Het Nederlandse straf- en civielrecht is gebaseerd op de veronderstelling dat iemand zicht heeft op wat hem beweegt, dat hij controle heeft over zijn handelen en dat hij daardoor, op een enkele uitzondering na als overmacht of geestelijk gebrek, de vrijheid heeft te kiezen uit gedragsalternatieven.
Het Nederlandse straf- en civielrecht is gebaseerd op de veronderstelling dat iemand zicht heeft op wat hem beweegt, dat hij controle heeft over zijn handelen en dat hij daardoor, op een enkele uitzondering na als overmacht of geestelijk gebrek, de vrijheid heeft te kiezen uit gedragsalternatieven. © ANP

'Had Breivik zijn bewustzijn opzij kunnen zetten? Nee'

Toerekeningsvatbaarheid impliceert een vrije keuze, maar hersenonderzoek ondergraaft die stelling, schrijven Esther van Fenema en Albert Otten. 'De hardnekkigheid waarmee de gedachte van de autonome mens en diens keuzevrijheid stand houdt doet denken aan de weerstand uit kerkelijke kring die Copernicus ondervond.'

Op 22 juli 2011 stapt een zwaar bewapende man in een boot die hem naar een eiland zal brengen. Hij is van plan zo veel mogelijk kinderen te doden die daar op een zomerkamp verblijven. Hij slaagt in die opzet, want als hij wordt aangehouden heeft hij 77 van de aanwezige kinderen gedood. Tegenover politie en justitie verklaart hij bewust te hebben gehandeld en een goed doel te hebben nagestreefd en bereikt: de socialistische partij beroven van toekomstige leiders.

Iedereen zal in deze weergave de beruchte Noorse massamoordenaar Breivik herkennen. De wereld reageerde geschokt op deze gruwelijke daad. Wie doet nu zo iets bij zijn volle verstand? En heeft die man dan geen geweten? De rechtbank in Noorwegen, voorzien van deskundig advies, verklaart Breivik toerekeningsvatbaar en veroordeelt hem tot een langdurige gevangenisstraf.

Keuzevrijheid van handelen
Wat betekent het als iemand toerekeningsvatbaar wordt verklaard? Dat betekent dat iemand gestraft mag worden om de reden dat hij een delict heeft gepleegd terwijl hij in staat geacht wordt daarvan af te zien door zich anders te gedragen. Toerekeningsvatbaarheid impliceert een keuzevrijheid van handelen.

 
Het gedrag dat de mens vertoont is op elk moment de resultante van zijn aanleg, gevormde ervaring en eisen die de leefomgeving stelt

Ook het Nederlandse straf- en civielrecht is gebaseerd op de veronderstelling dat iemand zicht heeft op wat hem beweegt, dat hij controle heeft over zijn handelen en dat hij daardoor, op een enkele uitzondering na als overmacht of geestelijk gebrek, de vrijheid heeft te kiezen uit gedragsalternatieven. De consequentie van het kunnen maken van een eigen keuze is dat het 'rechtssubject' verantwoordelijk gesteld kan worden voor zijn daden. Je kunt je afvragen of deze veronderstelling nog wel van deze tijd is. Wellicht is deze gedachte gebaseerd op achterhaalde denkbeelden over de mens en zijn brein.

Er is ruimschoots wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat wat wij doorgaans aanduiden met 'mentale processen' in feite fysische processen in onze hersenen zijn, die een deterministisch verloop hebben. Dat wil zeggen dat het gedrag dat de mens vertoont op elk moment de resultante is van zijn aanleg, gevormde ervaring en eisen die de leefomgeving stelt. Er is dus geen ander gedrag dan het vertoonde gedrag mogelijk.

Fysische processen
Dit geldt niet alleen voor fysieke bewegingen van het lichaam, maar evenzeer voor hersenfuncties als nadenken, weifelen, willen en beslissen en zelfs voor nog complexere zaken als bijvoorbeeld liefde en geloof. Dit zijn alle fysische processen waarin diverse hersengebieden met elkaar in verbinding staan, waarbij wat wij aanduiden als bewustzijn en geweten slechts twee voorbeelden van breinactiviteit zijn.

 
De huidige (klassieke) rechtsopvatting is nog steeds dat de mens zelf zijn denken en handelen bepaalt

De huidige (klassieke) rechtsopvatting is echter nog steeds dat de mens zelf zijn denken en handelen bepaalt. De filosoof Daniël Dennett beschrijft deze opvatting als het 'Cartesiaanse theater', waarbij een klein autonoom wezentje in het brein de regie zou voeren. Deze kleine regisseur is nog nooit aangetoond met beeldvormend onderzoek zoals functionele MRI.

De hardnekkigheid waarmee de gedachte van de autonome mens en diens keuzevrijheid stand houdt doet ook denken aan de weerstand uit kerkelijke kring die Copernicus ondervond toen hij met zijn heliocentrisch wereldbeeld aantoonde dat de aarde toch echt om de zon draait en dus niet het middelpunt is van het heelal.

Hersenonderzoek
Het boek van neurobioloog Dick Swaab Wij zijn ons brein (2010) beschrijft op nuchtere en wetenschappelijke wijze de stand van het hersenonderzoek. Toch werd er hevige kritiek geuit, onder andere vanuit filosofische hoek vanwege een vermeende 'reductionistische insteek'. Mentale processen zouden iets heel anders zijn dan fysische processen!

 
Als Breivik dan uiteindelijk bij volle bewustzijn jonge kinderen doodschiet, kon hij op dat moment dat bewustzijn opzij zetten? Wij denken van niet

De heftige gevoelens die loskomen in de discussie over vrije wil en keuzevrijheid doen vermoeden dat het niet alleen gaat over verschillen in wetenschappelijke inzichten maar dat - de geschiedenis herhaalt zich - een haast religieuze dynamiek meespeelt. Hierdoor stagneert de discussie en krijg je verstokte kampen van gelovigen versus niet-gelovigen. Dat is jammer en ook zorgelijk en belemmert de verdere ontwikkeling van onderzoeksterreinen, waaronder die van de rechtswetenschap.

Want laten we even terugkeren naar de casus van Breivik. Deze man was al in een zeer vroeg stadium bezig met voorbereidingen om zijn moordplannen uit te voeren. Had hij toen al die voorbereidingen moeten staken? Ja natuurlijk. Maar kon hij die stoppen? Hoe dan? Kennelijk ontbrak bij hem een gewetensfunctie. Had hij aan die gewetensfunctie moeten sleutelen? Ja zeker, maar doe je dat en zo ja hoe doe je dat als je kennelijk een behoorlijk aanleg hebt om overal een vijand in te zien? En als Breivik dan uiteindelijk bij volle bewustzijn jonge kinderen doodschiet. Kon hij op dat moment dat bewustzijn opzij zetten? Wij denken van niet.

Hersenonderzoek ondergraaft juridische concepten als toerekeningsvatbaarheid en schuld. Wil het recht en met name het strafrecht zijn maatschappelijke betekenis van beveiliging tegen misdaden blijven behouden dan moeten begrippen als toerekeningsvatbaarheid en schuld op de helling en zal een andere grondslag ter beveiliging van de samenleving moeten worden gezocht.

Esther van Fenema is psychiater en Albert Otten was rechter.