'Mogen we tegenwoordig nog wel verlegen zijn?'
© ANP

'Mogen we tegenwoordig nog wel verlegen zijn?'

Wie verlegen of schuchter is, wordt al snel getypeerd als een probleemgeval. De vraag is of we die kant wel op moeten, schrijft Gerhard Hormann. 'Zijn we pas tevreden als ook het allerlaatste muurbloempje de schroom van zich heeft afgeschud en elke dag minimaal één selfie post op Facebook?'

Wie zich afvraagt waarom remedial teachers het razend druk hebben en de wachtkamers van psychologen vol zitten met vastgelopen studenten, moet zich maar eens buigen over het lesmateriaal van zijn of haar schoolgaande kind. Zelfs een onschuldige les Engels uit de brugklas blijkt zomaar opeens een verkapte zelftest met de onverbiddelijke diagnose dat je 'verlegen' bent. Zeg dat vaak genoeg tegen een kind en het krijgt straks óók een burn-out of depressie op z'n 23ste.

Precies twee weken zat mijn jongste zoon in de brugklas, toen hij op zondagmiddag het huiswerk voor Engels aan het maken was. Bij een van de opdrachten voor de eerstvolgende les diende je aan te kruisen of je 'graag in coole tijdschriften zou willen staan', 'regelmatig naar reality-shows kijkt' en 'het leuk vindt als mensen foto's van je maken'. Het waren in totaal zeven vragen en als ik niet geopperd had dat er op verjaardagen bij ons thuis altijd bovengemiddeld veel mensen langskomen (dus dat je in die zin ook wel kunt spreken over een groot feest), had hij zeven keer 'no' ingevuld.

Vlotte babbel
Daarmee was de opdracht echter nog niet klaar, want vervolgens werd naar het bijbehorende lesboek verwezen om te zien wat de uitkomst was van die score. Als je alle pijltjes volgde onder het kopje Shy or Sure? wist je meteen hoe je eraan toe was. Met zoveel keer 'nee', kwam je natuurlijk automatisch in de categorie 'shy' terecht. Dat gaf niks, zo stond er geruststellend bij vermeld, 'maar het is niet verkeerd om een beetje trots te zijn op jezelf'.

Nu is bekend dat het onderwijs steeds taliger is geworden en ook steeds meer een beroep doet op zelfredzaamheid. Het wordt beloond wanneer je verbaal begaafd bent en zonder haperen een PowerPointpresentatie kunt houden. Dat is niet zonder reden, want in deze communicatiemaatschappij draait alles om een vlotte babbel. Maar wat heb je eraan als je als brugklasleerling al voor de herfstvakantie het stempel 'verlegen' meekrijgt? Moet je dan meteen door naar de remedial teacher of dien je heel hard aan jezelf te gaan werken om haantje de voorste te worden?

 
Wie in het publieke domein rustig een roman zit te lezen in plaats van in zijn telefoon te schreeuwen of luidkeels zijn mening te verkondigen op Twitter, voelt zich daardoor steeds vaker een rare zonderling die is weggelopen uit een cartoon van Stefan Verwey.

Barbie of Snooki
Dit voorbeeld is natuurlijk geen reden om voortaan alle schoolboeken met een vergrootglas uit te pluizen. Tegelijk kun je je afvragen wat dit voor signaal geeft aan die ene leerling die gefascineerd is door techniek, alle dinosaurussen bij hun Latijnse naam kent en niet eens weet wie Barbie of Snooki is. En hoe gaat die stille scholier, die toch al meer lijkt op een boekenwurm dan op David Beckham, zich voelen als hij op alle vragen 'nee' moet antwoorden? Alleen de vraagstelling houdt al een waardeoordeel in, omdat het juiste antwoord altijd 'ja' is. Wie alle vragen met nee beantwoordt, is automatisch ook een beetje negatief.

Hoewel het hier dus gaat om een volstrekt onschuldig bedoelde schoolopdracht, zit de schadelijkheid hem in de optelsom die assertief gedrag stelselmatig beloont en schuchterheid al snel typeert als problematisch. Dit soort piepkleine speldenprikjes draagt bij aan problematisering van het verschijnsel verlegenheid en maakt de weg vrij voor verdere medicalisering van gedrag dat als afwijkend of onwenselijk wordt beschouwd. Wie in het publieke domein rustig een roman zit te lezen in plaats van in zijn telefoon te schreeuwen of luidkeels zijn mening te verkondigen op Twitter, voelt zich daardoor steeds vaker een rare zonderling die is weggelopen uit een cartoon van Stefan Verwey.

In het nieuwste handboek van de psychiatrie, de DSM 5, is de definitie van sociale fobie inmiddels zo ver opgerekt dat je al binnen die categorie valt als je een keertje bloost bij het houden van een spreekbeurt. Eerder schetste Christopher Lane in zijn boek Shyness, How Normal Behavior Became A Sickness op onthutsende wijze hoe de farmaceutische industrie geld verdient door van elke afwijking van de norm een aandoening te maken. Zodra ergens een etiket op kan worden geplakt, ligt het bijbehorende geneesmiddel al ter goedkeuring bij de FDA.

Menselijke eigenschap wordt epidemie
Dat lijkt misschien overdreven, maar in de VS krijgen verlegen mensen steeds vaker paroxetine (Seroxat) of fluoxetine (Prozac) voorgeschreven. Die middelen helpen onder meer bij dwangneuroses en depressies, maar zijn ook werkzaam als de patiënt lijdt aan 'sociale fobie'. Nog even dus en ook doodgewone verlegenheid is geen karaktertrek meer waar je het mee moet zien te rooien, maar een kwaal waarvoor je je maar beter tijdig kunt laten behandelen. Zo wordt elke menselijke eigenschap vanzelf een epidemie en is uiteindelijk niemand meer helemaal normaal.

Vraag is of we echt die kant op moeten. Want wat voor maatschappij willen we nou eigenlijk zijn? Zijn we pas tevreden als ook het allerlaatste muurbloempje de schroom van zich heeft afgeschud en elke dag minimaal één selfie post op Facebook? Is dát nou een gezonde indicator voor zelfvertrouwen en succes, of zou je eerder moeten spreken van een ongezond soort narcisme? Willen werkgevers dat uiteindelijk de meest geschikte sollicitant de baan krijgt of kiezen ze klakkeloos voor degene die op een vacature reageert met de meest gelikte videopresentatie?

En dan hebben we het nog niet eens gehad over wat misschien wel de belangrijkste vraag is van allemaal. Want dwingt deze economische crisis ons juist niet tot wat meer introspectie en bescheidenheid? Is de huidige recessie in zekere zin niet een rechtstreeks gevolg van ijdelheid, overmoed en een overmatige nadruk op uiterlijke schijn? Waarschijnlijk zou het dus veel beter zijn als we allemaal een tikje bedachtzamer en bedeesder waren en onze kinderen niet te snel lieten denken dat je van borstklopperij en brutaliteit je beroep kunt maken.

Gerhard Hormann is politicoloog en schrijver/journalist