Bor Beekman −
16/02/12, 12:24
Beeld uit Hugo
vk recensie
Visueel overdonderend zijn de scènes waarin Scorsese de kijker meevoert door de wereld van de jonge Hugo.
-
Hugo
- Oordeel van onze recensent
Hugo is de meest zonderlinge blockbuster in jaren. Een ruim 170 miljoen dollar dure hommage aan een Franse filmpionier, verpakt als dickensiaans jeugdavontuur. Door de Academy gewaardeerd met wel elf Oscarnominaties (eentje meer zelfs dan The Artist), maar matig presterend in de Amerikaanse bioscoop. Onthaald als Martin Scorseses meest persoonlijke film, maar tegelijk wezensvreemd binnen diens gewelddadige oeuvre.
De naamdrager van Scorseses eerste 3D-film, die gebaseerd is op het kinderboek De uitvinding van Hugo Cabret van Brian Selznick, is een weesjongetje dat zich verschuilt in de gangen, nissen en trappenhuizen van een Parijs treinstation, anno 1930. Hij is het die de klokkenmechaniek onderhoudt, al weet niemand dat. Ooit vervulde zijn vader die functie, daarna nam zijn drankzuchtige oom de taken op zich, op papier dan.
FilmmagieVisueel overdonderend zijn de scènes waarin Scorsese de kijker meevoert door Hugo's habitat: de camera zeilt over de ruimte, wurmt zich door de dringende mensenmassa, stort zich naar beneden, er is zoveel te zien, zoveel details - pure filmmagie. Tussen alle reizigersdrukte is Hugo (Asa Butterfield, bekend van het Holocaustdrama The Boy in the Striped Pajamas) druk met zijn eigen queeste: het zoeken van ontbrekende onderdelen om zijn 'automaton' tot leven te wekken, een mensachtig robotje dat een boodschap van zijn overleden vader bevat. Tegenwerking is er van de stationsbewaker (Sacha Baron Cohen) en zijn hond, die op weeskinderen jagen. Al even onvriendelijk is de uitbater van een speelgoedzaakje op het station; papa Georges (Ben Kingsley), die gelukkig wel een behulpzaam adoptiedochtertje bezit.
Zo is het eerste uur van Hugo opgetuigd naar avonturenfilm-standaard, waarna de ware identiteit van de speelgoedverkoper bekend wordt: die is de geruïneerde filmmaker Georges Méliès, maker van zo'n vijfhonderd films, bijna allemaal kwijt of kwijt gewaand, waaronder het legendarische meesterwerk Le voyage dans la lune uit 1902. Op dit punt aangekomen zet Scorsese zijn film praktisch stil, om in een royale flashback dieper in te gaan op de betekenis van de Franse filmer, die de cinema vanuit het realisme, die veel rijkere wereld van droom en fantasie introk, en in zijn latere leven zelf ook écht berooid op een station eindigde. Een lesje cinema is het, maar wel een van de allermooiste denkbaar. We maken Méliès mee in zijn hoogtijdagen, werkend met prachtige decors, tussen acteurs in uitzinnige kostuums - van draken tot vissen - en kunstig gebruikmakend van vroege filmeffecten.
Terug in het nu valt Hugo's opdracht samen met die van de wrokkige Georges: beiden dienen zich te herenigen met hun verleden, en cinema zal hen daarbij helpen.
Vorming van mensenGetuigen hoe die cinema nu al ruim een eeuw lang mensenlevens vormt, daar is het Scorsese allemaal om te doen. Scorseses eigen meesterschap strekt zich daarbij helaas niet uit tot zijn gehele film: de kinderdialoog is wat stijf, de slapstick-achtervolgingsscènes zijn wervelend, maar net niet écht leuk. Maar ook met enkele gebreken blijft Hugo een traktatie voor de filmliefhebber, of die nu jong of oud is, beginnend of gevorderd.
Regie Martin Scorsese. Met Ben Kingsley, Asa Butterfield, Chloë Moretz, Sacha Baron Cohen, Ray Winstone.
In 52 zalen