Bestuurder Bert Boer van het College voor Zorgverzekeraars.
Bestuurder Bert Boer van het College voor Zorgverzekeraars. © Guus Dubbelman / de Volkskrant

CVZ: veel meer dure medicijnen onder de loep

Na medicijnen voor de ziekten van Pompe en Fabry staan veel meer middelen op de nominatie voor beperking van de vergoedingen door de verzekeraars.

Niet alleen medicijnen tegen de ziekten van Pompe en Fabry, maar veel meer dure geneesmiddelen worden de komende tijd door het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) tegen het licht gehouden. Volgens bestuurder Bert Boer wordt van ongeveer veertig dure geneesmiddelen opnieuw bepaald of zij in aanmerking komen voor vergoeding.

Het gaat bijvoorbeeld om de behandeling van bepaalde tumoren, een medicijn tegen leukemie bij kinderen en een middel tegen de zeldzame erfelijke ziekte van Hunter.

Onlangs lekte een conceptrapport uit waarin het CVZ het ministerie adviseerde de medicijnen voor Pompe- en Fabry-patiënten niet in alle gevallen meer te vergoeden. Daarop barstte een maatschappelijke discussie los rond de vraag hoeveel de behandeling voor een ziekte eigenlijk mag kosten. Het CVZ komt met herbeoordelingen van veel meer medicijnen; op de lijst staan veertig middelen die de overheid per medicijn meer dan 2,5 miljoen euro per jaar kosten.

In 2007 werd begonnen met een proef om dure medicijnen waarvan de kosteneffectiviteit nog niet onomstotelijk wetenschappelijk was bewezen, toch tijdelijk te vergoeden. Onderdeel van de afspraak was dat het CVZ na vier jaar, als meer onderzoek bekend was, opnieuw zou beoordelen of de middelen blijvend zouden worden vergoed. Dat moment is nu aangebroken. Voor de ziekten van Fabry en Pompe was het voorlopige oordeel dat de medicijnen niet meer voor alle patiënten worden betaald.

Bert Boer kan nog niet zeggen welke andere medicijnen mogelijk uit het basispakket verdwijnen omdat de werking ervan niet voldoende is aangetoond of niet opweegt tegen de hoge kosten.

Voor het middel Xolair, dat wordt gebruikt bij ernstige astma, heeft het CVZ onlangs voor het eerst een 'no-cure-no-pay'-afspraak gemaakt met fabrikant Novartis. Als een patiënt in de praktijk geen baat heeft bij het middel, betaalt niet de verzekeraar maar Novartis de rekening.

Boer: 'Het vergoeden op basis van no cure, no pay kan een prima oplossing zijn voor extreem dure medicijnen waarvan het nut niet voor een grote groep is bewezen, maar waar sommige patiënten mogelijk wel baat bij hebben.'

Het interview met Bert Boer is te lezen in de Volkskrant van vandaag.