*

 
dossier

muziek

20 jaar grunge: de rock van zelfverklaarde losers

Menno Pot − 02/12/11, 09:44
Kurt Cobain in 1992. © ANP

Voor Menno Pot- boze puber in het doodsaaie Heerenveen - sloeg grunge begin jaren negentig in als een bom. Eindelijk een stroming voor zíjn generatie. Wat resteert twintig jaar later van deze muziek?

  • Beluister hier de Grunge top-20 van Menno Pot op Spotify.
  • Nirvana-fans bij een gedenkconcert voor Kurt Cobain in 1994. De jongen in het midden heeft 'Kurdt Lives' - verkeerd geschreven - op zijn arm getatoeëerd. © ANP
    Nirvana-fans bij een gedenkconcert voor Kurt Cobain in 1994. De jongen in het midden heeft 'Kurdt Lives' - verkeerd geschreven - op zijn arm getatoeëerd. © ANP
MTV (dat bij ons in Friesland natuurlijk niet in het kabelpakket zat) en wist: deze band snapt het, dit gaat over mij. Nog diezelfde middag kocht ik Smells Like Teen Spirit (op cassettesingle!) en de volgende dag het album Nevermind, twee aankopen waarmee ik (nu twintig jaar geleden) bijdroeg aan het ontstaan van een korte maar zeer hevige rage rond Nirvana en het fenomeen grunge.

Ik was er niet bijzonder vroeg bij. Nirvana debuteerde al in 1989 met een album (Bleach) dat mij als 14-jarige totaal was ontgaan. Teen Spirit en Nevermind waren ook al twee maanden uit, maar ik was er nog niet mee in aanraking gekomen. Ik hoorde tot de grote stroom tieners die Nirvana ontdekte in de loop van november, toen de MTV-airplay toenam en in de VS een doorbraak op til was.

Alternatief

Uit de Amerikaanse underground afkomstige bands waren in de jaren daarvoor altijd tot onafhankelijke labels en kleine radiostations veroordeeld geweest, maar Nirvana had de ambitie opgevat dat te veranderen: de songs op Nevermind klonken rauw en 'alternatief', maar hadden haast Beatle-eske popmelodieën en waren van een glasheldere, toegankelijke productie voorzien.

Het sloeg in als een bom: nooit eerder had een undergroundband de deur naar de mainstream zo resoluut ingetrapt. Op 30 november 1991 kwam Teen Spirit de Nederlandse Top 40 binnen, en Nevermind de albumlijsten. Vanaf dat moment ging het hard: Teen Spirit haalde de topdrie, tegen Kerst werden alleen al in de VS 400 duizend exemplaren per week van Nevermind verkocht.

Op de hekgolf van de doorbraak stroomde nog een handvol andere bands uit de langharige underground-rockscene van Seattle het bewustzijn van het grote publiek binnen: Pearl Jam, Soundgarden, Alice in Chains. Ze zouden in de jaren daarna vele miljoenen albums verkopen.

Nauwelijks benul
Ik hoorde tot de miljoenen tieners die 'alternatieve' rock omarmden op het moment dat die term zijn betekenis verloor. Tot dan toe had ik, als kind van 1975, nauwelijks benul van zoiets als 'alternatieve' popmuziek: ik was er, zoals de meeste neo-grungers van 1991, net te jong voor.

Ik was opgegroeid met de rockmuziek van mijn vader (Beatles, Stones, Kinks, Who) en snakte naar een rockstroming die werkelijk iets betekende voor míjn generatie, maar ik vond niets. Queen en Guns 'N Roses kon je bewonderen, maar ze waren te groot en te stoer om jezelf in te herkennen. Verder waren er veel commerciële afgeleiden van house en hiphop, muziek waaraan jongetjes met een van pa meegekregen gitaarbehoefte instinctief een hekel hadden.

Nu was het er ineens: rauwe rock die over míj leek te gaan. Op MTV zag je hun videoclips de hele dag, de muziekbladen stonden er vol van en je hoefde op zondagavond maar naar MTV-programma's als 120 Minutes en Headbanger's Ball te kijken om de ijsberg te ontdekken waarvan Nirvana het topje vormde: Mudhoney, Screaming Trees, Love Battery, TAD - minder toegankelijk maar vanwege de koninklijke goedkeuring van Kurt Cobain het ontdekken waard. De bands bleken allemaal uit Seattle en omgeving te komen en al jaren te bestaan, net als de verzamelterm grunge.

Die term was een lastige, want stilistisch was hij breed: Nirvana koppelde punkintensiteit aan popmelodieën, Pearl Jam neigde meer naar seventies rock, Soundgarden en Alice in Chains zelfs naar hardrock en metal. Screaming Trees en Love Battery klonken psychedelisch, Mudhoney was punk vermengd met Stooges-achtige garagerock.

Zompig

Grunge kon puntig en melodieus zijn, maar ook zompig en uitgesponnen. Van oudsher onverenigbare rockgenres als hardrock en punk, in de jaren zeventig vijandige reacties op elkaar, waren in de alternatieve scene van Seattle blijkbaar loten aan dezelfde boom: jongens als Kurt Cobain hielden van 'Sabbath' én de Ramones, van KISS én The Stooges.

De rage was vooral geografisch bepaald: grunge kwam uit de staat Washington, veelal uit Seattle, maar het mocht ook Olympia, Tacoma, Aberdeen of Montesano zijn.

Die eenheid van plaats was een van de dingen die grunge zo onweerstaanbaar maakte: voor een tiener uit Heerenveen waren de grungebands lotgenoten. Ook zij kwamen uit een afgelegen, noordelijke stad waar weinig te doen was. Ze wisten wat het was om zich kapot te vervelen in stadjes waar niemand hun muzikale hunkering leek te begrijpen. Ze waren provincialen, net als ik.

Kurt Cobain, Stone Gossard van Pearl Jam, Mark Arm van Mudhoney, ze hebben het allemaal gezegd: grunge was muziek van binnenzitters, muziek uit een streek waar het koud, winderig en nat is. Het was ook muziek van zelfverklaarde losers: Seattle was de stad van Microsoft en Boeing, waar relatief veel jongeren snel carrière maakten. De cijfers over de jeugd in Seattle gaven dat ook aan: veel jonge, geslaagde zakenlui, maar ook veel depressie, zelfmoord en verslaving onder de verliezers.

Grunge was het geluid van de tweede categorie: het lawaai van de jongens die het níet hadden gemaakt. Met die antihelden wilde je vrienden worden, als zoekende puber uit het Nederlandse equivalent van de staat Washington.

Lees het hele verhaal in de Volkskrant.
mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />