Caster Semenya
Caster Semenya © EPA

'Topsport is zuiverder zonder geslachtstest'

Gelukkig kunnen 'mannelijke' atleten niet meer levenslang worden geschorst. Wat rest, zijn vernederende testosterontests. Dat betoogt sporthistoricus Max Dohle.

 
Ook voor de hyperandrogene vrouwen die veel testosteron aanmaken - zoals Caster Semenya en Foekje Dillema - gaat het argument van competitievervalsing niet op.

De Zuid-Afrikaanse middellangeafstandsloopster Caster Semenya mocht in 2011 na een enerverende periode van elf maanden schorsing weer meedoen in de vrouwencompetitie. Zij heeft inmiddels ook de olympische limiet op de 800 meter gehaald. We zullen haar dus in Londen aan het werk zien.

Dat is goed nieuws. Semenya kwam in 2010 immers in opspraak nadat was gebleken dat zij drie keer zoveel lichaamseigen testosteron aanmaakt als de concurrentie. De Internationale Atletiek Federatie (IAF) schorste Semenya tot nader order na een geslachtstest, hoewel ze wel haar overwinning op het WK in Berlijn mocht behouden. De zaak maakte veel los, vooral in Zuid-Afrika, waar de schorsing van zwarte atleten extra gevoelig ligt. Het was de aanleiding voor de IAF en het IOC om regels op te stellen voor de toelating tot de vrouwencompetitie.

Het is voor het eerst dat er regels zijn opgesteld voor de vrouwencompetitie. Tot 2011 besliste het IOC ad hoc over toelating en schorsing. Tussen 1936 en 2011 zijn tientallen vrouwen uit de competitie genomen na een geslachtstest. Het ging vrijwel altijd om vrouwen met een Y-chromosoom. In Nederland is Foekje Dillema het meest sprekende voorbeeld.

Al in de jaren negentig lagen de vernederende geslachtstesten onder vuur, reden voor het IOC om vanaf het jaar 2000 alleen nog in voorkomende gevallen een atlete te laten onderzoeken. Het ging om atletes die in de ogen van het IOC 'verdacht' waren. In deze eeuw zijn naar schatting nog zes vrouwen voor het leven geschorst. Ook Semenya stond onder verdenking. Volgens velen was ze eerder man dan vrouw.

Haar schorsing leidde tot zoveel commotie dat de grote sportorganisaties de procedure wel moesten herzien. Op advies van medisch deskundigen is besloten vrouwen niet langer op chromosomen te testen, maar op hun testosteronwaarden. Vrouwen die in de mannelijke range zitten, moeten ofwel ongevoelig zijn voor dit hormoon of bereid zijn een behandeling te ondergaan. Daarna kunnen ze weer meedoen.

Schorsingen voor het leven worden niet meer opgelegd. Maar veel bezwaren zijn gebleven. Bijvoorbeeld dat vrouwen een soms onnodige medische behandeling moeten ondergaan die ook niet geheel zonder risico is. Maar ook de medisch-sportieve en morele argumenten voor de testosteronbepalingen deugen niet.

Oneerlijk
Atleten die veel lichaamseigen testosteron aanmaken, zouden een oneerlijk voordeel hebben op het sportveld. Van testosteron krijg je immers meer spiermassa. Vrouwen die evenveel testosteron aanmaken als mannen zouden daarom de competitie vervalsen.

Dit argument wordt echter betwist. Het is wetenschappelijk namelijk nooit aangetoond dat winnaars een hogere testosteronspiegel hebben dan verliezers. Testosteron is in feite geen goede voorspeller voor sportsucces. De relatie tussen testosteron en de fysieke ontwikkeling is bovendien veel complexer dan het IOC aanneemt. Testosteron is slechts een van de vele factoren die sportsucces bepalen.

Dat Nederland het relatief goed doet in de olympische competitie danken we vooral aan de lichaamslengte. Lang zijn is in bijna alle sporten een voordeel. De aanleg voor sport is genetisch bepaald. Testosteron speelt slechts een marginale betekenis in de meeste sporten.

Het beste bewijs daarvoor zijn atletes met AOS: het Androgeen Ongevoeligheid Syndroom. Deze vrouwen zijn door een enzymdefect ongevoelig voor mannelijke hormonen. Hoewel ze inwendig testikelweefsel hebben, zijn ze vrouw, met uiterlijk vrouwelijke geslachtsdelen, borstontwikkeling en een vrouwelijk gevormd bekken. Ze zijn ook opgegroeid als meisje. Hun genderidentiteit is vrouw. De oorzaak van het syndroom is dat de receptoren in hun cellen niet reageren op mannelijke hormonen. Zelfs doping laat ze volkomen koud.

Deze AOS-vrouwen doen het echter bovengemiddeld goed in sport. Ongeveer 1 op de 450 olympische atleten is een AOS-vrouw. Dat is veel en veel meer dan in de doorsnee maatschappij. Testosteron speelt geen enkele rol in het sportsucces van deze atletes en toch zijn ze geboren winnaars. Dat heeft onder mee te maken met hun lichaamslengte en de proportioneel lange ledematen van deze vrouwen.

Ook voor de hyperandrogene vrouwen die veel testosteron aanmaken - zoals Caster Semenya en Foekje Dillema - gaat het argument van competitievervalsing niet op. Hyperandrogene vrouwen zouden - als we de redenering van het IOC volgen - moeten excelleren op bijna alle sportonderdelen. Het tegendeel is echter waar. Ook zij zijn net als alle andere sportvrouwen gespecialiseerd, zoals Semenya een echte 800-meter specialiste is. Foekje Dillema was specialiste op de 200 meter.

Het is hoog tijd dat geslachtstesten worden afgeschaft. Niet alleen vanwege bovengenoemde argumenten, maar ook omdat het risico bestaat dat een atlete zoals Semenya zich voor de gehele wereldpers moet verantwoorden over haar geslacht. Het is keer op keer aangetoond dat sportbonden uiterst klungelig en onbehoorlijk met deze problematiek omgaan. Laten we de ethiek terugbrengen in de sport, er zijn genoeg levens verwoest.

Max Dohle is schrijver en sporthistoricus.