Studenten in de zaal bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Leiden.
Studenten in de zaal bij de opening van het academisch jaar aan de Universiteit Leiden. © ANP

'Het gaat helemaal niet goed met de Nederlandse universiteiten'

Naar eigen inzicht onderzoek doen en onderwijs geven, behoort tot het grijze academische verleden, schrijft filosoof Sjoerd van Hoorn.

 
Managers managen nu eenmaal zoals krokodillen bijten naar wat voor hun bek komt

Het academisch jaar is weer begonnen. Zoals gebruikelijk barsten de universiteiten van de ambitie. Zoals gebruikelijk hebben rectores magnifici en voorzitters van colleges van bestuur het gehad over kansen, kwaliteit en vooral: excellentie. Geen Nederlandse universiteit die niet een Oxford of Harvard aan een of andere rivier is.

Dat intussen niet alles koek en ei is aan de universiteiten is al eens eerder opgemerkt. Omdat de mensen niet luisterden is het niettemin de moeite waard het nog eens te zeggen, om met André Gide te spreken. Het gaat namelijk helemaal niet goed met de Nederlandse universiteiten. Academici in Nederland publiceren zelden iets van belang en steeds meer promovendi en postdocs komen uit het buitenland omdat Nederlandse studenten niet goed genoeg zijn. De oorzaak ligt in het bedrijfsmatige denken in termen van output.

Een universiteit is een systeem waar je input (een student, een wetenschapper) in stopt en waar output (een diploma, een wetenschappelijk artikel) uitkomt; hoe meer output, hoe beter. Derhalve produceren universiteiten zoveel mogelijk diploma's en zoveel mogelijk artikelen. Om te bewerkstelligen dat universiteiten dat ook echt doen, is een uitgebreide controle-industrie (accountants, audits) in het leven geroepen, die nagaat of studenten voldoende studiepunten halen en of er aan zekere wetenschappelijke kwaliteitsnormen wordt voldaan. Dat betekent dat de accountants van dienst kijken of de tentamens goed (dat wil zeggen zo makkelijk mogelijk) zijn en of hoogleraren, docenten en promovendi publiceren over modieuze onderwerpen in Amerikaanse tijdschriften.

Bolleboos
Wee de docent die onvoldoendes uitdeelt. Wee de onderzoeker die jaren over een boek doet, of schrijft over onmodieuze Duitse of Franse thema's. Buiten de Angelsaksische wereld, dat weet iedereen, is men namelijk niet in staat tot het bedrijven van respectabele wetenschap, tenzij men het licht ziet en in het Engels gaat schrijven - of in een lingua franca die daar vaag op lijkt.

Uiteraard is dit allemaal prima, Nederland doet het immers goed in de ranglijstjes, een manager hoeft geen bolleboos te zijn en mensen met geavanceerde skills (zoals rekenen en grammatica) halen we wel uit het buitenland. En we spreken onze talen, dat wil zeggen, Engels. Dat de Belgen altijd winnen bij taalwedstrijden zegt niets toch?

Of zou het toch jammer zijn als straks geen mens meer in staat is een samengestelde zin te lezen? Veel mensen vinden van wel en geven de schuld van de misère aan de managers. Dit vermanende vingertje is onterecht. Managers managen nu eenmaal zoals krokodillen bijten naar wat voor hun bek komt, dat kun je hen niet kwalijk nemen. Iets dergelijks geldt voor politici. Een politicus faciliteert het kortzichtig denkende bedrijfsleven, daarom is hij politicus geworden. Nee, de ware verantwoordelijken voor de universitaire ellende zijn de wetenschappers zelf.

Nijvere baasjes
Wetenschappers doen graag leuk mee. Het zijn nijvere baasjes die graag een schop ter hand nemen, al was het om hun eigen graf te graven. Als er een richtlijn of oekaze wordt uitgevaardigd door een ministerie of college van bestuur verzet een wetenschapper zich niet, nee hij voert het directief zo ijverig mogelijk uit. Moeten er meer studenten de tentamens halen? Maar natuurlijk, we kijken soepeler na en maken de vragen makkelijker. Mogen we niet meer in het Nederlands publiceren? Dan schrijven we in het Engels. Is neuro in de mode? Dan vergeten we de filologische analyse van Aeschylus, de algebraïsche topologie of Kants Kritik der reinen Vernunft en produceren goedgemutst artikeltjes over neuro, pardon, toppublicaties over baanbrekend hersenonderzoek.

Wie denkt dat de student in Nederland nog een diepe en brede kennis opdoet van de wetenschap die hij gaat studeren, wie van mening is dat de wetenschapper in Nederland een vrije kritische geest is vergist zich deerlijk. De student is een consument van studiepunten, de wetenschapper een cerebrale fashion victim.

Academische vrijheid, naar eigen inzicht onderzoek doen, onderwijs geven of volgen behoort tot het grijze verleden. Dat wetenschappers tot ver in de 20ste eeuw jaren konden nadenken en dan met een werkelijk belangrijke bijdrage aan hun vak kwamen, jarenlang toegewijd college gaven over wat hen boeide en rustig een boek konden lezen of een schilderij konden bekijken mag dan verdomd veel lijken op wat zomergast Daan Roosegaarde aanprees als de avant-gardistische werkwijze van de hypercreatieve klasse, zoveel vrijheid kunnen de huidige bewoners van de scheefgezakte ivoren torens natuurlijk niet meer aan. Of toch?

Sjoerd van Hoorn is filosoof en publicist.