Redactie −
22/05/11, 06:04
Premier Rutte in de Eerste Kamer, tijdens de Algemene Beschouwingen. © anp
De Provinciale Statenverkiezingen zijn geweest, de stemmen zijn geteld. Tijd dus voor verkiezingen, en wel verkiezingen waar het al die tijd eigenlijk om ging: die van de Eerste Kamer.
-
De Eerste Kamer. © anp
Waarom is dat belangrijk? Omdat de uitkomst van de Statenverkiezingen niet automatisch leidt tot een meerderheid voor de kabinetspartijen CDA en VVD en gedoogpartner PVV in de Eerste Kamer. En dat zou weer lastig kunnen zijn voor het kabinet, omdat wetten worden goedgekeurd in de Senaat.
Terug naar de Statenverkiezingen. De leden van Provinciale Staten, die wij hebben gekozen begin maart, kiezen morgen Eerste Kamerleden. En dan wordt de uitleg wat ingewikkeld.
Niet iedere Statenzetel weegt even zwaar. Een stem van een Noord-Hollands Statenlid (provincie met veel inwoners) telt zwaarder dan bijvoorbeeld die van een Limburgs Statenlid.
StemwaardeAlles draait hierbij om de zogeheten 'stemwaarde'. Die waarde komt tot stand door het aantal inwoners van een provincie te delen door het honderdvoud van het aantal Statenleden. Als voorbeeld: een stem van een Noord-Hollands Statenlid had in 2007 een waarde van 628, van een Flevolands Statenlid 96. Die waarde, vermenigvuldigd met het aantal stemmen dat op een partij is uitgebracht, leidt tot het stemcijfer. Dat wordt vervolgens gedeeld door de kiesdeler (som van alle provinciale stemcijfers, gedeeld door 75) en dát levert het beeld op wie die 75 Senaatzetels mogen innemen.
'Je moet als eenvoudige kiezer wel erg van politiek houden, wil je dit allemaal begrijpen', zegt Kees Aarts, politicoloog aan de Universiteit Twente, gespecialiseerd in kiezersonderzoek.
StemveeStatenleden, om het maar even kort door de bocht te stellen, zijn 'stemvee'. Die 566 politici bepalen morgen, bij getrapte verkiezing, wie er in de Eerste Kamer komt. Aarts: 'Hun opkomst is bij die Eerste Kamerverkiezingen 100 procent! Ze zullen wel moeten.' Lachend: 'En ze laten zich nog dirigeren ook.'
Ter verduidelijking: de op 2 maart gekozen VVD-Statenleden worden uiteraard geacht om op VVD-kandidaten voor de Eerste Kamer te stemmen. Na 2 maart zijn door de partijbureaus zekere berekeningen losgelaten op de precieze uitkomsten per provincie en kan het zo zijn dat ander stemgedrag beter is voor de restzetelverdeling in de Eerste Kamer.
VoorbeeldEen fictief voorbeeld: als uit alle berekeningen blijkt dat de PvdA recht heeft op 9,2 zetels in de Eerste Kamer, dan wordt dat naar beneden afgerond. Een zielsverwante partij als GroenLinks zou aan die tweetiende genoeg kunnen hebben om de score van 7,4 zetels op te krikken naar 8 zetels. In dit voorbeeld zou het van belang kunnen zijn dat PvdA-statenleden, althans enkelen, niet op een kandidaat-senator van de eigen partij stemmen, maar op een van GroenLinks. Hetzelfde geldt nu voor (bijvoorbeeld) de SGP en de VVD. Het zou voor VVD'ers strategisch kunnen zijn om op een SGP-kandidaat te stemmen, omdat die partij in ruil voor wat toezeggingen in de Eerste Kamer steun wil geven aan de kabinetsplannen.
Statenleden zijn morgen in zoverre 'stemvee' dat ze precies geïnstrueerd zijn door partijbureaus hoe te stemmen. Bij de vorige Statenverkiezingen ging dat mis. Een Noord-Hollands Statenlid van GroenLinks deed iets verkeerd en dat kostte de partij een Senaatszetel.