'Wielerbobo's zijn minstens even schuldig aan dopingschandaal rond Armstrong'

OPINIE - Irene de Zwart − 17/10/12, 06:11
© AFP. 19 juli 2000. Hein Verbruggen feliciteert Lance Armstrong na de Touretappe die in Lausanne eindigde.

opinie Bestuurders van de internationale wielerunie UCI hebben nooit willen inzien hoe ziek hun sport was, betoogt Irene de Zwart.

Vorige week barstte de bom: meer dan duizend pagina's aan bewijs van de dopingpraktijken van Lance Armstrong en zijn team. Wielerfans hopen dat nu eindelijk alles eens op tafel komt te liggen; weg met de omerta (de zwijgplicht die van kracht is binnen maffiose organisaties), en voor eens en altijd duidelijkheid over wat waarschijnlijk de smerigste vijftien jaar in het professionele wielrennen zijn geweest.

Maar het is niet alleen het peloton dat het probleem was, het bestuur is hieraan zeker medeplichtig, en mag de dans niet ontspringen. De omerta die dit allemaal mede mogelijk heeft gemaakt, is door de internationale wielerunie UCI in stand gehouden en aangemoedigd, wat in strijd is met de UCI-statuten maar ook zeker met de olympische eed die zowel Hein Verbruggen als Pat McQuaid heeft afgelegd. Verbruggen was de president van de UCI van 1991 tot 2005. De smerigste jaren in de wielersport vielen samen met het bewind van de man die nu erelid van het Olympisch Comité en erevoorzitter van de UCI is.

Al jaren wordt Verbruggen van corruptie beschuldigd. De huidige UCI-president McQuaid heeft toegegeven dat Verbruggen twee donaties, van 25 duizend en 100 duizend dollar, van Armstrong heeft aangenomen. Ook nu komt de beste man er niet goed van af in het Amerikaanse rapport over Armstrong.

Verbuggen en McQuaid hebben de paar mensen die probeerden de waarheid boven tafel te krijgen nooit serieus genomen. Erger nog: ze hebben hen openlijk aangevallen, belachelijk gemaakt en aangeklaagd voor van alles en nog wat. Floyd Landis is onlangs door een Zwitserse rechtbank veroordeeld voor smaad in een door de UCI aangespannen zaak omdat hij beweerde dat de UCI een positieve dopingtest van Armstrong in 2001 onder het tapijt heeft geveegd. Dit lijkt door het rapport over Armstrong te worden bevestigd.

Vertrouwen
In december zal een rechtszaak over dezelfde beschuldigingen dienen tegen journalist Paul Kimmage. Toen dit nieuws bekend werd, zijn wielerfans spontaan begonnen met een geldinzamelingsactie om Kimmage te helpen in de zaak tegen de UCI. In iets meer dan drie weken is al meer dan 60 duizend dollar (zo'n 46 duizend euro) opgehaald voor het Paul Kimmage Defense Fund. De steun voor Kimmage is overweldigend en komt uit alle hoeken; zelfs profrenners hebben gedoneerd.

Het vertrouwen in de UCI is allang verdwenen. Het kan niet zo zijn dat iedereen in het peloton wist wat er gaande was en dat de UCI nergens van  op de hoogte was. Ook Dick Pound, voormalig president van het Wereld Antidopingsagentschap WADA, gelooft daar niets van. Verbruggen en McQuaid hebben door de jaren heen niet alleen de statuten van de UCI geschonden met hun acties, maar als leden van het IOC ook hun olympische eed. Het is misschien niet mogelijk om hen uit de UCI te krijgen, maar het schenden van de olympische eed heeft als gevolg dat je uit het IOC kunt worden gegooid, wat zeker zo effectief zou kunnen zijn.  

Hein Verbruggen was van 1996 tot 2008 lid van het IOC, en is sinds 2008 erelid van deze organisatie. Pat McQuaid is sinds 2006 president van de UCI en als zodanig sinds 2010 ook lid van het IOC. Leden van het IOC zijn verplicht om bij hun aantreden de olympische eed af te leggen. Daarmee beloven zij de ethische code te zullen eerbiedigen.
In de ethische code wordt verwezen naar de universele antidopingcode. Deze WADC kent twee hoofdartikelen. Artikel 1 legt het recht van de atleet vast om deel te nemen aan een dopingvrije sport. Artikel 2 verplicht personen en organisaties zich actief in te zetten voor de opsporing, ontmoediging en voorkoming van doping.

Ethische code
Verbruggen en McQuaid hebben het eerste artikel van de ethische code regelmatig geschonden. De Duitse wielrenner Jörg Jaksche verklaarde tegenover de auteurs van het rapport over Armstrong dat hij McQuaid uitgebreid heeft geïnformeerd over de dopingactiviteiten in het peloton, en heeft hem zijn medewerking aan een onderzoek daarnaar aangeboden. McQuaid heeft daar nooit op gereageerd.
Hetzelfde geldt voor Floyd Landis, die zijn verhaal wilde doen om Lancegate aan het licht te brengen omdat zijn eigen dopinggebruik maar het topje van de ijsberg was. In ruil voor zijn mededeelzaamheid kreeg hij een rechtszaak voor smaad aan z'n broek en een reeks kwalijke mailtjes van Hein Verbruggen.

De UCI stelde wederom geen onderzoek in naar de beschuldigingen, maar trok in plaats daarvan de geloofwaardigheid van Landis publiekelijk in twijfel. McQuaid deed zijn uiterste best om Landis in diskrediet te brengen zodat hij door niemand meer geloofd zou worden. Het argument? Landis was een leugenaar omdat hij voor dopinggebruik was veroordeeld. Het grondrecht van de atleet om deel te nemen aan een dopingvrije sport werd niet beschermd, het werd bespuugd.

Deze voorbeelden staan ook direct in samenhang met artikel 2 van de WADC. Het op deze manier in stand houden en aanmoedigen van de omerta in het peloton en daarbuiten is in directe tegenspraak met het opsporen, ontmoedigen en voorkomen van doping. Het zijn deze praktijken die grootschalig dopinggebruik mogelijk hebben gemaakt.
Voor Hein Verbruggen en Pat McQuaid lijkt de olympische eed geen serieuze betekenis te hebben gehad. Ze wekken op z'n minst niet de indruk zich voor het dopingvrij maken van hun sport te hebben ingezet. Of dit verzuim zal leiden tot hun verwijdering uit het IOC valt te betwijfelen. Helaas. Want van zo'n sanctie zou bij uitstek een heilzame invloed uitgaan op hun geplaagde sport.

Irene de Zwart is vertaler en student journalistiek.

mailIcon print |

Jouw mening telt!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...