Studenten zingen bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Leiden.
Studenten zingen bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Leiden. © ANP

'De publicatiedwang gaat ten koste van de wetenschap'

Eén publicatie per jaar verhoogt de kwaliteit van de wetenschap en doet meer recht aan onderwijstaken, betogen wetenschappers Vincent Crone en Linda Duits.

 
Het gaat er niet om of je wordt gelezen, maar of je het publicatietrucje beheerst

Deze weken beginnen de universiteiten. Misschien gaat uw zoon of dochter wel studeren. U hoopt natuurlijk dat hij of zij les krijgt van de beste docenten van ons land. Helaas. Werknemers van universiteiten zijn pas succesvol als zij géén onderwijs geven. De manier om dat te doen is simpel: publiceren, publiceren, publiceren.

Hoe meer publicaties, hoe meer kans op die felbegeerde excellentiebeurzen van de overheid. Met dat geld kopen academici zich vrij van onderwijs. De universiteit betaalt dan een junior die ervoor zorgt dat de studenten genoeg contacturen hebben. Het produceren van zo veel mogelijk artikelen is de kerntaak geworden.

Deze situatie is ontstaan toen de overheid verantwoording eiste voor al dat publieke geld. Wat deden die hooggeleerden toch de hele dag? Waren ze wel productief? Universiteiten zochten naar een manier om het nut van onderzoekers te billijken. Nut kun je aantonen door te laten zien dat je veel produceert. De universiteiten stelden daarom targets. Wetenschappers werden vanaf toen geëvalueerd op hun output.

Meer artikelen, minder boeken
Sindsdien is het aantal publicaties per wetenschapper sterk gestegen. Ook het aantal auteurs per publicatie steeg. Een co-auteur is niet noodzakelijkerwijs iemand die mee schrijft. In de natuurwetenschappen is het gebruikelijk om met een team aan een onderzoek te werken, iedereen staat dan met zijn naam boven het artikel. Geestes- en sociale wetenschappers gingen ook meelezers, dataleveranciers, projectleiders, kamergenoten enzovoorts noemen als co-auteurs. Als ik jou er nu bij zet, mag ik dan de volgende keer bij jou?

Ook het aantal wetenschappelijke tijdschriften steeg sterk, terwijl het aantal boeken afnam. Het is niet efficiënt een boek van 80 duizend woorden te schrijven als dat maar als één publicatie telt. Als je iedere deelstudie apart rapporteert, scoor je hoger. Elk project moet uitmonden in verschillende publicaties. Nog een handigheidje: hetzelfde onderzoek in een andere taal publiceren, met net een andere titel. Het gaat er niet om of je wordt gelezen, maar of je het publicatietrucje beheerst.

 
Met genoeg geduld en doorzettingsvermogen is er altijd wel ergens een tijdschrift bereid het werk te publiceren

Kwaliteit controle afgenomen
De enorme wildgroei aan artikelen en tijdschriften heeft ervoor gezorgd dat het onmogelijk is alles bij te houden. Er is geen sprake meer van gedeelde kennis, ieder artikel wordt nog maar door een paar vakgenoten gelezen. Een uitputtend literatuuroverzicht is hierdoor ondoenlijk geworden en van canonvorming is al helemaal geen sprake.

Omdat artikelen gecontroleerd worden in een systeem van peer-review, is de kwaliteit van die controle afgenomen. Reviewers hebben ook weinig zicht op het volledige onderzoeksveld en gebruiken hun tijd liever om zelf te publiceren. Afgewezen artikelen vinden makkelijk hun weg naar een ander tijdschrift. Met genoeg geduld en doorzettingsvermogen is er altijd wel ergens een tijdschrift bereid het werk te publiceren.

Niet ieder tijdschrift wordt even serieus genomen. De kwaliteit van tijdschriften wordt uitgedrukt met een cijfer: de impactfactor. Hoe meer een tijdschrift geciteerd wordt, zo gaat de redenering, hoe beter de kwaliteit van de stukken die erin staan. Wetenschappers bekritiseren dit systeem hevig: een studie kan ook aangehaald worden als voorbeeld van hoe het niet moet. Dit levert toch een hoge impactfactor op. Tijdschriften willen bovendien graag hun positie op de ranglijst verhogen en oefenen druk uit op auteurs om naar artikelen uit hun eigen tijdschrift te verwijzen.

We zitten dus met een slecht systeem dat bedoeld is om het functioneren van de wetenschapper te evalueren, maar dat vreet aan de fundamenten van de wetenschap. De norm is publiceren, maar er wordt niet meer gelezen. De oplossing is dan ook simpel: we moeten niet meer publiceren dan we kunnen lezen.

Heel goed nadenken
Wij stellen voor dat iedere wetenschapper nog maar één publicatie per jaar schrijft. Als hij veel te melden heeft, levert dit een prachtig boek op. Is het dat jaar een kleinere bijdrage, dan past het in een wetenschappelijk artikel. Uiteraard is hij vrij meer te schrijven, maar dat telt dan niet mee bij functioneringsgesprekken en beursaanvragen. Dit betekent dat hij goed moet nadenken wat hij wil opnemen in die ene jaarpublicatie.

Het geeft collega's weer de gelegenheid elkaars werk te lezen. Hierdoor kunnen ze weer geïnformeerde discussies voeren, zodat ze weer kunnen voortbouwen op elkaars inzichten. Bij sollicitaties en accreditaties kan de commissie alle publicaties van de kandidaten/het team beoordelen. Kwaliteit gaat weer boven kwantiteit.

Wetenschap is meer dan zo veel mogelijk publiceren. Kennisoverdracht kent vele vormen. Als een academicus beperkt is tot één jaarpublicatie, heeft hij weer tijd voor die andere vormen. In blogposts kan hij zijn werk 'valideren' naar het grote publiek. En wetenschappers kunnen dan ook weer doen wat velen graag doen, maar nu niet mogen: lesgeven aan de eerstejaars.

Vincent Crone is docent Media- en Cultuurwetenschappen aan de Universiteit Utrecht (UU). Linda Duits is onderzoeker aan de UU en Freelancedocent.