Mark Rutte tijdens zijn bezoek aan de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz. © ANP
Mark Rutte tijdens zijn bezoek aan de politietrainingsmissie in de Afghaanse provincie Kunduz. © ANP © ANP

'Kunduz-moeheid is pervers gevolg van politieke strategie'

Politieke partijen worden vaak missie-moe door politiek-strategische overwegingen. Maar je kunt niet zomaar met een missie stoppen, stelt historicus Rogier Koedijk.

Enkele jaren geleden werd de PvdA Uruzgan-moe, een direct gevolg van de draaien-en-keren-beschuldigingen van Maxime Verhagen en Jan Peter Balkenende aan het adres van Wouter Bos. De maat was vol, de PvdA hield voet bij stuk en stemde niet in met een nieuwe verlenging van de missie in Uruzgan na 2010. De oorlog tussen PvdA en CDA leidde zelfs tot de val van het kabinet Balkenende-IV.

GroenLinks, toen nog met Femke Halsema aan het roer, zette vervolgens met de motie Peters/Pechtold in een schijnbare sollicitatie naar regeringsverantwoordelijkheid de deur open voor een nieuwe missie, een civiele trainingsmissie, waarna de huidige regering alles uit de kast haalde om een nieuwe bijdrage aan de missie in Afghanistan mogelijk te maken. GroenLinks bleek de sleutel tot een Kamermeerderheid en dus stemde premier Mark Rutte gretig in met de roep van die partij om het civiele karakter van de missie te waarborgen.

Kunduz-moe
Het belang van een nieuwe missie woog voor Rutte zo zwaar dat hij op verzoek van Halsema's opvolgster Jolande Sap toezegde persoonlijk garant te staan voor het naleven van het eisenpakket. En zo behaalde de minderheidscoalitie door de 'steun' van GroenLinks een Kamermeerderheid en werd de Geïntegreerde Politietraining Missie in Kunduz geboren.

Nu is GroenLinks Kunduz-moe, maar van harte is de steun voor de missie toch al nooit geweest. De missie houdt de partij in haar greep: er is rumoer onder de leden en in de peilingen is er sprake van zetelverlies.

Toch heeft het GroenLinks-congres afgelopen zaterdag de steun aan de politietraining missie gehandhaafd. Voor verdere uitbreiding van de missie is echter geen steun meer te verwachten van Sap en consorten.
Het probleem is dat binnen het huidige mandaat de beschikbaarheid van op te leiden politierekruten beperkt is, waardoor de Nederlandse inzet in Kunduz niet maximaal kan worden benut. Zoals gezegd, het mogelijk maken van de missie ging gepaard met verregaande toezeggingen, wat leidde tot een missie vol voorwaarden en restricties: er mochten alleen rekruten voor de provincie Kunduz worden opgeleid; de agenten moesten worden opgeleid tot civiele politie en mochten geen offensieve militaire taken hebben; de bestaande opleidingssystematiek van de NAVO moest worden aangepast; en er moest een systeem komen om de voortgang van de opleidingen van de agenten evenals hun 'whereabouts' en taken te kunnen volgen (en dan is dit overzicht nog niet eens uitputtend).

Verhuizing
Het perverse is dat missiemoeheid voornamelijk voortkomt uit politiek-strategische overwegingen, waarmee de maatschappelijke belangen van Nederland én van Afghanistan niet gediend zijn. Zelf ben ik als reservist-Kapitein in de Nederlandse krijgsmacht twee keer uitgezonden naar Afghanistan en maakte zo van dichtbij de redeployment uit Uruzgan mee en een jaar later de start in Kunduz. Het omvormen van de Uruzgan-missie tot een politietraining missie in dezelfde provincie was ongetwijfeld goedkoper geweest dan de verhuisoperatie naar het noorden van het land en het opzetten van een nieuwe missie in Kunduz.

De verhuizing was door de verstoorde politieke verhoudingen echter onontkoombaar. Nu hebben onze mannen en vrouwen in Afghanistan door politieke onderhandelingen een nodeloos ingewikkelde opdracht meegekregen voor hun werk dat sowieso al gecompliceerd en zwaar is door de omstandigheden waarin wordt gewerkt.

Het uitzenden van militairen is een besluit van formaat met grote verantwoordelijkheden en moet worden voorafgegaan door een scherp maatschappelijk en politiek debat over facetten als rechtmatigheid, beoogde doelen en kans van slagen. Instemming met een missie moet uiteindelijk gepaard gaan met echte steun en een heldere opdracht. Sap kon naar eigen zeggen 'eigenlijk niet meer met goed fatsoen nee zeggen' toen door het Kabinet Rutte met de gestelde eisen akkoord werd gegaan. GroenLinks heeft de Kunduz-missie gesteund, maar de partij stond er nooit volledig achter.

Vertragingen
Als je als politieke partij met een missie instemt, besef dan ook dat de opdracht in de Haagse werkelijkheid wordt gegeven, maar dat de Afghaanse werkelijkheid vrijwel altijd anders en aan verandering onderhevig is. Ga dus niet meteen op je achterste benen staan als de missie wat vertragingen oploopt, vertragingen die nota bene voortkomen uit een gedwongen verhuizing en een complex mandaat.

Dit geldt voor alle partijen, van links tot rechts. Ook de media spelen hierin een belangrijke rol. Het is de taak van de media om een missie kritisch doch feitelijk correct en genuanceerd te volgen, in plaats van tendentieuze berichtgeving over logistieke puinhopen en te spreken over een playmobil-missie. Het zou een hoop politiek-strategisch geharrewar en krampachtige woordvoering uit overheidsland schelen en de aandacht terugbrengen bij het inhoudelijke, morele en principiële debat.

De opstelling van GroenLinks Kamerlid Ineke van Gent is in deze dan ook te prijzen: zij sprak zich vorig jaar duidelijk uit tegen de politietraining missie, maar vindt zelfs als tegenstander dat je niet zomaar met zo'n missie kan stoppen. Principes boven politiek-strategische overwegingen, soms kan het gelukkig nog.

Rogier Koedijk is historicus en is als reservist twee keer uitgezonden naar Afghanistan.