Een chimpansee in Safariepark Beekse Bergen likt aan een blok ijs.
Een chimpansee in Safariepark Beekse Bergen likt aan een blok ijs. © ANP

'Er is geen moraal zonder God'

De morele verschillen tussen verschillende culturen zijn niet biologisch te verklaren, zoals Frans de Waal doet, maar alleen door te kijken naar de verschillen tussen de religies die aan die culturen ten grondslag liggen. Dat schrijft Chris Rutenfrans.

 
Het feit dat mensen wel dierentuinen hebben maar geen enkele diersoort een mensentuin heeft weten in te richten, laat zien dat de verschillen tussen mens en dier niet gradueel, maar essentieel zijn

In zijn dit jaar verschenen boek The Bonobo and the Atheist probeert de bioloog Frans de Waal aan te tonen dat de oorsprong van de moraal in onze natuur ligt en niet in religie. Hij geeft talloze voorbeelden van gedrag van mensapen en andere sociale dieren dat wijst op empathie en altruïsme. Zij helpen elkaar op een manier die zelfs tegen hun eigen belang ingaat.

Dit soort observaties brengt hem steeds weer tot de gedachte dat mensen eigenlijk niet verschillen van mensapen. Maar zijn boek zelf is een weerlegging van die opvatting. Het is immers de weerslag van een proces van waarnemen en reflectie dat door geen enkele mensaap ook maar kan worden benaderd. Het is misschien flauw om te zeggen, maar het feit dat mensen wel dierentuinen hebben maar geen enkele diersoort een mensentuin heeft weten in te richten, laat zien dat de verschillen tussen mens en dier niet gradueel, maar essentieel zijn.

Dat essentiële verschil tussen mens en dier blijkt mooi uit het verhaal van Frans de Waal dat hij en zijn medewerkers op een gegeven moment besluiten een vrouwtjeschimpansee uit de groep te halen om zodoende de agressie binnen die groep te doen afnemen, wat ook lukt. Die chimpansees hebben niet zelf besloten dat vrouwtje uit de groep te verwijderen en het is al helemaal moeilijk voorstelbaar dat zij zouden besluiten om Frans de Waal uit de groep wetenschappers te halen, in de hoop zodoende het wetenschappelijk gehalte van die groep te doen toenemen.

Bewustzijn
Afgezien hiervan is het de vraag of het gedrag van mensapen, dat inderdaad sterk lijkt op menselijk gedrag, moreel genoemd kan worden. Dat lijkt mij niet. Dieren vertonen wel sociaal gedrag dat bij de mensapen inderdaad bijzonder verfijnde vormen kan aannemen, maar zij kennen geen moraal in de zin van een stelsel van waarden en normen met betrekking tot goed en kwaad. Moraal is niet je goed gedragen, maar is een reflectie op goed en slecht gedrag en het vermogen aan de bestaande opvattingen daarover te twijfelen en er nuances in aan te brengen. Zoals De Waal ook zelf schrijft, kennen mensapen geen streven naar een moraal, in de menselijke betekenis van een logisch coherent systeem waarover gedacht en gediscussieerd kan worden en dat op grond daarvan ook gewijzigd kan worden.

Niet alleen voor het doen van onderzoek en voor het schrijven van een boek daarover, maar ook voor moraal is de aanwezigheid van een menselijk bewustzijn noodzakelijk. Niets is zo moeilijk als uitleggen wat dat menselijk bewustzijn nu eigenlijk is. Laten we zeggen dat het het vermogen is om de natuurlijke en sociale omgeving, inclusief zichzelf, van een afstand te bezien en daarover te reflecteren. Dat bewustzijn heeft de mens buiten de natuur geplaatst, uit het aards paradijs verdreven. En niet voor niets wordt het ontstaan ervan in het Bijbelboek Genesis verbeeld door het eten van de boom van goed en kwaad, waardoor de eerste mensen 'gewaar werden dat zij naakt waren'. De moraal doet haar intrede in de wereld. God zegt: 'Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad.' De mensen worden zich niet alleen bewust van goed en kwaad, maar ook van hun sterfelijkheid: 'want gij zijt stof, en gij zult tot stof wederkeren.'

Bovenmenselijke autoriteit
Met het ontstaan van het bewustzijn, dat voor de mensen die het ondergingen een enorme schok moet zijn geweest, deed ook God zijn intrede. De eenzaamheid van de mensen die zich uit het paradijs gestoten wisten, werd verzacht door een Vader die hen leidde en die hun een hemels paradijs beloofde als ze zijn geboden zouden gehoorzamen. Voor een moraal is een autoriteit nodig die boven de partijen staat. Zo'n bovenmenselijke autoriteit kan alleen God zijn.

