorlogsmoe (dat is het overigens altijd). En dus moest, om de noodzakelijk geachte parlementaire meerderheid te vinden, Rutte de handel onder een andere noemer verkopen, als politiemissie. De term 'politionele actie' was namelijk al in 1946 vergeven.
Dat de citroenen uiteindelijk knollen blijken, is onvermijdelijk, maar wie dan leeft, die dan zorgt. Zo kon Rutte tenminste veilig naar Brussel terug. Nu de buit binnen is, zag Hillen geen reden meer om zijn mond te houden. SP-woordvoerder Harry van Bommel prees dan ook Hillen om zijn eerlijkheid. Het was alleen wel wat netter geweest als hij wat eerder eerlijk was geweest, dat had ons een hoop bedrog en zelfbedrog bespaard.
RadiodebatTot mijn meest komische media-ervaringen in dezen behoort een radiodebat met de ex-kamerleden Frans Weisglas (VVD) en Wijnand Duyvendak (GroenLinks) vorig jaar februari over Uruzgan.
Toen ik zei dat we daar in een oorlog verwikkeld waren, reageerde Duyvendak instemmend, terwijl Weisglas verstrakte: wij voeren geen oorlog, nee nee, zeer beslist niet. Toen ik even later stelde dat we ook meededen om in de kredietcrisis aan de financiële onderhandelingstafels toegelaten te worden, onderschreef juist Weisglas deze visie, en toonde zich ditmaal Duyvendak verontwaardigd: een koppeling van beide zaken zou neerkomen op chantage.
WerkelijkheidWie naar de oorzaken van dat wegkijken van de werkelijkheid zoekt, komt uit bij drie zaken. Ten eerste het zelfbeeld van Nederland als een vredelievende natie, die in de wereld steeds het goede wil en 'dus' steeds het goede doet. Daarin past oorlogsvoering niet: dat is iets voor enge grote landen en dito dictatoren, dus als onze militairen toch in actie moeten komen kan een oorlog slechts een wederopbouwmissie zijn.
In het verlengde daarvan ligt onze uiterst formele polderbenadering van politieke conflicten, gekoppeld aan een calvinistisch geloof in het woord en het schrift: afspraak is afspraak, en onze Uri zal die lui daarginds daaraan houden! Ook in Europa breekt die naïviteit ons geregeld op.
En ten derde is er de illusie dat wij met onze goede bedoelingen tot de harten van de Afghanen weten door te dringen. Maar in hun ogen blijven wij, als bezetters, slechts tijdelijke passanten. Vreemde soldaten zijn ook meestal niet de beste inlichtingenbron om de stemming onder de inheemse bevolking te achterhalen. Die kijkt wel uit om haar echte opinie te openbaren: dan heb je zo een kogel door je kop.
Een paar jaar geleden interviewde het tv-programma
Andere tijden eens bejaarde Wehrmachtsoldaten, die in '40-'45 in Nederland waren gestationeerd. Vraagje: of ze toen veel hadden gemerkt van vijandige gevoelens onder de bevolking? Hun ontwapenende antwoord: eigenlijk niets.
Thomas von der Dunk is columnist van vk.nl.