Demonstranten verstoren de toespraak van vicepremier en minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher tijdens de nationale herdenking van het slavernijverleden in het Oosterpark.
Demonstranten verstoren de toespraak van vicepremier en minister van Sociale Zaken Lodewijk Asscher tijdens de nationale herdenking van het slavernijverleden in het Oosterpark. © ANP

'Neem relschoppers uit minderheden serieus'

We begrijpen de woede van zwarten in Ferguson, maar miskennen het politieke karakter van ordeverstoringen in Nederland, vinden Femke Kaulingfreks en Matthijs Ponte.

In Nederland kijken we dus kritisch naar de situatie in Ferguson, maar als het gaat om de spanningen in eigen land missen we eenzelfde kritische analyse

De rellen in Ferguson naar aanleiding van de dood van Michael Brown worden in de Nederlandse media terecht opgevat als daad van politiek verzet. Afro-Amerikanen uiten hun woede over discriminatie, en dan vooral over racial profiling door de Amerikaanse politie. Het is een goede zaak dat de politieke dimensie van de rellen wordt erkend en dat er niet alleen over criminele herrieschoppers wordt gesproken. Des te opvallender is de afwezigheid van een dergelijke politieke analyse als het gaat over rellen dichter bij huis.

Als we bijvoorbeeld kijken naar de spanningen in de Schilderswijk zien we dat de oorzaak direct wordt gezocht in een gebrek aan integratie van vooral jonge bewoners, en de daarmee gepaard gaande criminalisering en radicalisering. Een recente uitspraak van burgemeester Van Aartsen illustreert dit. In een brief aan de Haagse gemeenteraad naar aanleiding van het omstreden besluit om 'risicodemostraties' te verbieden schreef hij: 'Er is er maar één de baas op straat: dat is de politie.' Hiermee legt Van Aartsen de nadruk op het belang van een dominante aanwezigheid van politie in de wijk en gaat hij volledig voorbij aan een belangrijke voedingsbodem voor de onrust: het gevoel van veel jongeren uit de buurt dat zij juist door de politie gediscrimineerd worden.

Kritische analyse
In Nederland kijken we dus kritisch naar de situatie in Ferguson, maar als het gaat om de spanningen in eigen land missen we eenzelfde kritische analyse. Dit komt waarschijnlijk omdat we de Amerikaanse samenleving zien als veel ongelijker en racistischer dan de Nederlandse. We begrijpen de gewelddadige protesten op straat in het licht van de Amerikaanse geschiedenis.

Tijdens de burgerrechtenbeweging verzetten zwarte Amerikanen zich al tegen hun achtergestelde positie met burgerlijke ongehoorzaamheid, het verstoren van de openbare orde en soms met geweld. We herkennen de rellen in de Verenigde Staten dus gemakkelijk als een daad van, weliswaar extreem, politiek verzet, terwijl we de politieke betekenis van soortgelijke gebeurtenissen in onze eigen samenleving niet onder ogen durven te zien. Daardoor erkennen we de frustraties van potentiële relschoppers hier niet, en zorgen we ervoor dat ze sneller van de rest van de samenleving vervreemden.

Etnisch profileren
Een directe vergelijking met de Amerikaanse omstandigheden is hier niet op zijn plaats, simpelweg omdat de situatie in Nederland minder ernstig is dan in de VS. Toch is het van belang om in te zien dat ook hier soortgelijke zorgen leven onder minderheden, Ook in Nederland worden regelmatig frustraties geuit over etnisch profileren door de politie, dreigt er gettovorming en kampen minderheden structureel met discriminatie en ongelijke economische kansen. Ondanks dat zelfs Amnesty International deze problemen erkent, lijken we ze in het publieke debat onder het tapijt te vegen.

Gekleurde Nederlanders claimen plek in de samenleving

In Nederland zijn we niet gewend dat etnische minderheden publiekelijk protesteren tegen institutioneel racisme en op hun eigen manier politieke ruimte claimen. Wij kennen hier niet het gemeenschapsactivisme zoals dat in de V.S. is voortgekomen uit de burgerrechtenbeweging. Wel zien we steeds meer jonge activisten die zich door die Amerikaanse traditie laten inspireren, zoals de groep die de recente herdenking van de afschaffing van de slavernij verstoorde.

Te weinig serieus
Dergelijk activisme wordt echter veel te weinig serieus genomen. Illustratief is het ongemak waarmee het debat over Zwarte Piet in Nederland wordt gevoerd. Het confronterende, publieke protest van een groeiende groep jonge en mondige Afro-Caraïbische Nederlanders, roept vooral agressieve of angstige reacties op. Concrete maatregelen om aan de onvrede tegemoet te komen, worden niet of nauwelijks genomen. Dat is een klap in het gezicht van gekleurde Nederlanders die terecht eisen dat iedere vorm van racisme ferm en direct uit de samenleving verbannen wordt.

Als we onlusten in Nederland willen voorkomen dan moeten we er mee beginnen de frustraties van minderheden over racisme en ongelijkheid serieus te nemen. Het erkennen van de politieke betekenis van openbare orde verstoringen zoals in de Schilderswijk zou een begin zijn. Daarnaast moet gemeenschapsactivisme niet als ondermijnend en bedreigend gezien worden, maar juist als een gemotiveerde poging om een volwaardige plek in onze samenleving te claimen. Daar waar ruimte bestaat voor een dergelijke activisme kunnen ongerichte gewelddadigheden misschien juist voorkomen worden. Ook in buurten zoals de Schilderswijk waar de spanningen hoog oplopen, kan gemeenschapsactivisme bestaande frustraties kanaliseren.

We realiseren ons deze zaken al als elders de vlam in de pan slaat, zoals in Ferguson. Nu moeten we nog leren om de scheve verhoudingen in ons eigen land onder de loep te nemen. Pas dan kunnen we hopen op een democratische samenleving waarin iedereen zich thuis en gehoord kan voelen.

Femke Kaulinggfreks is politiek filosoof. Zij onderzoekt de betekenis van rellen.
Matthijs Ponte is directeur van het Read My World festival.