Ook al zou je, met Frans de Waal, aannemen dat het altruïstische gedrag van mensapen de kiemen bevat waaruit het morele gedrag van mensen is voortgenomen, dan nog blijft veel onverklaarbaar. Met zo'n 'biologische grondslag' kun je bijvoorbeeld niet de morele verschillen verklaren die onmiskenbaar bestaan tussen verschillende menselijke culturen. We mogen immers aannemen dat mensen in verschillende culturen in biologisch opzicht niet of nauwelijks van elkaar verschillen. Ze lijken allemaal even veel en even weinig op mensapen. Toch zijn de morele verschillen tussen bijvoorbeeld de westerse en de islamitische cultuur nogal groot. In de islamitische cultuur mogen mannen hun vrouw slaan en staan er middeleeuwse straffen op overspel.

Bovendien lijkt de islamitische moraal vooral bedoeld voor intern gebruik, terwijl de westerse moraal de pretentie heeft universeel te zijn, voor alle mensen te gelden. De universele rechten van de mens zijn dan ook van westerse origine.

Zoals De Waal terecht opmerkt, ligt aan alle bekende culturen een religie ten grondslag. Dat niet-religieuze culturen niet bestaan 'stemt tot nadenken', schrijft hij. Als de morele verschillen tussen verschillende culturen niet biologisch verklaarbaar zijn, zijn ze mogelijk te verklaren uit de verschillen tussen de religies die aan die culturen ten grondslag liggen.

De staat
In het Westen berust de soevereiniteit bij de staat, die elk individu, ook vrouwen en kinderen, onvervreemdbare rechten toekent. Elk individu staat in een directe relatie tot de staat, die een monopolie op geweld heeft. In de islam is dat anders. Hier is de vader de soeverein die dan ook het volste recht heeft geweld te gebruiken tegen vrouw en kinderen.

Dit essentiële verschil hangt samen met het godsbeeld van enerzijds jodendom/christendom en anderzijds de islam. De joods-christelijke God sluit een verbond met de gelovigen en behandelt die gelovigen daarmee als vrije, aan elkaar gelijke mensen. In de Ark van het Verbond bevinden zich de stenen tafelen, waarop de Tien Geboden zijn gebeiteld die God aan Mozes heeft gegeven. God wordt voorgesteld als een persoonlijke God die de mensen liefheeft. Van dit godsbeeld naar de centrale norm van de christelijke ethiek - heb God lief met heel uw hart en uw naaste als uzelf - is geen grote stap. En van deze christelijke regel naar de Gouden Regel die tot in onze seculiere tijd is blijven voortbestaan - wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet - is evenmin een grote stap. Zo zien we hoe de liefdevolle Vader uit het Oude Testament, via de leer van de Zoon in het Nieuwe Testament nog steeds bestaat in de Geest van de huidige westerse ethiek.

Onvervreemdbaar
De God van de islam is daarentegen zo hoog verheven, zo transcendent, dat een liefdesrelatie met mensen onvoorstelbaar is. De islamitische filosoof Al-Ghazali (11de eeuw) verwierp het idee dat God van de mensen houdt, want liefde zou wijzen op een tekort in degene die liefheeft, en God is volmaakt en heeft geen tekorten. In de islam speelt de Gouden Regel geen rol. Het Koranvers 48:29 roept moslims ertoe op 'voor elkaar barmhartig' zijn, maar 'voor anderen streng'. Dat is het tegendeel van de Gouden Regel.

De joods-christelijke God perkt zijn eigen macht in door een verbond met de mens te sluiten en daarbij aan elk individu gelijke rechten toe te kennen - met nadruk ook aan de zwakste leden van de gemeenschap. Deze rechten kunnen door menselijke autoriteiten niet worden aangetast. In de moderne wereld noemen wij ze 'onvervreemdbare rechten'.

In de islam is het idee van een God die zijn almacht inperkt door een eeuwigdurend verbond te sluiten met mensen ondenkbaar. Allah is onvoorwaardelijk almachtig en eist absolute gehoorzaamheid. De ervaring leert dan ook dat het vestigen van een politiek systeem dat onderworpen is aan constitutionele beperkingen in de islamitische wereld nogal moeizaam verloopt.

De verschillen in de religies die ten grondslag liggen aan de westerse en de islamitische cultuur kunnen de verschillen in moraal tussen die culturen dus heel goed verklaren. In elk geval een stuk beter dan als we ons zouden beperken tot de mogelijke biologische basis van de menselijke moraal, zoals Frans de Waal doet. Wij kunnen onze eigen moraal, de westerse, niet begrijpen als we de joods-christelijke wortels ervan niet in de beschouwing betrekken.

Chris Rutenfrans is opinieredacteur van de Volkskrant.

Frans de Waal, The Bonobo and the Atheist: In Search of Humanism Among the Primates, New York, Norton (Ned. vertaling De bonobo en de tien geboden; moraal is ouder dan de mens, Amsterdam, Atlas).

Over dit boek debatteert Chris Rutenfrans aanstaande maandag
8 juli vanaf 19.00 uur met Paul Cliteur en Stine Jensen in De Zomer van Oba Live, radio 5. Ook te beluisteren op www.obalive.nl.