Geschiedenisafdeling in boekhandel De Slegte in Den Haag.
Geschiedenisafdeling in boekhandel De Slegte in Den Haag. © ANP

'De historicus moet wars zijn van het heden'

De historicus moet lessen trekken uit het verleden om maatschappelijk relevanter te zijn, stelde Rutger Bregman in Vonk. De obsessie met het heden zorgt echter voor pervertering van de geschiedwetenschap, zegt Thijs Bogers. 'Op krampachtige wijze een gelijkenis met het heden aantonen, leidt tot een vertekend geschiedbeeld.'

 
Op krampachtige wijze een gelijkenis met het heden aan te tonen, leidt tot een vertekend geschiedbeeld.

Journalist Rutger Bregman is van mening dat historici zich veel actiever in het maatschappelijk debat moeten mengen. Volgens hem is het aan de historicus om lessen te trekken uit het verleden, die voor het heden relevant zijn. De professionele geschiedbeoefening aan de universiteiten is teveel gericht op kennisvergaring omwille van de kennisvergaring. Wetenschappelijk onderzoek heeft nauwelijks raakvlak met de actualiteit waardoor historici 'een hooiberg van irrelevantie' produceren.

Bregman eist het onmogelijke van historici. De idee dat er lessen getrokken kunnen worden uit het verleden, veronderstelt dat verleden en heden identiek zijn aan elkaar. De 'les' moet immers van toepassing zijn op zowel verleden als heden. Maar geschiedvorsing maakt juist inzichtelijk hoe verschillend verleden en heden van elkaar zijn. Bregman bagatelliseert het belang van het, in zijn woorden, 'triviaal, en daarom juist weer cruciaal, detail dat een tweede keer net even anders loopt.'

Vertekend geschiedbeeld
Deze 'details' zijn een onmisbaar onderdeel van geschiedschrijving. Door die te negeren en de anachronismen en sweeping statements niet te schuwen, zoals Bregman voorstelt, kan het verleden nooit gekend worden. Meermaals kwamen ingrijpende gebeurtenissen voort uit onbenullige omstandigheden. Hieraan voorbijgaan om op krampachtige wijze een gelijkenis met het heden aan te tonen, leidt tot een vertekend geschiedbeeld.

Hoewel historici niet aan zijn wensen kunnen voldoen, hoeft Bregman niet te treuren. Zijn verlangen naar wetenschappelijke duiding van het heden, waarbij de geschiedenis ondergeschikt wordt gemaakt aan haar nut voor het heden, wordt door sociaal wetenschappers met verve gepraktiseerd. Politicologen en sociologen zoeken in het verleden bevestiging van hun analyses over het heden. Hun doelstelling is niet om het verleden te kennen maar om het heden te begrijpen. Daarmee is hun doelstelling tegengesteld aan die van historici.

Duiding
Op de Dag van de Jonge Historicus op 29 september jl. in Amsterdam, bediscussieerde ik met Bregman het nut van geschiedwetenschap. Het overkoepelend thema van de discussie was de tegenstelling tussen de bestudering 'van het verleden omwille van het heden', zoals Bregman bepleit en zoals sociaal wetenschappers doen, en de bestudering 'van het verleden omwille van het verleden', zoals historici alleen maar kunnen doen. Bregman gaf in de discussie aan te verlangen naar wetenschappelijke duiding van onder andere de 'Arabische Lente'.

Hiervoor zou hij bijvoorbeeld terecht kunnen bij vooraanstaand politicoloog Jack Snyder die in zijn From Voting to Violence: Democratization and Nationalist Conflict (2000), alle revoluties die hebben plaatsgevonden op overeenkomsten heeft geanalyseerd en gecategoriseerd. Daarmee geeft Snyder een leidraad voor het beoordelen van de kansen tot welslagen van nieuwe revoluties.

Details
Sociaal wetenschappers hebben boekenkasten vol geschreven over onderwerpen die het heden tekenen, waarmee Bregman zijn honger naar wetenschappelijke duiding van actuele fenomenen kan stillen. Doordat sociaal wetenschappers zich niet storen aan 'details' voldoet hun werk wel aan Bregmans relevantiecriterium. Historici kunnen daar niet aan voldoen. Wanneer het heden het uitgangspunt in de geschiedschrijving is, zal het verleden naar dat heden gemodelleerd worden. Het verleden wordt aangerand.

Ik ben het wel met Bregman eens dat historici veel actiever de geschiedvervalsing door politici en opiniemakers zouden moeten bestrijden. Maar dat kan niet als historici zelf aan geschiedvertekening gaan doen door het heden als uitgangspunt te nemen. Bregman lijkt van professionele geschiedschrijvers te verlangen dat zij populaire geschiedschrijvers, zoals Geert Mak, Maarten van Rossem en Thierry Baudet, actief debunken. Dat ondersteun ik en een vlotte pen is daarbij zeker niet overbodig. Maar het debunken van geschiedvervalsers is iets anders dan hun werkwijze overnemen. Het inboeten aan kwaliteit in de geschiedschrijving, zoals inderdaad aanwezig bij Baudet die de absurde vergelijking maakt tussen de Europese Unie en Hitlers Derde Rijk, is de onvermijdelijke prijs die een historicus moet betalen wanneer hij zijn geschiedschrijving ondergeschikt maakt aan stellingname in het heden.

Lezer
Het universitair systeem is volgens Bregman schuldig aan de povere staat van de professionele geschiedwetenschap. De publicatiemanie zorgt ervoor dat academici te weinig lezen en teveel schrijven. Tijdens dat schrijven wordt geen enkele rekening gehouden met de lezer: academische werken zijn voor geïnteresseerde leken vaak ontoegankelijk. Deze kritiekpunten op het functioneren van de universiteit zijn bekend en beperken zich niet tot de geesteswetenschappen. Uiteraard moeten de vruchten van geschiedkundig onderzoek toegankelijk zijn voor een groter publiek. Leesbaarheid hoort een voornaam criterium voor ieder geschiedkundig werk te zijn. De publicatiemanie kan overwonnen worden wanneer de politiek zijn obsessie met onzinnige internationale rangschikkingen van universiteiten zou staken.

Deze wezenlijke problematiek kan echter niet aanleiding geven om de professionele geschiedwetenschap dan maar volledig dienstbaar aan het heden te laten zijn. Historici kunnen toegang verlenen tot het verleden waarmee zij aan een fundamentele maatschappelijke behoefte tegemoetkomen. Deze behoefte bestaat onafhankelijk van de duidingsdrift en algehele obsessie met het heden. Een pervertering van de geschiedwetenschap door haar ondergeschikt te maken aan het heden zal het vervullen van deze fundamentele behoefte onmogelijk maken. Door de vruchten van zijn onderzoek kan de historicus de lezer aan de hand nemen naar de vergane werelden van het verleden. Niets meer dan dat, maar ook zeker niets minder.

Thijs Bogers is historicus en politicoloog.